Rechtspraak
Raad van State
2026-05-06
ECLI:NL:RVS:2026:2564
Bestuursrecht
Eerste aanleg - meervoudig
4,003 tokens
Volledig
ECLI:NL:RVS:2026:2564 text/xml public 2026-05-06T10:32:43 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2026-05-06 202304199/1/R3 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:2564 text/html public 2026-05-06T10:16:09 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2026:2564 Raad van State , 06-05-2026 / 202304199/1/R3 Bij besluit van 3 april 2023 heeft de raad van de gemeente Albrandswaard het bestemmingsplan "Buijtenland van Rhoon 2021" vastgesteld. Bij de ontwikkeling van de Tweede Maasvlakte is in de Planologisch Kernbeslissing Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR) vastgelegd dat de leefbaarheid van de regio verbeterd moet worden. In het Bestuursakkoord inzake uitvoering van het PMR is afgesproken dat de provincie Zuid-Holland in opdracht van het Rijk uitvoering geeft aan de realisatie van 750 ha natuur- en recreatiegebied. Een van de gebieden waar dit plaats zou moeten vinden, is het Buijtenland van Rhoon. In 2014 is op initiatief van lokale agrariërs een plan gepresenteerd met de titel "Levend Buijtenland van Rhoon". Dit plan is gebaseerd op de realisatie van hoogwaardige akkernatuur; een vorm van natuur die hand in hand gaat met recreatie en landbouw en die past bij het cultuurhistorisch polderlandschap. Deze visie is in het Streefbeeld en vervolgens in het plan neergelegd. Het plan is een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. De gemeente Barendrecht richt zich in beroep tegen het plandeel met de bestemming "Horeca" voor de zogenoemde locatie "Graaf van Portland" in het oosten van het plangebied. 202304199/1/R3. Datum uitspraak: 6 mei 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: 1. de gemeente Barendrecht, 2. [appellant sub 2], wonend in Rhoon, gemeente Albrandswaard, appellanten, en de raad van de gemeente Albrandswaard, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 3 april 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Buijtenland van Rhoon 2021" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben de gemeente Barendrecht en [appellant sub 2] beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. Wijlen [partij A] heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De gemeente Barendrecht, [appellant sub 2] en de raad hebben nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 26 januari 2026,waar de gemeente Barendrecht, vertegenwoordigd door J.P. van den Berg, bijgestaan door mr. L.C.G Hoenselaar, advocaat te Eindhoven, [appellant sub 2], en de raad, vertegenwoordigd door L. Vormer en L. Neetens, bijgestaan door mr. J.A.M. van der Velden, advocaat te Breda, zijn verschenen. Verder is op de zitting [partij B], bijgestaan door mr. J.H.B. Averdijk, advocaat te Hengelo, als partij gehoord. Overwegingen Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet 1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is. Het ontwerpplan is op 4 maart 2022 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) en de Crisis- en herstelwet, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft. Inleiding 2. Bij de ontwikkeling van de Tweede Maasvlakte is in de Planologisch Kernbeslissing Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR) vastgelegd dat de leefbaarheid van de regio verbeterd moet worden. In het Bestuursakkoord inzake uitvoering van het PMR is afgesproken dat de provincie Zuid-Holland in opdracht van het Rijk uitvoering geeft aan de realisatie van 750 ha natuur- en recreatiegebied. Een van de gebieden waar dit plaats zou moeten vinden, is het Buijtenland van Rhoon. In 2014 is op initiatief van lokale agrariërs een plan gepresenteerd met de titel "Levend Buijtenland van Rhoon". Dit plan is gebaseerd op de realisatie van hoogwaardige akkernatuur; een vorm van natuur die hand in hand gaat met recreatie en landbouw en die past bij het cultuurhistorisch polderlandschap. Deze visie is in het Streefbeeld en vervolgens in het plan neergelegd. Het plan is een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Het beroep van de gemeente Barendrecht Inleiding 3. De gemeente Barendrecht richt zich in beroep tegen het plandeel met de bestemming "Horeca" voor de zogenoemde locatie "Graaf van Portland" in het oosten van het plangebied. Deze locatie is gelegen nabij de Koedoodhaven in de gemeente Barendrecht waar volgens het Streefbeeld één van de drie entrees van het Buijtenland van Rhoon moet worden gerealiseerd met een horecavoorziening. De gemeente Barendrecht vindt dat een horecavoorziening in de Koedoodhaven overbodig wordt door de realisatie van de horeca die met het voorliggende plan mogelijk wordt gemaakt op de locatie "Graaf van Portland". Ook is de gemeente Barendrecht van mening dat het voorliggende plan onvoldoende voorziet in de benodigde voorzieningen bij de horecagelegenheid, zoals parkeerplaatsen. De raad van de gemeente Albrandswaard gaat er volgens de gemeente Barendrecht vanuit dat deze voorzieningen in de Koedoodhaven zullen worden gerealiseerd. Hier is de gemeente Barendrecht het niet mee eens. Daarom heeft zij beroep ingesteld. Ontvankelijkheid 4. De Afdeling stelt vast dat het beroep is ingesteld door de gemeente Barendrecht. In haar nadere stuk stelt de gemeente Barendrecht dat het niet de bedoeling was om beroep in te stellen namens de gemeente als rechtspersoon, maar namens het college van burgemeester en wethouders als bestuursorgaan. De Afdeling overweegt echter dat de identiteit van degene namens wie beroep wordt ingesteld kenbaar moet zijn voor afloop van de beroepstermijn. Dit volgt bijvoorbeeld uit de uitspraak van de Afdeling van 1 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2562. Gelet hierop merkt de Afdeling de gemeente Barendrecht aan als appellante. De jurisprudentie van de Afdeling dat een binnen de beroepstermijn namens een bestuursorgaan ingesteld beroep op een later moment tijdens de procedure kan worden bevestigd met een procesbesluit, leidt er niet toe dat het college van burgemeester en wethouders kan worden aangemerkt als appellante. Dit komt omdat in dit geval binnen de beroepstermijn geen beroep is ingesteld namens het college van burgemeester en wethouders. 5. De raad betoogt dat het beroep van de gemeente Barendrecht niet-ontvankelijk is, omdat zij geen zienswijze heeft ingediend en niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. 5.1. Artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht luidt: "Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken." Het tweede lid luidt: "Ten aanzien van bestuursorganen worden de hun toevertrouwde belangen als hun belangen beschouwd." 5.2. De beroepsgronden van de gemeente Barendrecht gaan over de aspecten verkeer, parkeren, de vraag of er behoefte is aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling op de locatie "Graaf van Portland" en of een horecagelegenheid op de locatie "Graaf van Portland" in overeenstemming is met het Streefbeeld. 5.3. In artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening is de goede ruimtelijke ordening als belang aan de gemeenteraad toevertrouwd. De ruimtelijke ordening van een gemeente is ook aan het college van burgmeester en wethouders toevertrouwd. In zoverre kan het belang van een goede ruimtelijke ordening dus als een aan de raad en het college van burgemeester en wethouders toevertrouwd belang worden aangemerkt. 5.4. Zoals hiervoor is overwogen is beroep echter ingesteld namens de gemeente Barendrecht en niet namens de raad of het college van burgemeester van de gemeente Barendrecht aan wie het belang van een goede ruimtelijke ordening is toevertrouwd.
Volledig
ECLI:NL:RVS:2026:2564 text/xml public 2026-05-06T10:32:43 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2026-05-06 202304199/1/R3 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:2564 text/html public 2026-05-06T10:16:09 2026-05-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2026:2564 Raad van State , 06-05-2026 / 202304199/1/R3 Bij besluit van 3 april 2023 heeft de raad van de gemeente Albrandswaard het bestemmingsplan "Buijtenland van Rhoon 2021" vastgesteld. Bij de ontwikkeling van de Tweede Maasvlakte is in de Planologisch Kernbeslissing Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR) vastgelegd dat de leefbaarheid van de regio verbeterd moet worden. In het Bestuursakkoord inzake uitvoering van het PMR is afgesproken dat de provincie Zuid-Holland in opdracht van het Rijk uitvoering geeft aan de realisatie van 750 ha natuur- en recreatiegebied. Een van de gebieden waar dit plaats zou moeten vinden, is het Buijtenland van Rhoon. In 2014 is op initiatief van lokale agrariërs een plan gepresenteerd met de titel "Levend Buijtenland van Rhoon". Dit plan is gebaseerd op de realisatie van hoogwaardige akkernatuur; een vorm van natuur die hand in hand gaat met recreatie en landbouw en die past bij het cultuurhistorisch polderlandschap. Deze visie is in het Streefbeeld en vervolgens in het plan neergelegd. Het plan is een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. De gemeente Barendrecht richt zich in beroep tegen het plandeel met de bestemming "Horeca" voor de zogenoemde locatie "Graaf van Portland" in het oosten van het plangebied. 202304199/1/R3. Datum uitspraak: 6 mei 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: 1. de gemeente Barendrecht, 2. [appellant sub 2], wonend in Rhoon, gemeente Albrandswaard, appellanten, en de raad van de gemeente Albrandswaard, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 3 april 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Buijtenland van Rhoon 2021" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben de gemeente Barendrecht en [appellant sub 2] beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. Wijlen [partij A] heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De gemeente Barendrecht, [appellant sub 2] en de raad hebben nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 26 januari 2026,waar de gemeente Barendrecht, vertegenwoordigd door J.P. van den Berg, bijgestaan door mr. L.C.G Hoenselaar, advocaat te Eindhoven, [appellant sub 2], en de raad, vertegenwoordigd door L. Vormer en L. Neetens, bijgestaan door mr. J.A.M. van der Velden, advocaat te Breda, zijn verschenen. Verder is op de zitting [partij B], bijgestaan door mr. J.H.B. Averdijk, advocaat te Hengelo, als partij gehoord. Overwegingen Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet 1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is. Het ontwerpplan is op 4 maart 2022 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) en de Crisis- en herstelwet, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft. Inleiding 2. Bij de ontwikkeling van de Tweede Maasvlakte is in de Planologisch Kernbeslissing Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR) vastgelegd dat de leefbaarheid van de regio verbeterd moet worden. In het Bestuursakkoord inzake uitvoering van het PMR is afgesproken dat de provincie Zuid-Holland in opdracht van het Rijk uitvoering geeft aan de realisatie van 750 ha natuur- en recreatiegebied. Een van de gebieden waar dit plaats zou moeten vinden, is het Buijtenland van Rhoon. In 2014 is op initiatief van lokale agrariërs een plan gepresenteerd met de titel "Levend Buijtenland van Rhoon". Dit plan is gebaseerd op de realisatie van hoogwaardige akkernatuur; een vorm van natuur die hand in hand gaat met recreatie en landbouw en die past bij het cultuurhistorisch polderlandschap. Deze visie is in het Streefbeeld en vervolgens in het plan neergelegd. Het plan is een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Het beroep van de gemeente Barendrecht Inleiding 3. De gemeente Barendrecht richt zich in beroep tegen het plandeel met de bestemming "Horeca" voor de zogenoemde locatie "Graaf van Portland" in het oosten van het plangebied. Deze locatie is gelegen nabij de Koedoodhaven in de gemeente Barendrecht waar volgens het Streefbeeld één van de drie entrees van het Buijtenland van Rhoon moet worden gerealiseerd met een horecavoorziening. De gemeente Barendrecht vindt dat een horecavoorziening in de Koedoodhaven overbodig wordt door de realisatie van de horeca die met het voorliggende plan mogelijk wordt gemaakt op de locatie "Graaf van Portland". Ook is de gemeente Barendrecht van mening dat het voorliggende plan onvoldoende voorziet in de benodigde voorzieningen bij de horecagelegenheid, zoals parkeerplaatsen. De raad van de gemeente Albrandswaard gaat er volgens de gemeente Barendrecht vanuit dat deze voorzieningen in de Koedoodhaven zullen worden gerealiseerd. Hier is de gemeente Barendrecht het niet mee eens. Daarom heeft zij beroep ingesteld. Ontvankelijkheid 4. De Afdeling stelt vast dat het beroep is ingesteld door de gemeente Barendrecht. In haar nadere stuk stelt de gemeente Barendrecht dat het niet de bedoeling was om beroep in te stellen namens de gemeente als rechtspersoon, maar namens het college van burgemeester en wethouders als bestuursorgaan. De Afdeling overweegt echter dat de identiteit van degene namens wie beroep wordt ingesteld kenbaar moet zijn voor afloop van de beroepstermijn. Dit volgt bijvoorbeeld uit de uitspraak van de Afdeling van 1 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2562. Gelet hierop merkt de Afdeling de gemeente Barendrecht aan als appellante. De jurisprudentie van de Afdeling dat een binnen de beroepstermijn namens een bestuursorgaan ingesteld beroep op een later moment tijdens de procedure kan worden bevestigd met een procesbesluit, leidt er niet toe dat het college van burgemeester en wethouders kan worden aangemerkt als appellante. Dit komt omdat in dit geval binnen de beroepstermijn geen beroep is ingesteld namens het college van burgemeester en wethouders. 5. De raad betoogt dat het beroep van de gemeente Barendrecht niet-ontvankelijk is, omdat zij geen zienswijze heeft ingediend en niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. 5.1. Artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht luidt: "Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken." Het tweede lid luidt: "Ten aanzien van bestuursorganen worden de hun toevertrouwde belangen als hun belangen beschouwd." 5.2. De beroepsgronden van de gemeente Barendrecht gaan over de aspecten verkeer, parkeren, de vraag of er behoefte is aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling op de locatie "Graaf van Portland" en of een horecagelegenheid op de locatie "Graaf van Portland" in overeenstemming is met het Streefbeeld. 5.3. In artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening is de goede ruimtelijke ordening als belang aan de gemeenteraad toevertrouwd. De ruimtelijke ordening van een gemeente is ook aan het college van burgmeester en wethouders toevertrouwd. In zoverre kan het belang van een goede ruimtelijke ordening dus als een aan de raad en het college van burgemeester en wethouders toevertrouwd belang worden aangemerkt. 5.4. Zoals hiervoor is overwogen is beroep echter ingesteld namens de gemeente Barendrecht en niet namens de raad of het college van burgemeester van de gemeente Barendrecht aan wie het belang van een goede ruimtelijke ordening is toevertrouwd.