Rechtspraak Raad van State 2026-04-22
ECLI:NL:RVS:2026:2288
202402838/1/A3. Datum uitspraak: 22 april 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: Sweet Sense B.V., gevestigd in Eindhoven, en [appellant], wonend in Bradford, Verenigd Koninkrijk, appellanten (hierna gezamenlijk en in enkelvoud: Sweet Sense), tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 20 maart 2024 in zaak nr. 22/2024 22/3113 in het geding tussen: Sweet Sense en de burgemeester van Eindhoven. Procesverloop Bij besluit van 16 februari 2022 heeft de burgemeester aan Sweet Sense een last onder dwangsom opgelegd. Bij besluit van 4 mei 2022 heeft de burgemeester aan Sweet Sense een last onder bestuursdwang opgelegd. Bij besluit van 22 juli 2022 heeft de burgemeester de door Sweet Sense gemaakte bezwaren tegen de besluiten van 16 februari 2022 en 4 mei 2022 ongegrond verklaard. Bij besluit van 5 oktober 2022 heeft de burgemeester een door Sweet Sense verbeurde dwangsom van € 5.000,00 ingevorderd. Bij uitspraak van 20 maart 2024 heeft de rechtbank de door Sweet Sense tegen de besluiten van 22 juli 2022 en 5 oktober 2022 ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft Sweet Sense hoger beroep ingesteld. De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Sweet Sense heeft nadere stukken ingediend. De Afdeling heeft de zaak, gelijktijdig met zaak nr. 202402833/1/A3, op een zitting behandeld op 13 februari 2026. Overwegingen Waar gaat deze zaak over? 1. Sweet Sense B.V. exploiteert een horecabedrijf aan de Kruisstraat 175 in Eindhoven. [persoon] beschikte voor de horeca-activiteiten van dit bedrijf over een exploitatievergunning. De burgemeester heeft deze exploitatievergunning op 11 november 2021 ingetrokken. Tegen deze intrekking zijn geen rechtsmiddelen ingesteld. Op 22 juni 2021 heeft [appellant], bestuurder en enig aandeelhouder van Sweet Sense B.V., een aanvraag ingediend voor een exploitatievergunning voor het horecabedrijf. Die aanvraag heeft de burgemeester afgewezen. Het door Sweet Sense daartegen gemaakte bezwaar heeft de burgemeester ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit op bezwaar gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten. Tegen deze uitspraak heeft Sweet Sense hoger beroep ingesteld. 2. Bij besluit van 16 februari 2022 heeft de burgemeester aan Sweet Sense een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 2:28, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven (hierna: APV). In dat artikel is bepaald dat het verboden is om een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. Op 11 en 12 februari 2022 hebben de politie en gemeentelijke toezichthouders geconstateerd dat de onderneming van Sweet Sense geopend was, terwijl zij niet beschikte over een geldige exploitatievergunning. De burgemeester heeft Sweet Sense gelast om de overtreding binnen twee dagen te beëindigen en beëindigd te houden door de openbare inrichting voor het publiek gesloten te houden. Als Sweet Sense na afloop van de begunstigingstermijn de openbare inrichting voor het publiek opent, zonder dat daarvoor een exploitatievergunning is verleend, moet zij een dwangsom van € 2.500,00 per constatering betalen, met een maximum van € 5.000,00. 3. Bij besluit van 4 mei 2022 heeft de burgemeester aan Sweet Sense een last onder bestuursdwang opgelegd wegens overtreding van artikel 2:28, eerste lid, van de APV op 1 maart, 26 maart en 1 april 2022. De last houdt in dat Sweet Sense twee werkdagen de tijd krijgt om het horecabedrijf fysiek te sluiten en gesloten te houden. Als zij zich daar niet aan houdt, zal de burgemeester het horecabedrijf zelf op kosten van Sweet Sense sluiten. 4. Bij besluit van 22 juli 2022 heeft de burgemeester de door Sweet Sense gemaakte bezwaren tegen de besluiten van 16 februari 2022 en 4 mei 2022 ongegrond verklaard. 5. Bij besluit van 5 oktober 2022 heeft de burgemeester een bedrag van € 5.000 aan verbeurde dwangso