Rechtspraak Raad van State 2026-01-14
ECLI:NL:RVS:2026:216
202400601/1/R1. Datum uitspraak: 14 januari 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: 1. [appellant sub 1], wonend in Den Burg, gemeente Texel, 2. [appellant sub 2] en anderen, allen wonend in Den Burg, gemeente Texel, appellanten, en de raad van de gemeente Texel, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 20 september 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Woonzorglocatie Gasthuisstraat II" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen en de raad hebben een nader stuk ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 november 2025, waar [appellant sub 1], bijgestaan door mr. V.C. van der Velde, advocaat in Almere, en de raad, vertegenwoordigd door mr. E.H.D. Lindenbergh en J.L.M.G. Broekmans, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Verder is ter zitting Stichting Omring, vertegenwoordigd door drs. L.M. Helder, als partij gehoord. Overwegingen Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet 1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is. Het ontwerpplan is op 28 februari 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft. Inleiding 2. Het plan maakt op het perceel Gasthuisstraat 55 een woon-zorgcomplex met maximaal 53 eenheden mogelijk. Op het perceel waren een basisschool en gymzaal aanwezig. In het vorige plan hadden de gronden in het plangebied de bestemmingen "Maatschappelijk", "Sport" en "Groen". Het plangebied krijgt met het plan de enkelbestemming "Maatschappelijk-Woonzorgcomplex". De gymzaal is al eerder gesloopt en de gronden daarvan waren ten tijde van de vaststelling van het plan in gebruik als parkeerterrein. Het schoolgebouw moet voor de realisering van het plan worden gesloopt. In paragraaf 1.1. van de plantoelichting staat dat het voornemen is om in het plangebied een vorm van beschermd wonen mogelijk te maken voor mensen met een intensieve zorgvraag en dat het hoofdzakelijk gaat om mensen met dementie of mensen met een zodanig intensieve somatische zorgvraag dat er 24-uurs aanwezigheid van professionele ondersteuning nodig is. Stichting Omring is de initiatiefnemer van het plan. 3. [appellant sub 1] woont aan de [locatie] op het perceel dat aan de zuidzijde grenst aan het plangebied. [appellant sub 2] en anderen wonen aan de Beatrixlaan tegenover het plangebied. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen zijn het niet eens met de vaststelling van het plan. Zij vinden dat onvoldoende rekening is gehouden met hun belangen als omwonenden. Toetsingskader 4. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen. 5. De relevante planregels zijn opgenomen in de bijlage die deel uitmaakt van deze uitspraak. Ingetrokken beroepsgronden 6. Tijdens de zitting hebben [appellant sub Hoewel de vraag of er voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd dus pas in het kader van de procedure van de omgevingsvergunning voor bouwen van de in het plan voorziene ontwikkelingen aan de orde zal komen, dient de raad bij de vaststelling van het plan al wel te bezien of kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Daarom zal de Afdeling hierna beoordelen of op voorhand moet worden geoordeeld dat niet in voldoende parkeerplaatsen kan worden voorzien, en dat de raad zich om die reden niet op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in zoverre strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling verwijst als voorbeeld naar haar uitspraak van 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5459, onder 10.2. In paragraaf 3.4.5 van de plantoelichting staat dat bij het bepalen van de parkeerbehoefte van het plan aansluiting is gezocht bij de Nota Parkeernomen Texel 2015 (hierna: de Nota). Verder staat daarin dat de gemeente Texel ook maatwerk biedt om van de in de Nota opgenomen normen af te wijken. Het plan voorziet in een woon-zorgcomplex voor bewoners met een intensieve zorgvraag. In dit geval is bij het berekenen van de parkeerbehoefte afgeweken van de daarin opgenomen parkeernorm van 0,5 per wooneenheid voor de categorie "Verpleeghuis, hospice en begeleid wonen", waaronder de ontwikkeling van het woon-zorgcomplex valt, en is een parkeernorm van 0,3 per wooneenheid toegepast. Aan de hand daarvan is berekend dat voor het plan 16 parkeerplaatsen nodig zijn. De raad heeft over de gehanteerde parkeernorm toegelicht dat met het plan woonzorg-appartementen worden gerealiseerd voor ouderen met een Wlz-zorg indicatie, dat mensen binnen die doelgroep vaak geen auto in bezit hebben en dat hun parkeerbehoefte daarom beperkt is. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen hebben hun betoog dat 16 parkeerplaatsen te weinig zijn om in de parkeerbehoefte van het plan te voorzien niet onderbouwd. Op de zitting is verder door de raad toegelicht dat de parkeerdruk rondom het plangebied laag is. De Afdeling ziet in het aangevoerde geen aanleiding daaraan te twijfelen. Verder heeft de raad toegelicht dat in het plangebied genoeg ruimte is om zo nodig extra parkeerplaatsen aan te leggen. Vast staat dat op grond van artikel 3.1, aanhef en onder g, van de planregels overal binnen het plangebied parkeerplaatsen mogen worden aangelegd. Ook na realisatie van de bebouwing zullen daarvoor ook voldoende feitelijke mogelijkheden blijven bestaan. Het plangebied voorziet dus in voldoende ruimte om aan de parkeerbehoefte invulling te kunnen geven. De Afdeling overweegt dat gelet op het voorgaande niet op voorhand moet worden geoordeeld dat niet in voldoende parkeerplaatsen kan worden voorzien. Gelet daarop bestaat ook geen aanleiding voor het oordeel dat het plan had moeten voorzien in een (ondergrondse) parkeergarage. Het betoog slaagt niet. Verkeer 10. [appellant sub 2] betoogt dat het plan zal leiden tot verkeersonveilige situaties. Hij voert aan dat ten onrechte de verkeersaspecten van het plan niet zijn onderzocht. Tijdens de zitting heeft hij daarover toegelicht dat volgens hem door de bebouwing het zicht op het kruispunt wordt belemmerd. 10.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het plan er niet toe leidt dat ter plaatse een verkeersonveilige situatie ontstaat wat betreft het zicht op het kruispunt. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet op dat standpunt kon stellen. Zoals de raad heeft toegelicht, blijft er zowel voor verkeer vanuit de Gasthuisstraat als voor verkeer vanaf de Beatrixlaan nog voldoende zicht op eventueel verkeer dat komt aanrijden. De raad heeft daarnaast toegelicht dat hij geen onaanvaardbare toename van het aantal verkeersbewegingen verwacht ten opzichte van de school. De bewoners van het voorziene zorgcomplex zullen volgens de raad niet over een auto beschikken. Verder zullen de verkeersbewegingen beperkt blijven tot bewegingen van werknemers, bezoekers en laad- en lo Volgens [appellant sub 2] en anderen is de locatie ook niet geschikt voor het realiseren van een zorginstelling, gelet op de ligging in een volgens hen drukbevolkte wijk en tussen twee drukke straten. Daarnaast vrezen zij dat het bouwplan zal afwijken van de aan hen gepresenteerde tekeningen. Volgens hen wordt met het dakterras de bouwhoogte overschreden. 12.1. De Afdeling overweegt dat aan een geldend bestemmingsplan in het algemeen geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen. Hieruit volgt dat [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen geen aanspraak kunnen maken op behoud van de vorige planologische regeling, ook niet als het vorige bestemmingsplan een conserverend bestemmingsplan was. Over de vrees van [appellant sub 2] en anderen dat het bouwplan zal afwijken van de tekeningen en hun stelling dat de bouwhoogte wordt overschreden, overweegt de Afdeling dat in deze procedure alleen het bestemmingsplan ter beoordeling voorligt en de bouw- en gebruiksmogelijkheden die daarin mogelijk worden gemaakt. 12.2. Vaststaat dat met het bestemmingsplan het bouwvlak groter wordt, maar dat het vorige plan al bebouwing mogelijk maakte op nagenoeg dezelfde afstand van de woningen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen. Verder bedragen de maximale bouw- en goothoogte op basis van het plan respectievelijk 10 en 7 m. De maximale bouw- en goothoogte is voor het oostelijke deel van het plangebied ongewijzigd ten opzichte van het vorige plan. Voor het westelijke deel van het plangebied gold op basis van het vorige plan een maximale bouwhoogte van 9 m en een maximale goothoogte van 6 m. Het plan voorziet dus in een beperkte toename van de bouw- en goothoogte in het westelijke deel van het plangebied dat verder afligt van de woningen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen. Ook staat vast dat in het vorige plan reeds bebouwing was toegestaan ten behoeve van een maatschappelijke bestemming. Verder had een deel van het plangebied de bestemming "Sport". Ook op deze gronden was al bebouwing toegestaan. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen hebben niet gesteld dat zij de bebouwingsmogelijkheden van het vorige plan uit ruimtelijk oogpunt niet aanvaardbaar vonden, noch hebben zij aannemelijk gemaakt dat deze geringe toename uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening onaanvaardbaar is. Er bestaat in zoverre dan ook geen aanleiding te oordelen dat de raad het plan niet mocht vaststellen. Daarbij betrekt de Afdeling dat in hoofdstuk 4 van de plantoelichting de uitkomsten van de onderzoeken naar de milieu- en omgevingsaspecten van het plan zijn beschreven en dat daaruit volgt dat deze aspecten geen belemmering vormen voor de vaststelling van het plan. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen hebben de resultaten van de aan het plan ten grondslag gelegde onderzoeken niet gemotiveerd betwist. Verder betrekt de Afdeling bij haar oordeel dat de raad meer belang heeft mogen hechten aan het realiseren van voldoende woonruimte voor personen met een intensieve zorgvraag dan aan het belang van [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen bij behoud van het bestaande woon- en leefklimaat. 12.3. Voor zover [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen betogen dat een alternatieve locatie beter geschikt is voor het voorziene woon-zorgcomplex overweegt de Afdeling als volgt. De raad moet bij de keuze van een bestemming een afweging maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beleidsruimte. De voor- en nadelen van alternatieven moeten in die afweging worden meegenomen. Het plangebied is volgens de raad geschikt vanwege de ligging dichtbij het centrum en dichtbij andere woonzorglocaties van Stichting Omring. Namens Stichting Omring is in dat kader ook gewezen op de bereikbaarheid voor