Rechtspraak
Raad van State
2026-04-03
ECLI:NL:RVS:2026:1885
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
718 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RVS:2026:1885 text/xml public 2026-04-08T11:33:16 2026-04-03 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2026-04-03 BRS.26.001620 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1885 text/html public 2026-04-03T13:38:31 2026-04-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2026:1885 Raad van State , 03-04-2026 / BRS.26.001620 Bij besluiten van 16 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. BRS.26.001620 ECLI:NL:RVS:2026:1885 Datum uitspraak: 3 april 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [verzoeker A], [verzoeker B], mede voor hun minderjarige kinderen, verzoekers, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 9 maart 2026 in zaken nrs. NL25.21432 en NL25.21436 in het geding tussen: verzoekers en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluiten van 16 april 2025 heeft de minister aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 9 maart 2026 heeft de rechtbank de daartegen door verzoekers ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben verzoekers hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. Verzoekers hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen krijgen. 2. Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457). 3. De minister moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoekers niet worden uitgezet, totdat op het door hun ingestelde hoger beroep is beslist; II. veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoekers in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. P.A.M.J. Graat, griffier. w.g. de Moor-van Vugt voorzieningenrechter w.g. Graat griffier Uitgesproken in het openbaar op 3 april 2026 307