Rechtspraak
Raad van State
2026-03-31
ECLI:NL:RVS:2026:1783
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
847 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RVS:2026:1783 text/xml public 2026-04-08T11:33:19 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2026-03-31 BRS.26.001118 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1783 text/html public 2026-03-30T10:42:51 2026-04-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2026:1783 Raad van State , 31-03-2026 / BRS.26.001118 Bij besluiten van 30 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. BRS.26.001118 ECLI:NL:RVS:2026:1783 Datum uitspraak: 31 maart 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de minister van Asiel en Migratie, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 3 maart 2026 in zaken nrs. NL25.5593, NL25.5598, NL25.5600 en NL25.5596 in het geding tussen: [betrokkene A], [betrokkene B], [betrokkene C] en [betrokkene D] en de minister. Procesverloop Bij besluiten van 30 januari 2025 heeft de minister aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 3 maart 2026 heeft de rechtbank de daartegen door betrokkenen ingestelde beroepen gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en bepaald dat de minister binnen zes weken na de dag van de verzending van de uitspraak nieuwe besluiten op de aanvragen neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Betrokkenen hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Overwegingen 1. De minister verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist. 2. Gelet op de belangen die de minister en betrokkenen naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening. Omdat de voorzieningenrechter van de rechtbank het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in beroep heeft toegewezen, heeft het treffen van de voorlopige voorziening in hoger beroep tot gevolg dat de overdrachtstermijn wordt opgeschort met ingang van de dag na bekendmaking van deze uitspraak (uitspraken van de Afdeling van 22 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4198 en ECLI:NL:RVS:2023:4199). 3. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier. De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen w.g. Schipper griffier Uitgesproken in het openbaar op 31 maart 2026 872