Rechtspraak
Raad van State
2026-03-25
ECLI:NL:RVS:2026:1668
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
773 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RVS:2026:1668 text/xml public 2026-04-01T10:33:58 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2026-03-25 BRS.26.001393 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1668 text/html public 2026-03-24T16:28:01 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2026:1668 Raad van State , 25-03-2026 / BRS.26.001393 Bij besluit van 6 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. BRS.26.001393 ECLI:NL:RVS:2026:1668 Datum uitspraak: 25 maart 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: [verzoeker], verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 10 maart 2026 in zaak nr. NL26.6724 in het geding tussen: verzoeker en de minister van Asiel en Migratie. Procesverloop Bij besluit van 6 februari 2026 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 10 maart 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt. 2. Gelet op wat is aangevoerd, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd. Gelet op de belangen die de minister en verzoeker naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat de verantwoordelijkheid van Spanje voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming is vastgesteld op grond van de Dublinverordening. De overdracht van verzoeker aan Spanje heeft verder geen onomkeerbare gevolgen. Mocht uiteindelijk blijken dat Nederland verantwoordelijk moet worden geacht voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming, dan kan verzoeker vanuit Spanje worden teruggeleid naar Nederland. 3. Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst het verzoek af. Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van L.W. Lagaaij LLM, griffier. w.g. Drop voorzieningenrechter w.g. Lagaaij griffier Uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2026 1127