Rechtspraak
Raad van State
2026-03-18
ECLI:NL:RVS:2026:1472
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
763 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RVS:2026:1472 text/xml public 2026-03-25T10:33:30 2026-03-16 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2026-03-18 BRS.26.000930 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2026:1472 text/html public 2026-03-16T09:47:28 2026-03-25 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2026:1472 Raad van State , 18-03-2026 / BRS.26.000930 Bij besluit van 18 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. BRS.26.000930 ECLI:NL:RVS:2026:1472 Datum uitspraak: 18 maart 2026 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van: de minister van Asiel en Migratie, verzoeker, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 29 januari 2026 in zaak nr. NL23.28301 in het geding tussen: [betrokkene A], [betrokkene B], [betrokkene C], [betrokkene D], [betrokkene E], [betrokkene F] en [betrokkene G] en de minister. Procesverloop Bij besluit van 18 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 9 augustus 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkenen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 29 januari 2026 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkenen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak met inachtneming ervan een nieuw besluit op het bezwaar moet nemen. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Betrokkenen hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven. Overwegingen 1. De minister verzoekt de voorzieningenrechter om de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist. 2. Gelet op de belangen die de minister en betrokkenen naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening. 3. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Pronk, griffier. w.g. Borman voorzieningenrechter w.g. Pronk griffier Uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2026 1028