Rechtspraak
Raad van State
2025-10-27
ECLI:NL:RVS:2025:5151
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Hoger beroep
533 tokens
Inleiding
202407633/1/V3.
Datum uitspraak: 27 oktober 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant]
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 25 oktober 2024 in zaak nr. 23/13765 in het geding tussen:
appellant
en
de minister van Buitenlandse Zaken.
Procesverloop
Bij besluit van 19 juli 2023 heeft de minister een aanvraag van appellant om haar een visum voor kort verblijf te verlenen, afgewezen.
Bij besluit van 31 oktober 2023 heeft de minister het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 25 oktober 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door [gemachtigde], hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. U heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank, omdat u het niet eens bent met het oordeel van de rechtbank dat de minister u geen visum voor kort verblijf hoeft te verlenen. U zegt dat u voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat u Nederland vóór het verstrijken van de geldigheid van het visum weer zal verlaten. De Afdeling begrijpt dat u wilt dat hier nogmaals naar gekeken wordt. Tegen een uitspraak van de rechtbank over een visum voor kort verblijf staat echter geen hoger beroep open. Dat staat in de wet. De Afdeling wijst op artikel 84, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Dat betekent dat de Afdeling uw hoger beroep niet kan beoordelen.
2. De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Vos
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 oktober 2025
644-1086