Rechtspraak
Raad van State
2025-09-03
ECLI:NL:RVS:2025:4229
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
730 tokens
Inleiding
202402559/1/R1.
Datum uitspraak: 3 september 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
Stichting Blekersveld Groen, gevestigd in Overveen, gemeente Bloemendaal,
appellante,
en
de raad van de gemeente Bloemendaal,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 14 maart 2024 heeft de raad besloten het bestemmingsplan "Blekersveld" niet vast te stellen.
Tegen dit besluit heeft de stichting beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De stichting heeft een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 31 juli 2025, waar Stichting Blekersveld Groen, vertegenwoordigd door [gemachtigden], en de raad, vertegenwoordigd door, mr. J.M.M. Tillemans, mr. F.D.S. Bettink en M.M.W. Pijpers, zijn verschenen.
Overwegingen
1. De stichting heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de raad om het bestemmingsplan "Blekersveld", waarvan het ontwerp eerder op 25 april 2022 ter inzage is gelegd, niet vast te stellen. Zij betoogt dat de raad bij het niet vaststellen van het plan heeft nagelaten om in te gaan op de door haar tegen het ontwerpplan naar voren gebrachte zienswijze. Zij weet derhalve niet wat de raad vindt van de door haar tegen het ontwerpplan ingebrachte argumenten. Dat acht zij van belang omdat de raad naar verwachting een nieuwe ruimtelijke procedure onder de Omgevingswet zal starten voor dezelfde of soortgelijke ruimtelijke ontwikkeling van het betreffende gebied.
1.1. Procesbelang is het belang dat een appellant heeft bij de uitkomst van een procedure. Daarbij gaat het erom of het doel dat de appellant voor ogen staat, met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor de appellant van feitelijke betekenis is. In beginsel heeft de appellant die opkomt tegen een besluit, procesbelang bij een beoordeling van zijn bezwaar of beroep, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is komen te vervallen (vergelijk de uitspraak van 17 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1610).
1.2. De stichting kan zich niet verenigen met de ontwikkeling die in het ontwerpplan werd voorzien. De Afdeling is van oordeel dat nu de stichting met haar beroep niets anders kan en wil bereiken dan wat de raad al heeft besloten, namelijk het niet vaststellen van het plan, zij geen belang heeft bij de behandeling van haar beroep.
1.3. Vanwege het ontbreken van een belang bij de behandeling van haar beroep dient het beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
1.4. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. A. Kuijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.S.S. Hupkes, griffier.
w.g. Kuijer
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Hupkes
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 3 september 2025
635