Rechtspraak
Raad van State
2025-07-16
ECLI:NL:RVS:2025:3200
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Hoger beroep
1,205 tokens
Inleiding
202405307/1/V1.
Datum uitspraak: 16 juli 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzoek van:
[verzoeker],
verzoeker,
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb).
Procesverloop
Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. E. Arslan, advocaat in Amsterdam, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 augustus 2024 in zaak nr. NL24.26606
De minister van Asiel en Migratie heeft een nader stuk ingediend.
Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.
Overwegingen
1. Verzoeker heeft het hoger beroep bij brief van 24 april 2025 ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister krachtens artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan verzoeker is tegemoetgekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door haar toedoen is vervallen; zie ook de uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1.
2. Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken nadat de minister hem alsnog de gevraagde verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend. Hiermee is de minister aan verzoeker tegemoetgekomen als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb.
3. Het verzoek wordt toegewezen. De minister moet de proceskosten vergoeden.
Dictum
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoeker in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.K. de Keizer, griffier.
w.g. Van Breda
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. De Keizer
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2025
716-1097
Volledig
ECLI:NL:RVS:2025:3200 text/xml public 2026-02-05T16:26:07 2025-07-16 Raad voor de Rechtspraak nl Raad van State 2025-07-16 202405307/1/V1 Uitspraak Hoger beroep NL Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2024:18258, Overig Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2025:3200 text/html public 2025-07-16T07:46:12 2025-07-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RVS:2025:3200 Raad van State , 16-07-2025 / 202405307/1/V1 Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten. 202405307/1/V1. Datum uitspraak: 16 juli 2025 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het verzoek van: [verzoeker], verzoeker, om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb). Procesverloop Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. E. Arslan, advocaat in Amsterdam, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 augustus 2024 in zaak nr. NL24.26606 De minister van Asiel en Migratie heeft een nader stuk ingediend. Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten. Overwegingen 1. Verzoeker heeft het hoger beroep bij brief van 24 april 2025 ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister krachtens artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan verzoeker is tegemoetgekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door haar toedoen is vervallen; zie ook de uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1. 2. Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken nadat de minister hem alsnog de gevraagde verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend. Hiermee is de minister aan verzoeker tegemoetgekomen als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb. 3. Het verzoek wordt toegewezen. De minister moet de proceskosten vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoeker in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.K. de Keizer, griffier. w.g. Van Breda lid van de enkelvoudige kamer w.g. De Keizer griffier Uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2025 716-1097