Rechtspraak
Raad van State
2025-07-08
ECLI:NL:RVS:2025:3068
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Hoger beroep
584 tokens
Inleiding
202502706/1/V1.
Datum uitspraak: 8 juli 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 april 2025 in zaak nr. 24/10356 in het geding tussen:
appellant
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 19 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.
Bij besluit van 24 mei 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 15 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, naar gesteld vertegenwoordigd door M. Atmani, hoger beroep ingesteld.
Appellant is in de gelegenheid gesteld zich nader uit te laten.
Overwegingen
1. De griffier heeft appellant er bij brief op gewezen dat zij voor het hoger beroep griffierecht moet betalen. Haar is daarbij verzocht het griffierecht uiterlijk op 26 mei 2025 te voldoen. Omdat appellant dit niet heeft gedaan, heeft de griffier haar bij aangetekende brief van 2 juni 2025 laten weten dat het griffierecht uiterlijk op 16 juni 2025 op de rekening van de Raad van State moet zijn bijgeschreven of contant moet zijn betaald. In die brief staat ook dat als het griffierecht niet op die datum is ontvangen, het hoger beroep alleen al daarom niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald. Appellant heeft geen redenen aangevoerd waarom het hoger beroep toch in behandeling moet worden genomen.
2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. Q. Boon, griffier.
w.g. De Poorter
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Boon
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2025
977