Rechtspraak
Raad van State
2025-04-10
ECLI:NL:RVS:2025:1639
Bestuursrecht
Hoger beroep
538 tokens
Inleiding
202400049/1/A2.
Datum uitspraak: 10 april 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in Dalfsen,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 16 november 2023 in zaak nr. 22/1761 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Dalfsen.
Openbare zitting gehouden op 10 april 2025 om 14:30 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad: mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: mr. O. van Loon
Jurist: mr. A. Wolda
Verschenen:
het college, vertegenwoordigd door A.I. Pasma en mr. J. Zwiers.
Inleiding
In mei 2022 hebben toezichthouders van de gemeente Dalfsen een sticker op de fiets van [appellant] geplakt waarop stond dat de gestalde fiets zou worden verwijderd. Het college heeft het bezwaar van [appellant] op 17 augustus 2022 gegrond verklaard, maar de last onder bestuursdwang abusievelijk niet ingetrokken. Het college heeft ter zitting bij de rechtbank het besluit van de last onder bestuursdwang herroepen.
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 16 november 2023 waarin het beroep van [appellant] tegen de beslissing van het college van 17 augustus 2022 ongegrond is verklaard.
Dictum
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Gronden
Wat [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd, is zo goed als een herhaling van de gronden die hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de uitspraak van de rechtbank onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 2 tot en met 8 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. Voor immateriële schadevergoeding ziet de Afdeling geen aanleiding.
Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Loon
griffier
284-1112