Rechtspraak
Raad van State
2025-04-08
ECLI:NL:RVS:2025:1536
Bestuursrecht
Verschoning
455 tokens
Procesverloop
Ten aanzien van zaak nrs. 202207061/2/R2 en 202207061/3/R2 heeft staatsraad mr. J.F. de Groot (hierna: de staatsraad), die als lid van de enkelvoudige kamer belast is met de behandeling van deze zaak, op 4 april 2025 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:19, eerste lid, van de Awb kan op grond van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15 elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen.
In artikel 8:15 is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2. In deze zaak is op 2 oktober 2024 tussenuitspraak gedaan in een geding over een beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Boxtel tot vaststelling van het bestemmingsplan "Uilenbroek 4 te Boxtel".
3. De staatsraad heeft te kennen gegeven dat zijn echtgenote per 1 februari 2025 in dienst is getreden van MijnGemeenteDichtbij, de gezamenlijke ambtelijke werkorganisatie van de gemeenten Boxtel en Sint-Michielsgestel. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de verdere behandeling van het beroep te voorkomen, heeft hij verzocht om verschoning.
4. De Afdeling acht, gezien deze motivering, inwilliging van het verzoek gerechtvaardigd.
5. Gelet op het vorenstaande, wordt het verzoek toegewezen.
Dictum
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe.
Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, voorzitter, en mr. H.G. Sevenster en mr. E.J. Daalder, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, griffier.
w.g. Minderhoud
voorzitter
w.g. Pieters
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 8 april 2025
473