Rechtspraak
Raad van State
2025-04-01
ECLI:NL:RVS:2025:1535
Bestuursrecht
Mondelinge uitspraak
744 tokens
Volledig
202403428/2/R2.
Datum uitspraak: 1 april 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
[verzoekster], wonend in Nuenen, gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten,
verzoekster,
en
de raad van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 1 april 2025 om 14.45 uur.
Tegenwoordig:
staatsraad mr. J.F. de Groot, voorzieningenrechter;
griffier: mr. S. Bechinka.
Verschenen:
[verzoekster], bijgestaan door mr. M. Godderij, rechtsbijstandverlener in Leusden;
de raad, vertegenwoordigd door R. Klaver, G.G.J. van Bree-van Dinteren, A.J.L. van Dijk en mr. J.M. van Loon;
Woningstichting Helpt Elkander, vertegenwoordigd door [gemachtigde A] en gemachtigde B].
=
=
Het verzoek richt zich tegen het besluit van de raad van 18 april 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Vinkenhofjes". [verzoekster] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter:
I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten van 18 april 2024, waarbij het bestemmingsplan "Vinkenhofjes" is vastgesteld;
II. veroordeelt de raad van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten tot vergoeding van bij [verzoekster] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.814,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
III. gelast dat de raad van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten aan [verzoekster] het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 187,00 vergoedt.
Gronden:
[verzoekster] heeft om schorsing van het bestemmingsplan verzocht omdat dit in werking is en op 11 februari 2025 een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de bouw van drie woongebouwen is ingediend. Op de zitting is gebleken dat op de aanvraag nog niet is beslist, maar dat dit op korte termijn kan gebeuren. Er is dus spoedeisend belang. Ook op 1 april 2025 zijn de beroepen, waaronder dat van [verzoekster], tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan op zitting behandeld. Omdat niet zeker is dat op deze beroepen is beslist voordat op de aanvraag om een omgevingsvergunning is beslist, ziet de voorzieningenrechter, gelet op de wederzijdse belangen, aanleiding het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen en het bestemmingsplan te schorsen. De raad moet de proceskosten van [verzoekster] vergoeden en ook het betaalde griffierecht.
w.g. De Groot
voorzieningenrechter
w.g. Bechinka
griffier
371