Rechtspraak
Raad van State
2025-03-20
ECLI:NL:RVS:2025:1255
Bestuursrecht
Mondelinge uitspraak
797 tokens
=== VOLLEDIG ===
202307256/2/R2 en 202406372/2/R2.
Datum uitspraak: 20 maart 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in de gedingen tussen (onder meer):
[verzoeker], wonend in [woonplaats],
verzoeker,
en
het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 20 maart 2025 om 15:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter
griffier: L.M. Jacquemijns
jurist: mr. M.P.J.M. van Grinsven
Verschenen:
[verzoeker], vertegenwoordigd door mr. P.J.M. Boomaars en mr. P.A. de Lange, advocaat in Barendrecht;
het college, vertegenwoordigd door mr. J.S. Kramer en mr. J.K.M. Buitenhuis, advocaten in Den Haag, en A. van Wijk, ing. G.F.C. van Grunsven en mr. P.M.C. van Driel-Faasen;
Raedthuys WP Galder B.V., vertegenwoordigd door mr. G.A. Leever en ing. D.J. Matthijsse.
[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht om schorsing van het provinciaal inpassingsplan "Windenergie A16" en de voor het windpark Galder te Breda verleende omgevingsvergunning, zodat dit windpark moet worden stilgelegd in afwachting van de uitspraken van de Afdeling in zaken nrs. 202307256/1/R2 en 202406372/1/R2.
De voorzieningenrechter:
wijst de verzoeken af.
Gronden:
Het verzoek tot schorsing van het inpassingsplan wordt afgewezen, omdat bij dat verzoek naar het oordeel van de voorzieningenrechter spoedeisend belang ontbreekt. Alleen schorsing van het inpassingsplan, zonder schorsing van de omgevingsvergunning, zou namelijk niet tot resultaat hebben dat het windpark moet worden stilgelegd, terwijl een schorsing van alleen de omgevingsvergunning wel voldoende zou zijn om dat resultaat te bereiken.
Over het verzoek tot schorsing van de omgevingsvergunning overweegt de voorzieningenrechter het volgende. [verzoeker] betoogt in zaak nr. 202406372/1/R2 dat de omgevingsvergunning moet worden ingetrokken wegens strijdigheid met het Unierecht. Uit de uitspraken van de Afdeling van 18 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3744 en ECLI:NL:RVS:2024:3745, volgt echter dat de hier aan de orde zijnde strijdigheid met het Unierecht niet zonder meer tot heroverweging, laat staan intrekking van de omgevingsvergunning noopt. [verzoeker] betoogt weliswaar dat de Afdeling moet terugkomen van haar oordeel in die uitspraken, maar de voorzieningenrechter gaat bij de beoordeling van het verzoek uit van de juistheid van dat oordeel. Dit betekent dat nog geenszins zeker is dat de omgevingsvergunning, zoals [verzoeker] betoogt, moet worden ingetrokken. In aanmerking genomen verder dat een uitspraak van de Afdeling in zaak nr. 202406372/1/R2 binnen afzienbare tijd te verwachten is, zou een schorsing van de omgevingsvergunning in afwachting van die uitspraak naar het oordeel van de voorzieningenrechter een te verstrekkende voorziening zijn.
w.g. Van Gastel
voorzieningenrechter
w.g. Jacquemijns
griffier
462