Rechtspraak
Raad van State
2025-02-17
ECLI:NL:RVS:2025:1053
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
813 tokens
Inleiding
202408095/1/A2.
Datum uitspraak: 17 februari 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[appellante], wonend in [woonplaats],
appellante,
en
het College van Beroep voor de examens van de Christelijke Hogeschool Windesheim Zwolle (hierna: het college),
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 17 februari 2025 om 15:45 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. J.Th. Drop, voorzitter
Griffier: mr. P.A. de Vink
Jurist: mr. A. Zeilstra
Verschenen:
[appellante];
het college, vertegenwoordigd door J.W. Gerritsen.
=
=
Het beroep richt zich tegen de beslissing van het college van 22 oktober 2024. In die beslissing heeft het college het administratief beroep van [appellante] tegen de beslissingen van 14 september 2023, waarbij de examinator aan haar toetsen BDK M7 Ontwerpen van bedrijfskundige oplossingen 1 en BDK M8 Ontwerpen van bedrijfskundige oplossingen 2 de cijfers 4,3 en 3,0 heeft toegekend, niet-ontvankelijk verklaard.
Motivering
Niet in geschil is dat de termijn voor het instellen van administratief beroep tegen de beslissingen van 14 september 2023 liep tot en met 26 oktober 2023 en dat [appellante] op 26 september 2024 en dus te laat administratief beroep heeft ingesteld.
Op 30 januari 2024 heeft de grote kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven vier uitspraken gedaan (ECLI:NL:CBB:2024:31, ECLI:NL:CBB:2024:32, ECLI:NL:CBB:2024:33 en ECLI:NL:CBB:2024:34), die nieuwe regels stellen voor de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. De Afdeling moet de vraag of zich bijzondere omstandigheden voordeden die maken dat de termijnoverschrijding niet aan [appellante] kan worden toegerekend bezien in het licht van die uitspraken.
Het college heeft naar het oordeel van de Afdeling terecht het standpunt ingenomen dat [appellante] geen omstandigheden heeft aangedragen die ertoe leiden dat de termijnoverschrijding niet aan haar kan worden toegerekend. In de beslissingen van 14 september 2023 is duidelijk zichtbaar een beroepsclausule opgenomen waarin op de juiste wijze is vermeld dat tegen de beoordelingen binnen zes weken beroep kan worden ingesteld en dat het beroepschrift moet worden gericht aan het college. Daarbij wijst de Afdeling erop dat ook in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, van het Reglement College van Beroep voor de Examens Windesheim staat dat uitgeschreven studenten administratief beroep kunnen indienen.
Het betoog van [appellante] dat door herhaalde opmerkingen van haar docenten bij haar de indruk is ontstaan dat zij geen administratief beroep tegen de beoordelingen kon instellen zolang zij niet stond ingeschreven, volgt de Afdeling dan ook niet. Tijdens de zitting is bovendien aannemelijk geworden dat de opmerkingen van de docenten betrekking hadden op de mogelijkheid tot het aanvragen van een second opinion bij de examencommissie en niet op de mogelijkheid tot het instellen van administratief beroep bij het college.
Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Drop
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. De Vink
griffier
154-1129