Rechtspraak
Raad van State
2024-10-04
ECLI:NL:RVS:2024:4003
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
579 tokens
Inleiding
202304960/2/R4.
Datum beschikking: 4 oktober 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beschikking van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek van:
de raad van de gemeente Stichtse Vecht,
verzoeker,
om verlenging (artikel 8:51a, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht) van de bij tussenuitspraak van 3 juli 2024 in zaak nr. 202304960/1/R4 bepaalde termijn voor het herstellen van het bij die uitspraak geconstateerde gebrek in het bestreden besluit.
Procesverloop
Bij tussenuitspraak van 3 juli 2024 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 20 weken na de verzending daarvan het gebrek in het bestreden besluit te herstellen.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 9 september 2024, heeft de raad de Afdeling gevraagd om deze termijn te verlengen.
De Afdeling heeft bij brief van 19 september 2024 de andere partij in de gelegenheid gesteld op dit verzoek te reageren. Van deze mogelijkheid heeft [wederpartij] gebruik gemaakt.
Overwegingen
1. De raad heeft gevraagd om verlenging van de hersteltermijn tot en met 17 december 2024 of 28 januari 2025, omdat hij niet in staat is binnen de gestelde termijn het bestreden besluit te herstellen. Daarbij geeft hij aan dat hij voor het herstel nog in afwachting is van nadere stukken van [wederpartij].
2. De voor herstel van een gebrek in het bestreden besluit bepaalde termijn is een bindende termijn. Slechts in bijzondere gevallen kan na een gemotiveerd verzoek verlenging van deze termijn worden verleend. Het verzoek moet binnen de bij de tussenuitspraak bepaalde termijn worden ingediend.
3. Gelet op de door de raad gegeven toelichting op zijn verzoek en nu de wederpartij, [wederpartij], te kennen heeft gegeven geen bezwaar te hebben tegen een verlenging van de termijn, bestaat aanleiding de hersteltermijn te verlengen tot en met 4 februari 2025, een week na de door de raad genoemde raadsvergadering.
Dictum
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verlengt de bij haar uitspraak van 3 juli 2024 bepaalde termijn tot en met 4 februari 2025.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Bechinka, griffier.
w.g. Van Gastel
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Bechinka
griffier
371