Rechtspraak
Raad van State
2024-09-18
ECLI:NL:RVS:2024:3807
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
993 tokens
=== VOLLEDIG ===
202401621/1/R1.
Datum uitspraak: 18 september 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[appellant], wonend in Heijen, gemeente Gennep,
appellant,
en
de raad van de gemeente Gennep,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 18 september 2024 om 11:15 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. D.A. Verburg, voorzitter
griffier: mr. A.L. van Driel Kluit
Verschenen:
de raad, vertegenwoordigd door mr. S. Peters en K. Voshaart;
Kolat Wonen, vertegenwoordigd door [gemachtigde];
Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van 22 januari 2024, waarbij het bestemmingsplan "Nieuwwijkstraat Heijen" is vastgesteld.
De Afdeling
verklaart het beroep ongegrond;
er is daarom geen reden voor een proceskostenveroordeling.
Gronden:
De Afdeling licht dit oordeel toe en bespreekt daarvoor de drie onderwerpen die [appellant] aan de orde stelt:
- Woon- en leefklimaat;
- Evenemententerrein;
- Alternatieve locatie.
Woon- en leefklimaat
1. [appellant] zegt dat zijn woon- en leefklimaat onevenredig wordt aangetast. Het plan maakt woningbouw en parkeervoorzieningen mogelijk voor zijn woning, terwijl die plek onder het vorige bestemmingsplan bestemd was als "Groen". Er gaat volgens [appellant] veel groen verloren.
1.1. Er bestaat geen recht op behoud van wat in het vorige bestemmingsplan geregeld was.
1.2. De raad mocht vinden dat de vermindering van de hoeveelheid groen niet leidt tot een ernstige aantasting van het woon- en leefklimaat. De raad erkent dat de leefomgeving verandert, onder meer doordat het gebied voor een deel wordt bestemd voor wonen en bijbehorende parkeervoorzieningen. Het plan voorziet aan de andere kant in veel groen, waarvan het grootste deel tegenover de woning van [appellant]. Bovendien heeft de raad meer gewicht mogen toekennen aan het belang van woningbouw dan aan het belang van [appellant] bij het behoud van groen.
Het betoog slaagt niet.
Evenemententerrein
2. [appellant] vindt dat de aanduiding "evenemententerrein", die het gebied voorheen had, onterecht is vervallen in het plan. Volgens [appellant] gaat daardoor een waardevolle evenementenlocatie verloren.
2.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het plangebied bij uitstek geschikt is voor woningbouw. Daarom wordt de evenementenlocatie verplaatst naar een andere locatie in Heijen.
2.2. De raad mocht meer gewicht toekennen aan het belang van woningbouw dan aan het belang van [appellant] bij het behoud van de evenementenlocatie. Daarbij is van belang dat een nieuwe evenementenlocatie binnen Heijen wordt aangewezen. Gelet op de geringe omvang van Heijen zal ook de afstand tot deze nieuwe locatie gering zijn.
Het betoog slaagt niet.
Alternatieve locatie
3. [appellant] betoogt dat de raad onvoldoende heeft onderzocht of alternatieve locaties mogelijk waren voor de woningbouw.
3.1. De raad stelt zich op het standpunt dat de gekozen locatie geschikt is voor woningbouw.
3.2. De raad moet bij de keuze van een bestemming een afweging maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beleidsruimte. De voor- en nadelen van alternatieven moeten in die afweging worden meegenomen.
Aangezien [appellant] geen alternatieve locaties vermeldt, kan zijn betoog niet leiden tot het oordeel dat de raad de voorkeur aan een specifieke andere locatie had moeten geven. Uit zijn betoog blijkt evenmin dat de gekozen locatie in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarom ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad voor een alternatieve locatie voor woningbouw had moeten kiezen.
Het betoog slaagt niet.
w.g. Verburg
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Driel Kluit
griffier
703-1126