Rechtspraak
Raad van State
2024-08-20
ECLI:NL:RVS:2024:3367
Bestuursrecht
Verschoning
448 tokens
Procesverloop
Ten aanzien van zaak nr. 202404526/1/A2, die op 21 augustus 2024 op zitting zal worden behandeld, heeft mr. G.T.J.M. Jurgens (hierna: de staatsraad), als lid van de enkelvoudige kamer belast met de behandeling van deze zaak, op 19 augustus 2024 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:19, eerste lid, van de Awb kan op grond van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelt, verzoeken zich te mogen verschonen.
2. In artikel 8:15 van de Awb is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelt, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3. De staatsraad heeft te kennen gegeven dat zij bij de voorbereiding van deze zaak heeft geconstateerd dat het college van beroep voor de examens van de Radboud Universiteit een van de partijen is. Tot en met juni 2024 was de staatsraad lid van de academische opleidingsraad van de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van deze zaak te voorkomen, heeft de staatsraad verzocht zich te mogen verschonen.
4. De Afdeling acht, gezien deze motivering, inwilliging van het verzoek gerechtvaardigd.
5. Gelet op het vorenstaande wordt het verzoek toegewezen.
Dictum
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe.
Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, voorzitter, en mr. H.G. Sevenster en mr. C.M. Wissels, leden, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.
w.g. Minderhoud
voorzitter
w.g. Tibold
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2024
853