Rechtspraak
Raad van State
2024-08-14
ECLI:NL:RVS:2024:3316
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
608 tokens
Inleiding
202404858/2/V2.
Datum uitspraak: 14 augustus 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
verzoeker,
tegen de tussenuitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 28 mei 2024 en haar einduitspraak van 5 juli 2024 in zaak nr. NL22.11089 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 18 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij besluit van 8 november 2022 heeft de staatssecretaris het besluit van 18 mei 2022 aangevuld.
Bij tussenuitspraak van 28 mei 2024 heeft de rechtbank de staatssecretaris in de gelegenheid gesteld om schriftelijk een aanvullend standpunt te innemen.
Bij brief van 31 mei 2024 heeft de staatssecretaris op de tussenuitspraak gereageerd.
Bij uitspraak van 5 juli 2024 heeft de rechtbank het door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1. De minister verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist.
Dictum
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Huizer, griffier.
w.g. De Poorter
voorzieningenrechter
w.g. Huizer
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 14 augustus 2024
987