Rechtspraak
Raad van State
2024-08-06
ECLI:NL:RVS:2024:3172
Bestuursrecht
Mondelinge uitspraak
733 tokens
Inleiding
202300555/1/A2.
Datum uitspraak: 6 augustus 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 19 december 2022 in zaak nr. 22/1720 in het geding tussen:
[appellant]
en
de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond (hierna: de SUWR).
Openbare zitting gehouden op 1 augustus 2024 om 11:30 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: mr. A.S. Rietveld
Jurist: L.R. Meeng
Verschenen:
De SUWR, vertegenwoordigd door mr. W. Breure.
=
=
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 19 december 2022 van de rechtbank Rotterdam, waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van de SUWR van 23 maart 2022 ongegrond heeft verklaard. Bij dit besluit heeft de SUWR het bezwaar van [appellant] tegen het besluit van 13 september 2021 tot afwijzing van zijn aanvraag om haar een urgentieverklaring te verlenen, ongegrond verklaard.
Motivering
De gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd komen er in de kern op neer dat zij vindt dat de SUWR niet van het medisch advies van de SMA mocht uitgaan. Dit advies is namelijk niet in lijn met de door haar overgelegde stukken en daarom is het niet inzichtelijk hoe de arts tot deze conclusie is gekomen. Haar dochter [naam dochter] kampt met chronische medische beperkingen en klachten waarvoor volgens [appellant] spoedige verhuizing naar een passende woonruimte noodzakelijk is.
De rechtbank heeft zich ook al uitgelaten over deze beroepsgronden. In overweging 5.1 en 5.2 van de aangevallen uitspraak oordeelt de rechtbank dat het bestuursorgaan mag uitgaan van het advies van een medisch deskundige als dit advies op een onpartijdige, objectieve en inzichtelijke wijze is opgesteld. [appellant] heeft volgens de rechtbank geen medische informatie ingebracht op grond waarvan zou moeten worden getwijfeld aan de juistheid van het advies van de arts. De Afdeling kan zich vinden in dit oordeel van de rechtbank. Ook in hoger beroep heeft [appellant] geen (nieuwe) medische stukken overgelegd waaruit blijkt dat de SUWR niet van het medisch advies mocht uitgaan.
De Afdeling voegt hieraan toe dat dit oordeel niet betekent dat de medische beperkingen van [naam dochter] niet lastig voor haar zijn. Maar de SUWR moet vanwege de grote tekorten aan sociale huurwoningen streng zijn in de toekenning van urgentieverklaringen. Zij heeft daarom de aanvraag om medische urgentie kunnen afwijzen omdat [appellant] niet voldoet aan de voorwaarden voor medische urgentie.
De SUWR hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Rietveld
griffier
1064