Rechtspraak
Raad van State
2024-06-25
ECLI:NL:RVS:2024:2758
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Herziening
743 tokens
Volledig
202400920/1/R4
Datum uitspraak: 25 juni 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) op het verzoek van:
[verzoeker A] en [verzoeker B], wonend in Montfoort,
verzoekers,
om herziening (artikel 8:119 van de Awb) van de uitspraak van de Afdeling van 6 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1832.
Openbare zitting gehouden op 25 juni 2024 om 11:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. N. Verheij, voorzitter
griffier: mr. L.S. Kors, bijgestaan door mr. D.E.P. van Gulik
Verschenen:
[verzoeker B], bijgestaan door mr. J.J.J. de Rooij, advocaat te Tilburg;
Het college van burgemeester en wethouders van Montfoort, vertegenwoordigd door mr. S.W. Derksen, advocaat te Utrecht, en M.H.A. de Vries.
=
=
[verzoekers] hebben de Afdeling verzocht om haar uitspraken van 6 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1832, en 31 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1334, te herzien. Bij de uitspraak van 31 mei 2017 is een eerder verzoek om herziening van de uitspraak van 6 november 2013 afgewezen. Het verzoek wordt daarom opgevat als verzoek om herziening van enkel de oorspronkelijke uitspraak van 6 november 2013. In die uitspraak is het hoger beroep van [verzoeker A] tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 21 januari 2013 in zaak nr. 12/2239 ongegrond verklaard. De rechtbank had het beroep van [verzoeker A] tegen het besluit van 15 mei 2012, waarbij aan hem een omgevingsvergunning was verleend, niet-ontvankelijk verklaard.
Op de zitting is besproken dat [verzoeker B] geen partij was bij de uitspraak van 6 november 2013 en daarom, gezien artikel 8:119 van de Awb, niet kan verzoeken om herziening daarvan en dat het verzoek daarom wordt opgevat als afkomstig van enkel [verzoeker A], die wel partij was bij die uitspraak.
De Afdeling wijst het verzoek af.
De reden daarvoor is dat het procesbelang bij het verzoek ontbreekt.
In de uitspraak van 31 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1333, heeft de Afdeling al geoordeeld dat de voorwaarde dat de parkeerplaatsen openbaar moeten zijn - waar [verzoeker A] het niet mee eens is - niet als voorschrift is verbonden aan de omgevingsvergunning van 15 mei 2012.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft al geoordeeld over de vraag of [verzoeker A] recht heeft op schadevergoeding van de gemeente Montfoort wegens het handelen van de gemeente met betrekking tot de parkeerplaatsen.
[verzoeker A] kan met zijn verzoek om herziening materieel niets meer bereiken. Het is een fundamentele regel van procesrecht dat alleen een inhoudelijke uitspraak wordt gedaan als daarmee materieel nog wel iets kan worden bereikt. De vraag of een proceskostenveroordeling moet worden uitgesproken, geeft dus geen aanleiding voor een inhoudelijke beoordeling.
w.g. Verheij
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Kors
griffier
687-1098