Rechtspraak
Raad van State
2024-06-13
ECLI:NL:RVS:2024:2490
Bestuursrecht
Mondelinge uitspraak
732 tokens
Volledig
202401181/2/R1
Datum uitspraak: 13 juni 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker A] en [verzoeker B], beiden wonend in [woonplaats],
verzoekers,
en
de raad van de gemeente Veere,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 13 juni 2024 om 11:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. N. Verheij, voorzieningenrechter
griffier: mr. L.C.M. Wijgerde, bijgestaan door mr. L. Tarifit
Verschenen:
[verzoeker A] en [verzoeker B];
De raad, vertegenwoordigd door mr. L.A. Kaan en drs. D.G.M. Jansen-Haaze, vergezeld door [projectontwikkelaar].
=
=
[verzoekers] hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de raad van 8 november 2023, waarbij het bestemmingsplan "De Biezenweie" is vastgesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter:
I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Veere van 8 november 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "De Biezenweie", voor zover het betreft het plandeel met de enkelbestemming "Maatschappelijk" en voor zover het betreft het plandeel met de enkelbestemming "Agrarisch" met de functieaanduiding "specifieke vorm van agrarisch - milieuzone chemische gewasbeschermingsmiddelen";
II. veroordeelt de raad van de gemeente Veere tot vergoeding van bij [verzoeker A] en [verzoeker B] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 145,58, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;
III. gelast dat de raad van de gemeente Veere aan [verzoeker A] en [verzoeker B] het voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 187,00 vergoedt, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.
De voorzieningenrechter heeft de volgende redenen voor dit oordeel:
- De voorzieningenrechter acht te veel onduidelijk over wat het bestaande gebruik is en of er zware bestrijdingsmiddelen worden gebruikt, en hoe dit te rijmen is met de realisering van zorgwoningen op 20 meter afstand.
- De voorzieningenrechter is er daarom niet van overtuigd dat het plan in de hoofdprocedure in stand zal blijven.
- De voorzieningenrechter wijst er voor de volledigheid op dat bij nieuwe ontwikkelingen om opheffing van de voorlopige voorziening gevraagd kan worden.
w.g. Verheij
voorzieningenrechter
w.g. Wijgerde
griffier
672-1036