Rechtspraak
Raad van State
2024-05-06
ECLI:NL:RVS:2024:1912
Bestuursrecht
Eerste aanleg - meervoudig
553 tokens
Inleiding
202402725/1/A2.
Datum uitspraak: 6 mei 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
de vereniging Jezus Leeft, gevestigd te Giessenburg, gemeente Molenlanden,
appellante,
en
de Kiesraad, handelend als centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van het Europees Parlement (hierna: het centraal stembureau),
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 6 mei 2024 om 11:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. N. Verheij, voorzitter
Staatsraad mr. C.J. Borman, lid
Staatsraad mr. B.P.M. van Ravels, lid
griffier: mr. M. Rijsdijk
jurist: mr. L.J.A. van Gils
Verschenen:
Jezus Leeft, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. M.W. Huijzer, advocaat te Papendrecht;
Het centraal stembureau, vertegenwoordigd door mr. M. Bijl en mr. I. Bakker;
Het beroep richt zich tegen het besluit van 29 april 2024, waarbij het centraal stembureau de kandidatenlijst van Jezus Leeft ongeldig heeft verklaard, omdat de lijst niet voldoet aan het bij ministeriële regeling vastgestelde model.
Dictum
De Afdeling verklaart het beroep ongegrond.
Gronden
- Vast staat dat de door Jezus Leeft ingediende lijst niet voldoet aan het thans geldende, krachtens de Kieswet vastgestelde model (zie artikel H 1, derde lid, van de Kieswet in samenhang gelezen met artikel 1, eerste lid, van de Kiesregeling, en bijlage 1 bij de Kiesregeling). Jezus Leeft heeft dat op zitting ook erkend.
- In het systeem van de Kieswet is dit verzuim onherstelbaar (zie artikel I 5, aanhef en onder d, van de Kieswet).
- De wet is in dit opzicht strikt. Hier staat tegenover dat het centraal stembureau vooraf diverse mogelijkheden tot ondersteuning heeft geboden om verzuimen te voorkomen. Jezus Leeft is een ervaren partij die al meerdere keren aan verkiezingen heeft deelgenomen. Zij wist dat deze ondersteuning werd geboden, maar heeft daar geen gebruik van gemaakt.
Er bestaat geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.
w.g. Verheij
voorzitter
w.g. Rijsdijk
griffier
705-1043