Rechtspraak
Raad van State
2024-05-06
ECLI:NL:RVS:2024:1883
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
696 tokens
Inleiding
202400909/1/V2.
Datum uitspraak: 6 mei 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) in het geding tussen:
[de vreemdeling],
de vreemdeling,
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 10 januari 2024 heeft de staatssecretaris een zogenoemd besluit- en vertrekmoratorium bekendgemaakt voor vreemdelingen uit de Palestijnse gebieden (Stcrt. 2024, nr. 149).
Tegen dit besluit heeft de vreemdeling beroep ingesteld.
Overwegingen
1. De vreemdeling stelt dat hij staatloos is en uit de Palestijnse gebieden komt. De staatssecretaris bestrijdt dit niet. De vreemdeling heeft in 2023 in Nederland asiel aangevraagd.
2. De in het beroep aan de orde gestelde rechtsvraag over de motivering door de staatssecretaris van het besluit tot het instellen van het besluitmoratorium voor de Palestijnse gebieden, heeft de Afdeling beantwoord in de uitspraak van 24 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1663. Het besluit van 10 januari 2024 (Stcrt. 2024, nr. 149) is vernietigd, voor zover de staatssecretaris daarbij een besluitmoratorium heeft ingesteld.
3. Het beroep is gegrond. Alles wat de vreemdeling de Afdeling meer of anders heeft verzocht te oordelen, wordt niet besproken. Het beroep van de vreemdeling was namelijk gericht tegen het besluit tot het instellen van een besluitmoratorium en dat besluit is vernietigd.
4. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Dictum
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het beroep gegrond;
II. veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 875,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.R. Trox, griffier.
w.g. De Moor-van Vugt
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Trox
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 6 mei 2024
968
Tegen deze uitspraak kan verzet worden gedaan bij de Afdeling (artikel 8:55 van de Awb).
- Verzet moet schriftelijk en binnen zes weken na verzending van deze uitspraak worden gedaan.
- In het verzetschrift moeten de redenen worden vermeld waarom de indiener het niet eens is met wat er in deze uitspraak staat.
- Als de indiener over het verzet door de Afdeling wil worden gehoord, moet dit in het verzetschrift worden gevraagd. De zitting gaat dan alleen over de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak waartegen uw verzet is gericht.