Rechtspraak Raad van State 2023-03-14
ECLI:NL:RVS:2023:995
Bestuursrecht
202301542/1/A2. Datum uitspraak: 14 maart 2023 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen: [appellant], en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (hierna: het college), verweerder. Openbare zitting gehouden op 14 maart 2023 om 09:15 uur. Tegenwoordig: Staatsraad mr. C.J. Borman, voorzitter Staatsraad mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, lid Staatsraad mr. A.W.M. Bijloos, lid griffier: mr. M. Rijsdijk Verschenen: Het college, vertegenwoordigd door mr. S. Lensink; De Kiesraad, vertegenwoordigd door mr. D. Bogaart. [appellant] heeft beroep bij de Afdeling ingesteld, omdat hij een stempas wil krijgen voor de provinciale statenverkiezingen en de waterschapsverkiezingen. De Afdeling verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Gronden Op grond van artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht is [appellant] voor het door hem ingestelde beroep griffierecht verschuldigd. Hij is daar in de brief van 10 maart 2023 op gewezen. Tot aan de zitting kon hij het verschuldigde griffierecht van € 184,00 voldoen. De Afdeling stelt vast dat het griffierecht niet is voldaan. De door [appellant] aangevoerde bezwaren tegen het betalen van griffierecht kunnen niet leiden tot het oordeel dat hij redelijkerwijs niet in verzuim is geweest. w.g. Borman voorzitter w.g. Rijsdijk griffier 705