Rechtspraak
Raad van State
2023-10-05
ECLI:NL:RVS:2023:3672
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
1,005 tokens
Inleiding
202305572/2/R4.
Datum uitspraak: 5 oktober 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker A] en [verzoeker B], wonend te Winssen, gemeente Beuningen,
verzoekers,
en
de raad van de gemeente Beuningen,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 11 juli 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Plakstraat 8a Winssen" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben [verzoekers] beroep ingesteld. Verder hebben zij de voorzieningenrechter binnen de beroepstermijn verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
[partij A], [partij B] en [partij C], h.o.d.n. "[bedrijf]" hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op een zitting behandeld op 22 september 2023, waar [verzoeker A], bijgestaan door mr. G.T. van de Weerdt, rechtsbijstandverlener te Leusden, is verschenen en de raad, vertegenwoordigd door S.H. Geurtse, aan de zitting heeft deelgenomen via een videoverbinding. Voorts is ter zitting [bedrijf], vertegenwoordigd door [partij B], via een videoverbinding als partij gehoord.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2. In het plangebied bevinden zich een fruitboomgaard en een kas. Sinds 2016 vinden daar evenementen plaats. Het college van burgemeester en wethouders van Beuningen heeft hiervoor meerdere keren tijdelijke vergunningen verleend. Op 17 december 2021 heeft het college opnieuw een omgevingsvergunning verleend aan [bedrijf] waardoor zij tot en met 31 december 2024 het plangebied mag gebruiken als evenementenlocatie. Met het plan is bedoeld het gebruik als evenementenlocatie onder voorwaarden permanent planologisch mogelijk te maken.
3. Het perceel waarop [verzoekers] wonen grenst direct aan het plangebied. Zij ervaren geluid- en parkeeroverlast van de evenementen en willen niet dat het gebruik als evenementenlocatie met dit plan permanent planologisch mogelijk wordt en dat er bovendien vaker evenementen met grote groepen gasten mogen plaatsvinden. Met name hierom hebben zij beroep ingesteld tegen het plan en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
4. De voorzieningenrechter overweegt dat, doordat het college aan [bedrijf] een omgevingsvergunning heeft verleend, in het plangebied al evenementen mogen plaatsvinden. Schorsing van het bestemmingsplan maakt dit niet anders en zou de door [verzoekers] ervaren geluid- en parkeeroverlast dus niet kunnen wegnemen. Hoewel het op basis van het plan mogelijk wordt gemaakt om jaarlijks meer grote evenementen te organiseren dan op basis van de verleende omgevingsvergunning is toegestaan, ziet de voorzieningenrechter hierin onvoldoende reden voor het treffen van een voorlopige voorziening. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat op zitting is gebleken dat tussen partijen niet in geschil is dat dergelijke grote evenementen vooral in de periode mei tot en met september plaatsvinden, waardoor het de verwachting is dat de locatie in de komende periode niet of nauwelijks gebruikt zal worden om dergelijke grote evenementen te organiseren.
5. Gelet hierop, ziet de voorzieningenrechter in wat [verzoekers] hebben aangevoerd onvoldoende aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.
6. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. P.H.A. Knol, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.I. van Kesteren, griffier.
w.g. Knol
voorzieningenrechter
w.g. Van Kesteren
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 5 oktober 2023
897