Rechtspraak
Raad van State
2023-08-31
ECLI:NL:RVS:2023:3348
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
653 tokens
Inleiding
202305595/1/A2.
Datum uitspraak: 31 augustus 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van:
[verzoeker],
Procesverloop
Bij beslissing van 20 juli 2023 heeft de examencommissie Psychobiologie van de Universiteit van Amsterdam het verzoek van [verzoeker] om een extra herkansing voor het onderdeel Academic Attitude van het vak Moleculaire Neurobiologie afgewezen.
Tegen deze beslissing heeft [verzoeker] administratief beroep ingesteld bij het college van beroep voor de examens (het college).
Nadat de voorzitter van het college een verzoek om een voorlopige voorziening heeft afgewezen heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter van de Afdeling verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Beoordeling
3. [verzoeker] vraagt om een voorlopige voorziening omdat hij op 1 september 2023 van start wil gaan met zijn master. Indien er geen voorziening wordt getroffen, loopt hij een jaar studievertraging op, aldus [verzoeker].
4. De voorzieningenrechter beschikt in dit stadium niet over het volledige dossier en evenmin over het standpunt van de examencommissie over de door [verzoeker] naar voren gebrachte gronden. Omdat de gevraagde voorlopige voorziening op deze korte termijn niet (inhoudelijk) kan worden beoordeeld, ziet de voorzieningenrechter, mede in het licht van de betrokken belangen, aanleiding om het verzoek bij wijze van ordemaatregel toe te wijzen. De voorzieningenrechter zal het verzoek op korte termijn op zitting behandelen, waarbij zal worden onderzocht of aanleiding bestaat om de getroffen voorziening op te heffen of te wijzigen.
5. Deze toewijzing heeft een voorlopig karakter en hiermee loopt de voorzieningenrechter niet vooruit op het uiteindelijke oordeel over het verzoek van [verzoeker].
6. Gelet op het vorenstaande ziet de voorzieningenrechter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.
7. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
treft de voorlopige voorziening dat [verzoeker] wordt toegelaten tot het onderwijs van de masteropleiding.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. B. van Dokkum, griffier.
w.g. Borman
voorzieningenrechter
w.g. van Dokkum
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 31 augustus 2023