Rechtspraak
Raad van State
2023-08-03
ECLI:NL:RVS:2023:3009
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
596 tokens
Inleiding
202304941/2/V3.
Datum uitspraak: 3 augustus 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 3 augustus 2023 in zaak nr. NL23.20470 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 27 juni 2023 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 3 augustus 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van die dag bevolen en de vreemdeling schadevergoeding toegekend.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het verzoek heeft geen verdere strekking dan dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de staatssecretaris in afwachting van de uitspraak op het door hem ingestelde hoger beroep geen gevolg hoeft te geven aan het bevel van de rechtbank. Als de staatssecretaris gehouden is dat wel te doen bestaat volgens de staatsecretaris de aanzienlijke kans dat dit tot gevolgen leidt die niet dan wel slechts bezwaarlijk zijn te herstellen.
2. De voorzieningenrechter ziet aanleiding bij wijze van ordemaatregel te bepalen dat de maatregel van bewaring niet hoeft te worden opgeheven totdat de Afdeling, nadat de vreemdeling de gelegenheid heeft gekregen op het verzoek te reageren, uitspraak heeft gedaan op het verzoek.
Dictum
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van ordemaatregel dat de maatregel van bewaring niet hoeft te worden opgeheven totdat uitspraak is gedaan op het verzoek.
Aldus vastgesteld door mr. A. Kuijer, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.
w.g. Kuijer
voorzieningenrechter
w.g. Schipper
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2023
872