Rechtspraak
Raad van State
2023-07-21
ECLI:NL:RVS:2023:2894
Bestuursrecht
Mondelinge uitspraak
755 tokens
Inleiding
202108214/2/R1.
Datum uitspraak: 21 juli 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
Stichting Dorpsraad Moergestel, gevestigd te Moergestel, gemeente Oisterwijk,
verzoekster,
en
de raad van de gemeente Oisterwijk,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 21 juli 2023 om 10:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, voorzieningenrechter
griffier: mr. F. Dinleyici
Verschenen:
Stichting Dorpsraad Moergestel, vertegenwoordigd door mr. R.J. Wevers, advocaat te 's-Hertogenbosch, vergezeld van [gemachtigde] en mr. R.H.J.J. de Hoon, en de raad, vertegenwoordigd door mr. J.A. Mohuddy en mr. E.P. Euverman, beiden advocaat te Breda, vergezeld van C.M. Oldenhaven. Ook is ter zitting [partij], vertegenwoordigd door mr. E. Beele, advocaat te Tilburg, vergezeld van ing. G.G.I. Wittenberg, als partij gehoord.
=
=
Het verzoek richt zich tegen het besluit van 14 oktober 2021 waarbij de raad het bestemmingsplan "Raadhuisstraat ong., Moergestel" heeft vastgesteld.
De voorzieningenrechter
I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Oisterwijk van 14 oktober 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Raadhuisstraat ong., Moergestel";
II. veroordeelt de raad van de gemeente Oisterwijk tot vergoeding van bij Stichting Dorpsraad Moergestel in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 837,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
III. gelast dat de raad van de gemeente Oisterwijk aan Stichting Dorpsraad Moergestel het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 360,00 vergoedt.
Gronden:
Beoordeling
2. Gelet op de betrokken belangen ziet de voorzieningenrechter aanleiding een voorlopige voorziening te treffen die erin voorziet dat het plan wordt geschorst. De voorzieningenrechter wijst erop dat een afwijzing van het verzoek onomkeerbare gevolgen zou kunnen hebben. Op 5 mei 2023 is een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een complex van 15 appartementen. Als het plan niet wordt geschorst en in werking is op het moment dat het college beslist op het bezwaar tegen de vergunning, dan vormt dit plan daarbij het verplichte toetsingskader. Een mogelijke latere vernietiging van het plan in de bodemprocedure kan daaraan dan niet meer afdoen. Om die reden bestaat aanleiding om het plan te schorsen. De voorzieningenrechter betrekt hierbij dat, zoals ter zitting is besproken, zo snel mogelijk uitspraak zal worden gedaan in de bodemzaak.
w.g. De Moor-van Vugt
voorzieningenrechter
w.g. Dinleyici
griffier
909