Rechtspraak Raad van State 2011-06-01
ECLI:NL:RVS:2011:BQ6842
Bestuursrecht
201010548/1/H2. Datum uitspraak: 1 juni 2011 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: de stichting Stichting Centrum voor Anticonceptie, Seksualiteit en Abortus Leiden, gevestigd te Leiden (hierna: CASA), appellante, en het College voor zorgverzekeringen, verweerder. Bij besluit van 4 juni 2010 heeft het College aan CASA een subsidie verleend voor het jaar 2010 ten bedrage van € 861.270,00 voor de door haar geëxploiteerde abortuskliniek. Bij besluit van 1 oktober 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft het College het door CASA hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft CASA bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 3 november 2010, beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 maart 2011, waar CASA, vertegenwoordigd door G.A. van Herk en G. Brand, en het College, vertegenwoordigd door mr. A.M.C. van Saase en E. Koops, zijn verschenen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzitter, en mr. K.J.M. Mortelmans en mr. J.A. Hagen, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, ambtenaar van staat. w.g. Lubberdink w.g. Dallinga voorzitter ambtenaar van staat Uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2011 18-680. 2.1. Ingevolge artikel 44, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (hierna: de AWBZ), kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat het College overeenkomstig in die regeling gestelde regels subsidies verstrekt voor zwangerschapsafbrekingen in de zin van de Wet afbreking zwangerschap, overtijdbehandelingen en aan beide behandelingsvormen verbonden nazorg. Ingevolge artikel 1.4.1, aanhef en onder a, van de Regeling subsidies AWBZ (hierna: de Regeling), stelt het College voor de subsidies in deze regeling een formulier voor de aanvraag van subsidie vast. Ingevolge artikel 1.8.1 zorgt de subsidieontvanger ervoor dat: a. de doeleinden, gesteld in het activiteitenplan dan wel het projectplan, op doelmatige wijze worden nagestreefd; b. de werkzaamheden op een zodanige manier worden geregeld dat een goed beleid en beheer worden gevoerd, en c. de subsidie op doelmatige wijze wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor deze wordt verleend. Ingevolge artikel 1.8.2 zorgt de subsidieontvanger er voorts voor: a. dat de administratie op overzichtelijke en doelmatige wijze wordt gevoerd; b. dat de administratie een juist, volledig en actueel beeld geeft van het functioneren van de instelling, en c. dat van alle ontvangsten en uitgaven deugdelijke bewijsstukken aanwezig zijn waaruit de aard en de omvang van de geleverde goederen of van de verrichte diensten duidelijk blijken. Ingevolge artikel 2.11.4, worden bij de subsidieverstrekking slechts de volgende lasten in aanmerking genomen: a. de personeelslasten en materiële lasten, die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van zwangerschapsafbrekingen, overtijdsbehandelingen en nazorg; b. de kapitaalslasten met in achtneming van de volgende voorwaarden; 1°. afschrijvingslasten worden berekend met toepassing van de beleidsregels inzake afschrijvingen bij abortusklinieken van de Nederlandse Zorgautoriteit, 2° tot en met 7° […]; c. baten en lasten worden alleen dan verantwoord in de exploitatie als deze verband houden met de in artikel 2.11.2, eerste lid, genoemde activiteiten. 2.2. Volgens artikel 2, onder b.2, van de Beleidsregel afschrijving, zoals die luidde ten tijde hier van belang, worden de kosten van afschrijving die behoren bij aanvullende investeringen ná 1 januari 2009 in de aanvaardbare kosten opgenomen conform de kosten van afschrijving vermeld onder c. Volgens dat artikel, onder c, kunnen de kosten van afschrijvingen die behoren bij investeringen die op of ná 1 januari 2009 zijn gerealiseerd én die geen betrekking hebben op kleinschalige woonvoorzieningen of op de levering van extramurale zorg, met uitzondering van de kinderdagcentra, in de aanvaardbare kosten opgenomen worden. Hiervoor dienen de investeringen gespecificeerd te worden in de investeringsonderdelen zoals genoemd onder 2e én voorzien te worden van een accountantsverklaring. Volgens dat artikel, onder e, voor zover thans van belang, wordt bij de bepaling van de aanvaardbare kosten met inachtneming van het bovenstaande uitgegaan van de daarin genoemde afschrijvingspercentages. 2.3. Bij besluit van 4 juni 2010 heeft het College onder meer een korting toegepast ten bedrage van € 16.735,00 op de door CASA opgevoerde post afschrijvingen inventarissen en dientengevolge de subsidie over 2010 tot een lager bedrag verleend dan was aangevraagd. Het College heeft ter nadere toelichting daarvan verwezen naar de door hem opgestelde en bij het besluit van 4 juni 2010 behorende "Afschrijvingsstaat Materiële vaste activa", waarin het College onder meer de afschrijvingen inventarissen over 2010 heeft berekend. Het College heeft zich in het besluit van 1 oktober 2010 naar aanleiding van het bezwaar tegen de toegepaste correctie op de afschrijving van de inventaris op het standpunt gesteld dat CASA bij dit bezwaar tegen de subsidieverlening over 2010 alsnog investeringen heeft opgevoerd die zij in 2009 zou hebben gedaan. Gebleken is dat zij in de aanvraag om subsidieverlening over 2009 geen nieuwe investeringen voor dat jaar heeft ingediend. Het College heeft aan de hand van die aanvraag subsidie over 2009 verleend. De nieuw ingediende investeringen over 2009 en de daaruit voortvloeiende afschrijvingslasten moeten bij de subsidieverlening over 2010 buiten beschouwing worden gelaten. CASA had, middels een herziene aanvraag om subsidieverlening over 2009, het College alsnog kunnen verzoeken om deze investeringen en de daaruit voortvloeiende afschrijvingslasten voor subsidie in aanmerking te brengen, maar zij heeft dit achterwege gelaten, aldus het College. Het College heeft ook overigens geen aanleiding gezien om af te wijken van de bij het besluit van 4 juni 2010 behorende berekening. 2.4. CASA betoogt dat het College zich ten onrechte op het standpunt stelt, dat zij eerst in bezwaar tegen de subsidieverlening over 2010 nieuwe investeringen over 2009 heeft opgevoerd. CASA voert daartoe aan dat uit de aanvraag om subsidieverlening 2009 blijkt dat zij voor 2009 investeringen heeft begroot van in totaal € 62.500,00. De werkelijke investeringen hebben in 2009 € 71.000,00 bedragen en de daaruit voortvloeiende afschrijvingslasten over 2010 zijn meegenomen in de aanvraag om subsidieverlening over 2010. CASA voert verder aan dat uit de aanvraag om subsidieverlening over 2009 blijkt dat zij voor het jaar 2008 afschrijvingslasten heeft opgevoerd ten bedrage van € 67.191,00 en dat zij voor het jaar 2009 de afschrijvingslasten heeft begroot op € 73.600,00. Volgens CASA kan een toename van deze afschrijvingslasten alleen wijzen op nieuwe investeringen. Dat zij deze niet nader heeft toegelicht, maakt niet dat zij deze niet heeft begroot, aldus CASA. CASA betoogt voorts, dat zelfs indien zij bij de aanvraag om subsidieverlening over 2009 geen nieuwe investeringen zou hebben opgevoerd, dit niet zonder meer inhoudt dat zij in 2009 geen investeringen heeft gedaan, waarvan zij de afschrijvingslasten kan opvoeren over 2010. CASA voert daartoe aan, dat het College zich ten onrechte op het standpunt stelt dat het geven van een toelichting op de begrote investeringen noodzakelijk is om in aanmerking te kunnen komen voor subsidiëring. Uit de Subsidieregeling of het aanvraagformulier blijkt niet dat het geven van een toelichting een verplichtend karakter heeft. CASA voert voorts aan, dat het College geen bestendige gedragslijn volgt door thans een nadere toelichting te verlangen op de investeringen, terwijl het College over eerdere jaren telkens subsidie heeft verleend overeenkomstig de daartoe strekkende aanvraag zonder daarbij een nadere toelichting te verlangen. Tenslotte voert CASA aan dat het College geen instemmings- of goedkeuringsrecht heeft ten aanzien van de door de subsidieontvanger noodzakelijk geachte investeringen of de hoogte daarvan. De Regeling biedt geen ruimte om de veronderstelde nieuw ingediende investeringen over 2009 buiten beschouwing te laten, aldus CASA. 2.4.1. Anders dan CASA betoogt kan uit de aanvraag om subsidieverlening over 2009 niet worden afgeleid dat zij voor dat jaar daarin nieuwe investeringen heeft opgenomen, waarvan de afschrijvingslasten voor subsidieverlening in aanmerking komen. De enkele omstandigheid dat de afschrijvingslasten op een hoger bedrag zijn gesteld is daarvoor onvoldoende. Uit het beroepschrift blijkt dat CASA aan de aanvraag om subsidieverlening over de jaren 2009 en 2010, evenals zij over 2007 en 2008 had gedaan, een interne berekening van de investeringen ten grondslag heeft gelegd die niet tot uitdrukking komt in de desbetreffende aanvraag. Deze interne berekening heeft zij evenmin bij de aanvraag anderszins kenbaar gemaakt aan het College. Eerst in bezwaar heeft CASA enig inzicht gegeven in de berekening van de afschrijvingslasten over 2010. Het College heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eerst hieruit kan worden afgeleid dat CASA in 2009 nieuwe investeringen heeft gedaan, waarvan de afschrijvingslasten over 2010 voor subsidie in aanmerking kunnen komen.