Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-01-16
ECLI:NL:RBZWB:2026:988
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
3,292 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:988 text/xml public 2026-02-27T08:38:51 2026-02-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-01-16 C/02/443663 / FA RK 26-46 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:988 text/html public 2026-02-25T08:25:08 2026-02-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:988 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 16-01-2026 / C/02/443663 / FA RK 26-46 zorgmachtiging Wvggz RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/443663 / FA RK 26-46 Datum uitspraak: 16 januari 2026 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonende in [plaats] aan [adres] , advocaat mr. M. Janse uit Halsteren. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 5 januari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 januari 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; de heer [persoon 1] , psychiater; mevrouw [persoon 2] , casemanager. 1.3. De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord. 2 Het verzoek De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden voor de navolgende zorgvormen: - het toedienen van vocht en voeding; - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - insluiten; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; - opnemen in een accommodatie. 3 De standpunten 3.1. Betrokkene merkt op dat de aanwezigheid van meerdere personen in zijn woning voor de zitting hem de nodige stress bezorgt. Om die reden kiest hij ervoor niet te gaan zitten, maar loopt hij tijdens de zitting regelmatig heen en weer. Hij begrijpt niet waarom is verzocht een zorgmachtiging te verlenen. Hij heeft immers geen psychische stoornis. Wel kampt hij met fysieke gezondheidsklachten als gevolg van schimmelvorming in zijn woning, die tevens voor stankoverlast zorgt. Zijn buren, betrokkene noemt vervolgens een aantal huisnummers in zijn straat en wijst ook naar de achterkant van zijn woning, zijn daarvoor verantwoordelijk. Zij spuiten namelijk de (buiten)muren van betrokkene nat met water wat vervolgens in de muren trekt. Ook is er sprake van een conflict tussen hem en een buurman. Deze buurman valt betrokkene telkens lastig, door bijvoorbeeld maden in zijn afvalcontainer te gooien, heel vroeg in de ochtend geluidsoverlast te veroorzaken en bij betrokkene stenen tegen de muur aan te gooien. Die stenen heeft betrokkene teruggegooid. Hij is ervan overtuigd dat zijn buren hem willen wegtreiteren. Dit alles bij elkaar kost hem veel energie, onder meer vanwege het schoon houden van zijn woning en een gebrek aan voldoende slaap. Ook heeft hij last van zijn voet. Hij vreest dat als er een zorgmachtiging wordt verleend, de schimmel in zijn woning vervolgens verder zal groeien en als er verder niets gebeurt, zullen al zijn spullen schade oplopen. Ook om die reden wil hij geen zorgmachtiging. Betrokkene biedt ten slotte aan bewijs te leveren van al wat door hem is gesteld. Daarbij wijst hij op een aantal mappen, die hij op tafel heeft liggen. Ook zoekt hij tijdens de zitting naar foto’s op zijn telefoon waarop het een en ander op te zien zou zijn. 3.2. De psychiater brengt naar voren dat betrokkene aanvankelijk een betaalde baan en een stabiel leven had. Op enig moment is er iets in zijn situatie veranderd, waardoor hij zich meer en meer is gaan afzonderen, naar het lijkt om zichzelf te beschermen. Inmiddels is betrokkene zijn baan kwijt en lijkt zijn leven beheerst te worden door zijn paranoïde denkbeelden en wantrouwen. Er wordt bij hem een paranoïde-psychotisch toestandsbeeld gezien. Dit blijkt onder meer uit de verdenkingen bij betrokkene naar zijn buren dat zij bepaalde acties tegen hem zouden ondernemen, waar hij veel last van heeft. Ook heeft hij hoogoplopende conflicten met een specifieke buurman en met instanties, waaronder het UWV. Indien er in deze situatie niets verandert loopt betrokkene het risico op verdere maatschappelijke teloorgang, maar is er ook gevaar voor agressieve acties van betrokkene naar anderen en/of het door betrokkene afroepen door zijn gedrag van agressie van anderen over zichzelf. Betrokkene stelt zich niet open voor ambulante zorg en hulpverlening, bedoeld om deze situatie aan te pakken en/of te verbeteren. Met deze toelichting kan hij achter de gevraagde zorgmachtiging staan. Als de op dit moment strikt noodzakelijke zorgvormen benoemt hij het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles, het beperken van de bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie, insluiten en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen. Als uitgangspunt geldt ten aanzien van de mogelijkheid tot verplichte klinische opname dat daarvan zo kort mogelijk gebruik wordt gemaakt en dat die zorg nadrukkelijk zal zijn gericht op het toewerken naar een terugkeer in de thuissituatie met ambulante (na)zorg. 3.3. De casemanager FACT sluit zich aan bij dat wat door de psychiater naar voren is gebracht. 3.4. De advocaat voert aan dat haar cliënt zich niet herkent in de psychische stoornis en het ernstig nadeel, zoals dat in de medische verklaring is beschreven en toegelicht. Wel is er sprake van ADHD problematiek, waarvoor betrokkene medicatie gebruikt. Die leidt echter bij hem tot frustraties, omdat hij niet goed op die medicatie is ingesteld en dit van invloed is op zijn gedrag en de wijze waarop anderen daar tegenaan kijken. Dat hij zelden buiten komt en geen sociaal netwerk heeft is een bewuste eigen keuze van haar cliënt, waar hij zich fijn bij voelt. Deze keuze dient te worden gerespecteerd. Verder geeft ze aan dat betrokkene in de ICT werkzaam was. Kort voor de COVID periode is hij gevallen tijdens het snowboarden, waarbij hij ernstig letsel aan zijn knie heeft opgelopen. Naast dat dit voor hem fysieke beperkingen gaf, moest hij vanwege COVID vaak thuiswerken. Daarbij kwam dat hij regelmatig nachtdiensten moest draaien. Het conflict met zijn buurman is ontstaan rondom een klus in de woning van betrokkene, waarover er afspraken dienden te worden gemaakt, welke situatie uiteindelijk van kwaad tot erger werd. Daarbij komt nog dat de woning van betrokkene niet in optimale staat verkeert en hij daarom via de verhuurder professionele instanties heeft laten inschakelen om de situatie te laten onderzoeken. Daaruit zijn adviezen gekomen, zoals het plaatsen van vochtvreters, die betrokkene heeft opgevolgd. Echter dienen er nog aanvullende maatregelen te worden genomen, waarvoor betrokkene zich tot de huurcommissie heeft gewend. Met voormelde toelichting stelt zij zich namens haar cliënt primair op het standpunt, gelet op de betwisting door hem van de gestelde psychische stoornis en het daardoor veroorzaakt ernstig nadeel, dat het verzoek dient te worden afgewezen. In het geval dat de rechtbank wel het bestaan van een psychische stoornis bij haar cliënt mocht aannemen verzoekt zij namens betrokkene, bij wijze van subsidiair standpunt, een onafhankelijk deskundigenonderzoek - bij wijze van second opinion - te laten plaats vinden.
Volledig
In het geval dat de rechtbank op basis van de uitkomst van dat onderzoek alsnog van oordeel mocht zijn dat aan de vereisten voor een zorgmachtiging wordt voldaan dient daarvan ten minste ‘insluiten’ als verplichte zorgvorm geen deel uit te maken en daarom te worden afgewezen. 3.5. De psychiater reageert op het subsidiaire standpunt van de advocaat. De mogelijkheid van een onafhankelijk deskundigenonderzoek, bij wijze van second opinion, niet met betrokkene is besproken. Ook wijst hij erop dat de medische verklaring, die bij het verzoek is overgelegd door een niet bij de behandeling betrokken onafhankelijke psychiater is opgesteld en in die zin ook als ‘second opinion’ kan worden gezien. Indien de rechtbank desondanks aanleiding mocht zien voor een nader onafhankelijk deskundigenonderzoek als door de advocaat bedoeld bestaat daartegen bij hem geen bezwaar. Wel handhaaft hij zijn eerdere standpunt, als hiervoor door hem verwoord. 4 De beoordeling 4.1. De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 4.2. Uit de inhoud van de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. De omstandigheid dat betrokkene betwist dat er bij hem van een psychische stoornis sprake is vormt voor de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan dat wat daarover in de medische verklaring is opgenomen. 4.3. Ook is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op: - ernstig lichamelijk letsel; - maatschappelijke teloorgang; - het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag; - gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene in een psychotisch kwetsbare toestand verkeert, waarbij sprake is van toenemend wantrouwen en van fysiek grensoverschrijdend- en conflictgedrag naar zijn buren en van het frequent contact zoeken met c.q. benaderen van de politie en instanties. Betrokkene trekt zich vanuit zijn overtuiging dat vele buren het op hem hebben voorzien en instanties niet ingrijpen, steeds meer terug in zijn woning en neemt niet tot nauwelijks meer deel aan het sociaal-maatschappelijke leven. De inhoud van de medische verklaring acht de rechtbank voldoende reden gevend en ook overtuigend om van bedoelde psychotische kwetsbaarheid uit te kunnen gaan. De rechtbank ziet daarom geen reden voor een nader onafhankelijk deskundigenonderzoek bij wijze van second opinion, als door de advocaat subsidiair verzocht. 4.4. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig. 4.5. Betrokkene betwist dat er bij hem sprake is van een psychische stoornis en van ernstig nadeel. Dit zorgt ervoor dat hij en de behandelend psychiater niet op één lijn geraken over de zorg, die betrokkene volgens zijn behandelaar nodig heeft. Uitgaande van die situatie ziet de rechtbank geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig. 4.6. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn: - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, bestaande uit het (blijven) onderhouden van contact met het FACT team; - opnemen in een accommodatie. Het verzoek van de officier van justitie zal worden afgewezen voor zover dat ziet op de overige verzochte zorgvormen, nu voor het afgeven van een machtiging in zoverre geen noodzaak bestaat. 4.7. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving. 4.8. Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen voor een periode van zes maanden, als verzocht. 5 De beslissing De rechtbank: 5.1. verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 4.6 staan kunnen worden toegepast; 5.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 juli 2026; 5.3. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2026 door mr. Benjaddi, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 2 februari 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.