Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-01-20
ECLI:NL:RBZWB:2026:982
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,896 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:982 text/xml public 2026-02-27T08:33:23 2026-02-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-01-20 C/02/443780 / FA RK 26-104 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:982 text/html public 2026-02-27T08:33:14 2026-02-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:982 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 20-01-2026 / C/02/443780 / FA RK 26-104 Rechterlijke machtiging Wzd RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/443780 / FA RK 26-104 Datum uitspraak: 20 januari 2026 Beschikking rechterlijke machtiging op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1944 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, verblijvende te [accommodatie] , [adres] , afdeling: [afdeling] , advocaat mr. A.Ch. Osté uit Dongen. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 8 januari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 januari 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door haar advocaat; mevrouw [persoon 1] , aanvrager; mevrouw [persoon 2] , persoonlijk begeleidster; mevrouw [persoon 3] , verpleegkundig specialist/medisch regiebehandelaar; de heer [persoon 4] , zoon van betrokkene; de heer [persoon 5] , zoon van betrokkene. 2 Het verzoek Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden. 3 De standpunten 3.1. Op de vraag van de behandelend rechter of zij wel eens zelf uit de zorg-accommodatie vertrekt kijkt betrokkene één van haar zoons vragend aan en merkt zij op “daar weet ik niets van”, “waarom ik hier ben zou ik ook niet weten, dit is niet mijn thuis, dat was samen met mijn man, hij is overleden”. Betrokkene merkt vervolgens op “mijn kinderen hebben het overgenomen, zij moeten het verder maar oplossen.” Haar zoon vertelt dat zij hier in de instelling een appartement heeft. Daarop kijkt zij haar zoon vragend aan en zegt zij “is dat hier?” Op de vraag van de behandelend rechter of zij in de accommodatie op haar gemak is en of zij hier wil blijven antwoordt betrokkene “dat weet ik niet, ik kom hier maar af en toe” en “ik zou ook niet weten waar ik anders naartoe moet”. 3.2. De verpleegkundig specialist/medisch regiebehandelaar brengt naar voren dat bij betrokkene de diagnose dementiesyndroom, meest waarschijnlijk Alzheimer, is gesteld. Zij kampt met ernstige geheugenstoornissen, executieve functiestoornissen en desoriëntatie in plaats en tijd. Betrokkene verblijft sinds november 2024 vrijwillig in de zorgaccommodatie. Sinds enige tijd laat betrokkene zien, door dagelijks haar jas aan te doen, naar de hal te lopen en uit te spreken dat zij naar huis wil/moet dat zij niet in de zorgaccommodatie wil zijn. De persoonlijk begeleidster sluit zich daarbij aan. Aanvullend merkt zij op dat betrokkene met name in de loop van de middag haar jas aantrekt en zij haar spullen bij elkaar pakt, zich vervolgens richting de hal begeeft en weer terug loopt. Geprobeerd wordt om betrokkene daarvan af te leiden, onder meer door haar eetmomenten en activiteiten aan te bieden. Echter zodra die eindigen wordt gezien dat de onrust bij haar toeneemt en zij opnieuw aanstalten maakt om weg te gaan, waarbij zij opmerkt “mijn kinderen weten niet waar ik blijf”. De onrust bij betrokkene werkt ook door in de nachtelijke uren. Geprobeerd wordt op die momenten om betrokkene te stimuleren naar bed te gaan, dit lukt soms wel en soms ook niet. De verpleegkundig specialist/medisch regiebehandelaar licht ten slotte toe dat de zorgaccommodatie een systeem kent, waarbij de deur volledig open is. Gelet daarop acht zij de kans reëel aanwezig dat in de toekomst gebruikmaking van het verplichte kader van een machtiging tot opname en verblijf nodig zal zijn om tijdig in te kunnen grijpen in het geval dat betrokkene besluit daadwerkelijk naar buiten te gaan. Daarbij betrekt zij ook dat betrokkene over een GPS beschikt, die zij echter niet altijd bij zich heeft en die ook regelmatig zoek raakt. 3.3. De zoons van betrokkene geven aan dat hun moeder het ene moment laat blijken dat zij in de zorgaccommodatie prachtig woont maar dat zij op andere momenten duidelijk maakt daar niet te willen zijn. Zij tekenen daarbij aan dat hun moeder door het verzorgend en verplegend personeel op meerdere momenten wordt gezien en zij daardoor in staat zijn zich een completer beeld van hun moeder te vormen. 3.4. De advocaat van betrokkene voert aan dat hij uit het voorgesprek met zijn cliënt heeft kunnen opmaken dat zij vindt dat zij in de zorgaccommodatie een mooie plek heeft, maar dat zij ook momenten kent waarop zij naar haar oude situatie terug verlangt. Uit formeel-juridisch oogpunt bezien stelt hij vast op grond van de stukken en de behandeling ter zitting dat aan de wettelijke criteria voor het verlenen van een machtiging tot opname en verblijf is voldaan en dat bedoelde machtiging ook past bij haar actuele situatie, zoals die ter zitting is besproken. 4 De beoordeling 4.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging tot opname en verblijf. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 4.2. Uit de inhoud van de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening samen met een psychische stoornis, te weten dementiesyndroom, meest waarschijnlijk Alzheimer. 4.3. Ook blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit de stukken en het verhandelde ter zitting dat ten aanzien van betrokkene sprake is van gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening en stoornis dat leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op: - ernstige psychische schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene aanvankelijk vrijwillig in de zorgaccommodatie is opgenomen, maar dat sinds enige tijd wordt gezien dat zij veelal op vaste momenten haar jas aantrekt, haar spullen bij elkaar pakt en zich naar de uitgang begeeft. Ook blijkt er tijdens de nachtelijke uren sprake van toenemende onrust bij betrokkene en dat zij zich dan soms wel en soms niet laat aansturen. 4.4. De opname en het verblijf in een verplicht kader is om die reden noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. 4.5. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Daarbij betrekt de rechtbank dat, zodra er zich een moment voordoet, als hiervóór in rechtsoverweging 4.3, tweede alinea beschreven, betrokkene door het verzorgend en verplegend personeel tegengehouden moet kunnen worden op het moment dat zij besluit uit de zorgaccommodatie weg te gaan. 4.6. Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een machtiging tot opname en verblijf verlenen voor een periode van zes maanden, als verzocht. 5 De beslissing De rechtbank: 5.1. verleent een machtiging tot opname en verblijf voor: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1944 in [geboorteplaats] ; 5.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 juli 2026. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 3 februari 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.