Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-10
ECLI:NL:RBZWB:2026:798
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/1397 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 februari 2026 in de zaak tussen [eiseres], uit [plaats], eiseres (gemachtigde: mr. drs. E.G.M. Huisman), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg , het college. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag van eiseres om financiële ondersteuning over het jaar 2021 vanwege de gevolgen van Covid-19. 1.1. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 22 december 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 14 januari 2025 (verzonden op 15 januari 2025) op het bezwaar van eiseres heeft het college de bezwaren ongegrond verklaard en de weigering in stand gelaten. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 15 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam 1] (markt-/officemanager) en [naam 2] (penningmeester) namens eiseres, vergezeld door haar gemachtigde en mr. A.M.J. van den Biggelaar namens het college. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de aanvraag. Zij doet dat mede aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. 2.1. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond . Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Totstandkoming van het bestreden besluit 3. Eiseres heeft op 11 december 2020 voor het eerst een aanvraag ingediend voor het ontvangen van coronasteun vanwege de extra kosten en gederfde inkomsten als gevolg van de coronamaatregelen voor het jaar 2020. Deze aanvraag is op 9 maart 2021 afgewezen, maar er is wel enige financiële tegemoetkoming toegekend. Op 5 april 2022 is het bezwaar hiertegen ongegrond verklaard. Op 9 april 2024 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Tegen deze ongegrondverklaring is hoger beroep ingesteld. Daarvan is de zitting op 11 februari 2026 gepland. 3.1. Eiseres heeft op 9 maart 2022 opnieuw een aanvraag ingediend, maar dan voor het jaar 2021. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 22 december 2022 afgewezen. 3.2. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt op 31 januari 2023. Het college heeft met het bestreden besluit het bezwaar ongegrond verklaard. Toetsingskader 4. De gemeenteraad heeft de Algemene subsidieverordening gemeente Tilburg (geldend van 1 januari 2017 tot en met 12 oktober 2023) (hierna: subsidieverordening) vastgesteld. Op grond van de subsidieverordening is het college bevoegd om besluiten te nemen over subsidies met inachtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen en de door de raad vastgestelde beleidskaders. Geruime tijd was nog geen beleidsregel vastgesteld voor het toekennen van steun naar aanleiding van de geleden schade als gevolg van de coronamaatregelen. Er waren dus nog geen concrete criteria vastgesteld voor het toekennen van steun. Dit betekent dat destijds (voorafgaand aan de hierna te noemen leidraad) geen uitwerking van de wettelijke basis bestond voor het college voor het toekennen van een dergelijke subsidie. 4.1. Het college heeft op 8 december 2020 een leidraad vastgesteld voor het integraal behandelen van verzoeken om coronasteun (hierna: leidraad). Vanaf dat moment bestond de hiervoor bedoelde uitwerking van de wettelijke basis. 4.2. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak. Inhoudelijke beoordeling Past het afwijzen van de aanvraag in de leidraad? 5. Eiseres heeft ter zitting erkend dat het college het kunnen voortbestaan van een organisatie als criterium mag nemen bij de beoordeling of coronasteun wordt toegekend. Daarbij mag het college volgens eiseres echter niet alle reserves meenemen in de beoordeling. Het college heeft ten onrechte het marketing- en evenementenfonds en het solidariteitsfonds betrokken bij de vraag of eiseres over voldoende eigen middelen en reserves beschikt. Met name het solidariteitsf Gelet hierop kan de rechtbank niet oordelen dat toezeggingen zijn gedaan die het gerechtvaardigde vertrouwen hebben gewekt dat ook over 2021 een tegemoetkoming zou worden betaald. Daarbij speelt een belangrijke rol dat op 8 december 2020 een leidraad is vastgesteld, waaruit eiseres af had kunnen en moeten leiden dat een tegemoetkoming alleen zou worden verleend aan organisaties die in hun voortbestaan worden bedreigd. Hiermee kon en moest zij dus in 2021 rekening houden. Eiseres heeft tijdens de zitting ook bevestigd dat zij op de hoogte was van het feit dat de leidraad was vastgesteld. Het had dan op haar weg gelegen om zo snel mogelijk om opheldering te vragen wat de gevolgen zijn van de nieuwe leidraad. Dat heeft zij niet gedaan. Dat eiseres ervan uitging dat er voor haar niets zou veranderen, komt dan ook voor haar eigen rekening en risico. Er zijn naar het oordeel van de rechtbank geen andere uitlatingen gedaan door het college waaruit kan worden afgeleid dat over het jaar 2021 een ander gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt bij eiseres. Evenredigheidsbeginsel 7. Eiseres heeft nog aangevoerd dat de gevolgen van het besluit onevenredig zijn omdat haar pas na het maken van de extra kosten en het mislopen van inkomsten bekend werd dat zij geen tegemoetkoming zou krijgen. Op dat moment kon zij haar handelen daarop niet meer aanpassen. 7.1. Zoals hiervoor is overwogen, komt het voor rekening en risico van eiseres dat zij – ondanks dat zij wist van de vastgestelde leidraad – niet aan het college heeft gevraagd of de leidraad ook voor haar gevolgen zou hebben. Onevenredig acht de rechtbank de afwijzing van de aanvraag dan ook niet. Daarbij betrekt de rechtbank ook dat eiseres een beroep doet op een subsidie, waaraan het college voorwaarden mag stellen en eiseres niet aan die voorwaarden voldoet. Conclusie en gevolgen 8. De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren, omdat het college mocht oordelen dat de tegemoetkoming niet paste in de voorwaarden van de leidraad. Hij heeft ook geen toezeggingen over 2021 gedaan die nu nagekomen moeten worden en van onevenredige gevolgen is geen sprake. 8.1. Omdat het beroep ongegrond is, is er ook geen aanleiding om het college te veroordelen in de proceskosten of het terugbetalen van het griffierecht. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Hindriks, rechter, in aanwezigheid van mr. drs. R.J. Wesel, griffier, op 10 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving Algemene subsidieverordening gemeente Tilburg (geldend van 1 januari 2017 tot en met 12 oktober 2023) Artikel 3 1. Het college is bevoegd te besluiten over het verlenen van subsidies met inachtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen en de door de raad vastgestelde beleidskaders en - indien de begroting nog niet is vastgesteld dan wel goedgekeurd - onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. 2. Het college is bevoegd om beleidsregels vast te stellen en om voorwaarden aan de subsidiebeschikking te verbinden. 3. Subsidie kan verleend worden aan rechtspersonen en aan natuurlijke personen. Algemene subsidieverordening gemeente Tilburg 2023 (geldend vanaf 13 oktober 2023) Artikel 2. Reikwijdte 2.1 Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is; 2.2 De AS