Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-06-12
ECLI:NL:RBZWB:2026:6318
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Breda Zaaknummer: C/02/443503 FA RK 25-6746 Datum uitspraak: 12 juni 2026 beschikking over gegrondverklaring ontkenning vaderschap in de zaak van [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats] , advocaat: mr. J.C.A. Koen te Roosendaal. Als belanghebbenden in onderhavige zaak worden aangemerkt: de minderjarigen: [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag] 2025, hierna te noemen: [minderjarige 1] , en [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag] 2025, hierna te noemen: [minderjarige 2] , beiden vertegenwoordigd door mr. A.A.T. van Ginderen in haar hoedanigheid van bijzondere curator, [de juridische vader] , hierna te noemen: de juridische vader, wonende op een onbekend adres binnen of buiten Nederland. 1 Het verdere procesverloop 1.1 De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken: de in deze zaak gegeven beschikking van de rechtbank tot benoeming van een bijzondere curator over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van 10 februari 2026 en alle daarin vermelde stukken; het verslag van de bijzondere curator van 4 mei 2026; de oproep van de juridische vader door de griffier van deze rechtbank in de Staatscourant van 6 februari 2026; afschriften van de geboorteakten van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ; uittreksels uit het gezagsregister over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 1.2 Het verzoek is mondeling behandeld op 9 juni 2026. Bij die behandeling zijn gekomen de moeder, bijgestaan door haar advocaat en een tolk in de Somalische taal. Ook was aanwezig de bijzondere curator. De juridische vader is juist opgeroepen, maar is niet gekomen. 2 De nadere beoordeling 2.1 Bij voormelde beschikking heeft de rechtbank mr. A.A.T. van Ginderen benoemd tot bijzondere curator over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De rechtbank heeft de bijzondere curator verzocht schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het verzoek in te nemen. 2.2 Aan de rechtbank ligt nog het verzoek van de moeder voor tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap. 2.3 Op grond van de overgelegde stukken staat het volgende vast: - De juridische vader en de moeder zijn [datum 1] 2020 te [plaats 1] (Somalië) met elkaar gehuwd. - Bij beschikking van de rechtbank van [datum 2] 2025 is in hun huwelijk de echtscheiding uitgesproken. Deze beschikking is op [datum 3] 2025 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. - De moeder is op [geboortedag] 2025 te [geboorteplaats 1] bevallen van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . - De juridische vader staat als vader geregistreerd op de geboorteakte van deze kinderen. - De moeder heeft de Somalische nationaliteit. De kinderen hebben een onbekende nationaliteit. De nationaliteit van de juridische vader kan op basis van de thans voorhanden zijnde stukken niet worden vastgesteld. - De moeder en de kinderen hebben hun gewone verblijfplaats in Nederland. De gewone verblijfplaats van de juridische vader kan op basis van de thans voorhanden zijnde stukken niet worden vastgesteld. - De moeder heeft een verblijfsvergunning asiel. 2.4 De moeder legt aan haar verzoek ten grondslag dat de juridische vader niet de biologische vader van de kinderen is. De kinderen zijn door een andere man bij de moeder verwekt. De moeder is uit Somalië gevlucht en heeft op 24 september 2021 asiel aangevraagd in Nederland. Sindsdien heeft zij de juridische vader niet meer ontmoet. De moeder heeft eind 2023 voor het laatste nog met de juridische vader gebeld. Zij heeft van hem vernomen dat hij toen in [plaats 2] (Somalië) woonde. De moeder verzoekt om met toepassing van het Nederlands recht de ontkenning van het vaderschap van de juridische vader over de kinderen gegrond te verklaren. 2.5 De bijzondere curator heeft naar voren gebracht dat zij, aangezien zij de juridische vader niet heeft gesproken, niet met zekerheid kan vaststellen dat hij niet de bi 2.15 In artikel 10:92, eerste lid, BW staat dat, voor zover hier van belang, of een kind door geboorte in familierechtelijke betrekkingen komt te staan tot de vrouw uit wie het is geboren en de met haar gehuwde persoon of gehuwd geweest zijnde persoon, wordt bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de vrouw en die persoon of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar de vrouw en die persoon elk hun gewone verblijfplaats hebben, of indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. In het derde lid van dit artikel staat dat voor de toepassing van het eerste lid bepalend is het tijdstip van de geboorte van het kind dan wel, indien het huwelijk of geregistreerd partnerschap van de ouders voordien is ontbonden, dat van de ontbinding. 2.16 De moeder had ten tijde van de geboorte van de kinderen de Somalische nationaliteit en haar gewone verblijfplaats in Nederland. De nationaliteit van de juridische vader en zijn gewone verblijfplaats ten tijde van de geboorte van de kinderen kan op basis van de stukken niet worden vastgesteld. De moeder en de juridische vader hadden ten tijde van de geboorte van de kinderen dus geen gemeenschappelijke nationaliteit en ook geen gemeenschappelijke gewone verblijfplaats. Dit betekent dat toepasselijk is het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van de kinderen ten tijde van hun geboorte. De kinderen zijn op [geboortedag] 2025 in Nederland geboren. Dit betekent dat het Nederlandse recht van toepassing is. 2.17 Omdat het Nederlandse recht van toepassing is op de vraag of een kind door geboorte in familierechtelijke betrekkingen komt te staan tot de vrouw uit wie het is geboren en de met haar gehuwde persoon of gehuwd geweest zijnde persoon, is op basis van artikel 10:93, eerste lid BW, op de vraag of deze familierechtelijke betrekkingen in een gerechtelijke procedure tot gegrondverklaring van een ontkenning kunnen worden tenietgedaan eveneens het Nederlandse recht van toepassing. Juridisch vaderschap 2.18 Ingevolge artikel 1:199, onder a, BW is de (juridische) vader van een kind de man die op het tijdstip van de geboorte van het kind met de vrouw uit wie het kind is geboren, is gehuwd. 2.19 Op basis van de overgelegde stukken staat vast dat de moeder en de juridische vader [datum 1] 2020 te [plaats 1] (Somalië) met elkaar zijn gehuwd. Dit huwelijk is op [datum 3] 2025 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand. Omdat de kinderen zijn geboren op [geboortedag] 2025, zijn zij binnen het huwelijk tussen de moeder en de juridische vader, geboren. Dit betekent dat de juridische vader ook daadwerkelijk als juridische vader van de kinderen wordt aangemerkt. Ontkenning vaderschap 2.20 In artikel 1:200, eerste lid en derde lid, BW staat dat, voor zover hier van belang, gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap kan worden verzocht door de moeder op de grond dat de man niet de biologische vader is van het kind en de man niet heeft ingestemd met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad. In het vijfde lid van dit artikel staat dat het verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap door de moeder moet worden ingediend binnen een jaar na de geboorte van het kind. 2.21 De kinderen zijn op [geboortedag] 2025 geboren en de moeder haar verzoek op 30 december 2025 heeft ingediend. Zij heeft dit verzoek dus tijdig ingediend. 2.22 Op grond van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is de rechtbank van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de juridische vader niet de biologische vader van de kinderen kan zijn. De moeder heeft immers aangegeven dat zij hem voor het laatst in 2021, dus ruim voor het moment dat de kinderen bij haar moeten zijn verwekt, heeft gezien toen zij vanuit Somalië naar Nederland is gevlucht. Dit wordt niet betwist. Evenmin wordt betwist dat de huidige partn