Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-04-01
ECLI:NL:RBZWB:2026:3660
Civiel recht
Rekestprocedure
4,063 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3660 text/xml public 2026-05-19T08:25:40 2026-05-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-01 C/02/445315 / JE RK 26-299 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3660 text/html public 2026-05-19T08:25:28 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3660 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-04-2026 / C/02/445315 / JE RK 26-299 verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing voor beperkte duur. Toetsmoment in verband met zorgen over situatie en welzijn minderjarige. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/445315 / JE RK 26-299 Datum uitspraak: 1 april 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie Etten-Leur, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (de GI), over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] , [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 20 februari 2026; de toetsing van het voorgenomen besluit verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing na twee jaar van de Raad van 16 maart 2026. 1.2. De zitting heeft, met gesloten deuren, plaatsgevonden op 1 april 2026. Daarbij waren aanwezig: - de moeder; - twee vertegenwoordigsters van de GI. 1.3. De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat hij wel juist is opgeroepen. 1.4. De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan de partner van de moeder, de heer [naam] . 1.5. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening over het verzoek gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2 De feiten 2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 maart 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 16 april 2025 tot 16 april 2026. 2.3. De kinderrechter heeft bij voornoemde beschikking tevens de machtiging verlengd om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 16 april 2025 tot 16 april 2026. 2.4. [minderjarige] verblijft op basis van voornoemde machtiging op een behandelgroep van [zorgorganisatie 1] . 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar. 3.2. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. Ter onderbouwing van het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. [minderjarige] verblijft sinds 21 november 2025 op een behandelgroep van [zorgorganisatie 1] . Hij gaat het ene weekend naar zijn vader en het andere naar zijn moeder. [minderjarige] is een angstige en onzekere jongen die vanaf jonge leeftijd veel ingrijpende ervaringen heeft gehad. Zijn gedrag sluit aan bij een ontwikkelingsleeftijd van maximaal drie jaar. Hij heeft weinig vertrouwen in anderen en interpreteert hun reacties snel als afwijzing, waarop hij reageert met boosheid en/of terugtrekking. [minderjarige] heeft een grote behoefte aan nabijheid en erkenning. Hij is overalert en ervaart zoveel spanning, stress en onveiligheid dat hij niet in staat is om naar school te gaan. 4.2. [minderjarige] verbleef hiervoor op een behandelgroep bij [zorgorganisatie 2] , waar hij met traumabehandeling is gestart. Omdat hij daar niet langer kon blijven, is hij overgeplaatst naar [zorgorganisatie 1] . Deze overstap is een ingrijpende verandering waar [minderjarige] erg aan moet wennen. Hij voelt zich niet fijn op de groep en heeft meerdere keren benoemd naar een andere plek te willen. [minderjarige] staat nog op de wachtlijst om zijn traumabehandeling die is gestart vanuit [zorgorganisatie 2] voort te zetten bij [zorgorganisatie 1] . De GI maakt zich zorgen over de situatie en gemoedstoestand van [minderjarige] . Er wordt gekeken naar externe dagbesteding en er zal worden onderzocht of een andere groep passend kan zijn, maar op dit moment is deze groep de meest geschikte plek voor hem. Vanwege de complexiteit van zijn problematiek zal het vermoedelijk een langdurig traject zijn waarin kleine stappen worden gezet. Omdat [minderjarige] veel vraagt van zijn opvoeders en de GI inschat dat zijn ouders dit niet voldoende kunnen bieden, is verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk. Op dit moment zijn er nog geen mogelijkheden om de hulpverlening in een vrijwillig kader voort te zetten. 4.3. Door de moeder is, samengevat, aangegeven dat [minderjarige] het niet naar zijn zin heeft op de groep. Hij krijgt er teveel prikkels en hij vindt het lastig hoe er met hem omgegaan wordt. De moeder maakt zich grote zorgen over zijn situatie en welzijn. Zijn medicatie was niet op orde en hij krijgt geen behandeling. Sinds de overstap naar [zorgorganisatie 1] is [minderjarige] somber en heeft hij zelfs suïcidegedachten uitgesproken naar zijn moeder. Hij heeft het gevoel dat hij niet serieus genomen wordt door de begeleiding. Hoewel de moeder het lastig vindt om het verzoek volledig te ondersteunen, erkent ze dat dit momenteel de enige manier is om [minderjarige] verder te helpen. Ze kan [minderjarige] als moeder liefde en structuur bieden, maar niet de professionele hulp die hij hard nodig heeft. 4.4. [minderjarige] heeft, samengevat, tijdens het gesprek met de kinderrechter aangegeven dat hij zich helemaal niet fijn voelt op de groep van [zorgorganisatie 1] . Hij vindt de begeleiding onaardig en streng en het is er te druk met teveel prikkels. Hoewel het een behandelgroep is, is zijn behandeling nog steeds niet gestart en zijn medicatie was ook zo maar gestopt. Bij [zorgorganisatie 2] vond [minderjarige] het heel fijn, maar bij [zorgorganisatie 1] wil hij absoluut niet blijven. Hij wil graag naar huis. 5 De beoordeling 5.1. Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting blijkt dat verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing voor [minderjarige] nog noodzakelijk is. [minderjarige] heeft een fors belaste levensgeschiedenis. Hij heeft vanaf jonge leeftijd veel ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt. [minderjarige] is gediagnosticeerd met een reactieve hechtingsstoornis en een ongespecificeerde trauma- of stressgerelateerde stoornis. [minderjarige] heeft een jaar bij [zorgorganisatie 2] verbleven voor observatie en diagnostiek. [zorgorganisatie 2] heeft geadviseerd om [minderjarige] op een 24-uurs behandelgroep te plaatsen met kennis en expertise van zijn complexe gedrag en een traumasensitieve benadering. Vervolgens is [minderjarige] in november 2025 geplaatst bij [zorgorganisatie 1] . Deze overstap is voor [minderjarige] een ingrijpende verandering. Hij voelt zich niet fijn op de groep. Hij heeft dagbesteding op de groep, maar staat nog steeds op de wachtlijst om de traumabehandeling, die bij [zorgorganisatie 2] is gestart, bij [zorgorganisatie 1] voort te zetten. Gezien de complexiteit van zijn problematiek is het voor [minderjarige] nog niet mogelijk om thuis te wonen. [minderjarige] maakt kleine stappen in zijn ontwikkeling en heeft eerst behandeling nodig. 5.2. De kinderrechter is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing is voldaan.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3660 text/xml public 2026-05-19T08:25:40 2026-05-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-01 C/02/445315 / JE RK 26-299 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3660 text/html public 2026-05-19T08:25:28 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3660 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-04-2026 / C/02/445315 / JE RK 26-299 verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing voor beperkte duur. Toetsmoment in verband met zorgen over situatie en welzijn minderjarige. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/445315 / JE RK 26-299 Datum uitspraak: 1 april 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie Etten-Leur, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (de GI), over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] , [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 20 februari 2026; de toetsing van het voorgenomen besluit verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing na twee jaar van de Raad van 16 maart 2026. 1.2. De zitting heeft, met gesloten deuren, plaatsgevonden op 1 april 2026. Daarbij waren aanwezig: - de moeder; - twee vertegenwoordigsters van de GI. 1.3. De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat hij wel juist is opgeroepen. 1.4. De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan de partner van de moeder, de heer [naam] . 1.5. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening over het verzoek gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2 De feiten 2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 maart 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 16 april 2025 tot 16 april 2026. 2.3. De kinderrechter heeft bij voornoemde beschikking tevens de machtiging verlengd om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 16 april 2025 tot 16 april 2026. 2.4. [minderjarige] verblijft op basis van voornoemde machtiging op een behandelgroep van [zorgorganisatie 1] . 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar. 3.2. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. Ter onderbouwing van het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. [minderjarige] verblijft sinds 21 november 2025 op een behandelgroep van [zorgorganisatie 1] . Hij gaat het ene weekend naar zijn vader en het andere naar zijn moeder. [minderjarige] is een angstige en onzekere jongen die vanaf jonge leeftijd veel ingrijpende ervaringen heeft gehad. Zijn gedrag sluit aan bij een ontwikkelingsleeftijd van maximaal drie jaar. Hij heeft weinig vertrouwen in anderen en interpreteert hun reacties snel als afwijzing, waarop hij reageert met boosheid en/of terugtrekking. [minderjarige] heeft een grote behoefte aan nabijheid en erkenning. Hij is overalert en ervaart zoveel spanning, stress en onveiligheid dat hij niet in staat is om naar school te gaan. 4.2. [minderjarige] verbleef hiervoor op een behandelgroep bij [zorgorganisatie 2] , waar hij met traumabehandeling is gestart. Omdat hij daar niet langer kon blijven, is hij overgeplaatst naar [zorgorganisatie 1] . Deze overstap is een ingrijpende verandering waar [minderjarige] erg aan moet wennen. Hij voelt zich niet fijn op de groep en heeft meerdere keren benoemd naar een andere plek te willen. [minderjarige] staat nog op de wachtlijst om zijn traumabehandeling die is gestart vanuit [zorgorganisatie 2] voort te zetten bij [zorgorganisatie 1] . De GI maakt zich zorgen over de situatie en gemoedstoestand van [minderjarige] . Er wordt gekeken naar externe dagbesteding en er zal worden onderzocht of een andere groep passend kan zijn, maar op dit moment is deze groep de meest geschikte plek voor hem. Vanwege de complexiteit van zijn problematiek zal het vermoedelijk een langdurig traject zijn waarin kleine stappen worden gezet. Omdat [minderjarige] veel vraagt van zijn opvoeders en de GI inschat dat zijn ouders dit niet voldoende kunnen bieden, is verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk. Op dit moment zijn er nog geen mogelijkheden om de hulpverlening in een vrijwillig kader voort te zetten. 4.3. Door de moeder is, samengevat, aangegeven dat [minderjarige] het niet naar zijn zin heeft op de groep. Hij krijgt er teveel prikkels en hij vindt het lastig hoe er met hem omgegaan wordt. De moeder maakt zich grote zorgen over zijn situatie en welzijn. Zijn medicatie was niet op orde en hij krijgt geen behandeling. Sinds de overstap naar [zorgorganisatie 1] is [minderjarige] somber en heeft hij zelfs suïcidegedachten uitgesproken naar zijn moeder. Hij heeft het gevoel dat hij niet serieus genomen wordt door de begeleiding. Hoewel de moeder het lastig vindt om het verzoek volledig te ondersteunen, erkent ze dat dit momenteel de enige manier is om [minderjarige] verder te helpen. Ze kan [minderjarige] als moeder liefde en structuur bieden, maar niet de professionele hulp die hij hard nodig heeft. 4.4. [minderjarige] heeft, samengevat, tijdens het gesprek met de kinderrechter aangegeven dat hij zich helemaal niet fijn voelt op de groep van [zorgorganisatie 1] . Hij vindt de begeleiding onaardig en streng en het is er te druk met teveel prikkels. Hoewel het een behandelgroep is, is zijn behandeling nog steeds niet gestart en zijn medicatie was ook zo maar gestopt. Bij [zorgorganisatie 2] vond [minderjarige] het heel fijn, maar bij [zorgorganisatie 1] wil hij absoluut niet blijven. Hij wil graag naar huis. 5 De beoordeling 5.1. Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting blijkt dat verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing voor [minderjarige] nog noodzakelijk is. [minderjarige] heeft een fors belaste levensgeschiedenis. Hij heeft vanaf jonge leeftijd veel ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt. [minderjarige] is gediagnosticeerd met een reactieve hechtingsstoornis en een ongespecificeerde trauma- of stressgerelateerde stoornis. [minderjarige] heeft een jaar bij [zorgorganisatie 2] verbleven voor observatie en diagnostiek. [zorgorganisatie 2] heeft geadviseerd om [minderjarige] op een 24-uurs behandelgroep te plaatsen met kennis en expertise van zijn complexe gedrag en een traumasensitieve benadering. Vervolgens is [minderjarige] in november 2025 geplaatst bij [zorgorganisatie 1] . Deze overstap is voor [minderjarige] een ingrijpende verandering. Hij voelt zich niet fijn op de groep. Hij heeft dagbesteding op de groep, maar staat nog steeds op de wachtlijst om de traumabehandeling, die bij [zorgorganisatie 2] is gestart, bij [zorgorganisatie 1] voort te zetten. Gezien de complexiteit van zijn problematiek is het voor [minderjarige] nog niet mogelijk om thuis te wonen. [minderjarige] maakt kleine stappen in zijn ontwikkeling en heeft eerst behandeling nodig. 5.2. De kinderrechter is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing is voldaan.