Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-05-01
ECLI:NL:RBZWB:2026:3641
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,751 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3641 text/xml public 2026-05-08T10:41:22 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-05-01 BRE 25/6125 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Breda Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3641 text/html public 2026-05-08T10:40:14 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3641 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-05-2026 / BRE 25/6125 Omgevingsvergunning. Beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, eiseres (bezwaarmaakster) is verhuisd en heeft dus geen belang meer. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/6125 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 mei 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goes. Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Maatschap [maatschap] , uit [plaats 1] , (de vergunninghouder), (gemachtigde: mr. H.P.J.G. Berkers). Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit op bezwaar van het college van 15 december 2023 inhoudende de ongegrondverklaring van eiseres haar bezwaar tegen de omgevingsvergunning van 16 november 2023 voor het realiseren van een aanbouw aan een rundveestal op het perceel aan de [adres] in [plaats 1] . Vergunninghouder is ‘ [maatschap] ’. 1.1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank stelt vast dat alleen een belanghebbende beroep tegen een besluit beroep in kan stellen bij de bestuursrechter. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. De rechtbank stelt ook vast dat iemands belang kan komen te vervallen tijdens de behandeling van het beroep. 2.1. Tijdens de behandeling van het beroep is gebleken dat eiseres inmiddels is verhuisd naar [woonplaats] en niet meer woonachtig is in [plaats 2] . Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat zij niet meer als belanghebbende in de zin van de Awb kan worden aangemerkt bij de omgevingsvergunning voor het realiseren van een aanbouw aan een rundveestal op het perceel aan de [adres] in [plaats 1] . Eiseres woont immers niet meer in de buurt. Verder is niet gebleken dat eiseres in andere zin een rechtstreeks belang heeft bij het bestreden besluit. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk zal beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 1 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Artikel 8:1 Awb. Artikel 1:2, eerste lid, van de Awb.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3641 text/xml public 2026-05-08T10:41:22 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-05-01 BRE 25/6125 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Breda Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3641 text/html public 2026-05-08T10:40:14 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3641 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-05-2026 / BRE 25/6125 Omgevingsvergunning. Beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, eiseres (bezwaarmaakster) is verhuisd en heeft dus geen belang meer. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/6125 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 mei 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goes. Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Maatschap [maatschap] , uit [plaats 1] , (de vergunninghouder), (gemachtigde: mr. H.P.J.G. Berkers). Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit op bezwaar van het college van 15 december 2023 inhoudende de ongegrondverklaring van eiseres haar bezwaar tegen de omgevingsvergunning van 16 november 2023 voor het realiseren van een aanbouw aan een rundveestal op het perceel aan de [adres] in [plaats 1] . Vergunninghouder is ‘ [maatschap] ’. 1.1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank stelt vast dat alleen een belanghebbende beroep tegen een besluit beroep in kan stellen bij de bestuursrechter. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. De rechtbank stelt ook vast dat iemands belang kan komen te vervallen tijdens de behandeling van het beroep. 2.1. Tijdens de behandeling van het beroep is gebleken dat eiseres inmiddels is verhuisd naar [woonplaats] en niet meer woonachtig is in [plaats 2] . Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat zij niet meer als belanghebbende in de zin van de Awb kan worden aangemerkt bij de omgevingsvergunning voor het realiseren van een aanbouw aan een rundveestal op het perceel aan de [adres] in [plaats 1] . Eiseres woont immers niet meer in de buurt. Verder is niet gebleken dat eiseres in andere zin een rechtstreeks belang heeft bij het bestreden besluit. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk zal beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 1 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Artikel 8:1 Awb. Artikel 1:2, eerste lid, van de Awb.