Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-31
ECLI:NL:RBZWB:2026:3590
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
4,089 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3590 text/xml public 2026-05-18T12:12:48 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-31 C/02/446261 / FA RK 26-1459 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3590 text/html public 2026-05-18T12:00:04 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3590 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 31-03-2026 / C/02/446261 / FA RK 26-1459 Zorgmachtiging voor de duur van zes maanden. Insluiten is niet verzocht, maar door de rechtbank met toepassing van art. 6:4 lid 2 Wvggz aan de zorgmachtiging toegevoegd. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/446261 / FA RK 26-1459 Datum uitspraak: 31 maart 2026 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1970 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats] , advocaat mr. C.L.M. Gommers uit Breda. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 20 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 maart 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door haar advocaat; de heer [persoon 1] , verpleegkundig specialist; mevrouw [persoon 2] , verpleegkundige. 1.3. De ex-partner van betrokkene, de heer [persoon 3] , was ter ondersteuning bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar is niet gehoord. 1.4. De officier van justitie is zoals zij reeds aangaf in het verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord. 1.5. De rechtbank heeft niet meteen na de mondelinge behandeling uitspraak gedaan. De rechtbank heeft diezelfde dag nog de uitspraak telefonisch doorgegeven aan de GGZ en de advocaat op de hoogte gebracht. De kennisgeving mondelinge uitspraak heeft de GGZ ontvangen per mail en de advocaat heeft deze in persoon ontvangen, vanwege een latere zitting op die dag met dezelfde advocaat. 2 Het verzoek 2.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden. 3 De standpunten 3.1. Betrokkene zegt dat ze haar medicatie inneemt. Betrokkene wil absoluut niet opgenomen worden en begrijpt niet waarom iedereen zich zorgen maakt. 3.2. De verpleegkundig specialist zegt dat betrokkene op dit moment manisch is waardoor het nodig is dat de medicatie-inname wordt gecontroleerd en betrokkene opgenomen wordt. Op dit moment is het niet mogelijk om ambulant contact met betrokkene te krijgen. De verpleegkundig specialist zegt dat er veel zorgen zijn. Er komen verschillende meldingen binnen vanuit de woningbouwstichting. Ook is betrokkene vermagerd, put ze zichzelf uit en veroorzaakt ze overlast. Het hoofddoel is de stemming van betrokkene normaal te krijgen. 3.3. De advocaat zegt niet van te voren met betrokkene te hebben kunnen spreken. Het standpunt van betrokkene is duidelijk en dus vraagt de advocaat primair om afwijzing van het verzoek. Wanneer de rechtbank besluit tot een toewijzing te komen pleit de advocaat subsidiair voor medicatie, medische controles en het aanbrengen van beperkingen. Daarnaast ook opname en beperken van de bewegingsvrijheid voor een zo kort mogelijke duur. 4 De beoordeling 4.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 4.2. Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een bipolaire-stemmingsstoornis. 4.3. Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - ernstige psychische schade; - maatschappelijke teloorgang; - het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag; - gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. 4.4. De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat er bij betrokkene sprake van een manisch toestandsbeeld, wat zich uit in een verhoogde stemming en achterdocht jegens het behandelteam en haar omgeving. Tijdens een manische ontregeling heeft betrokkene eerder haar woning ernstig vervuild en voor overlast gezorgd. Daarnaast zijn er diverse meldingen over verward gedrag binnen gekomen. Betrokkene was erg onrustig en snel geagiteerd, wat agressie bij anderen kan oproepen. Verder is betrokkene de oude opnameafdeling aan de [ggz-kliniek] binnen gelopen en bij de rechtbank rondjes gaan rijden. 4.5. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig. 4.6. Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft onvoldoende zicht op haar huidige situatie. Betrokkene houdt afspraken met het behandelteam af en weigert huisbezoeken. Hierdoor komt er geen effectieve samenwerking tot stand. Het is niet duidelijk of betrokkene adequaat haar medicatie inneemt, zij staat niet open voor controle hiervan. Betrokkene wil absoluut niet opgenomen worden. Zorg op vrijwillige basis is niet mogelijk. Daarom is verplichte zorg nodig. 4.7. De verzochte vormen van verplichte zorg zijn tijdens de mondelinge behandeling besproken. 4.8. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn: - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; het beperken van de bewegingsvrijheid; insluiten; aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; - opnemen in een accommodatie. 4.8.1. Gelet op de verklaring van de verpleegkundig specialist is de rechtbank van oordeel dat, in afwijking van het verzoek van de officier van justitie, ook de zorgvorm ‘insluiten’ noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden. Daarbij overweegt de rechtbank dat de inzet van deze zorgvorm noodzakelijk is om betrokkene een prikkelarme en rustigere omgeving binnen de afdeling te bieden. Dit zorgt ervoor dat betrokkene rustig kan worden en er minder chaos in haar hoofd is, waardoor ze kan stabiliseren. Tijdens eerdere opnames is gebleken dat dit de eerste een of twee weken van een opname noodzakelijk is. De rechtbank zal deze aanvullende vorm van verplichte zorg met toepassing van artikel 6:4 lid 2 Wvggz toewijzen. De rechtbank oordeelt hierbij dat ‘insluiten’ enkel voor een zo kort mogelijke duur mag worden toegepast. 4.9. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving. 4.10. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. 5 De beslissing De rechtbank: 5.1. verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1970 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast; - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; het beperken van de bewegingsvrijheid; insluiten; aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; - opnemen in een accommodatie. 5.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 september 2026; 5.3. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026 door mr. Donders, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 8 april 2026.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3590 text/xml public 2026-05-18T12:12:48 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-31 C/02/446261 / FA RK 26-1459 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3590 text/html public 2026-05-18T12:00:04 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3590 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 31-03-2026 / C/02/446261 / FA RK 26-1459 Zorgmachtiging voor de duur van zes maanden. Insluiten is niet verzocht, maar door de rechtbank met toepassing van art. 6:4 lid 2 Wvggz aan de zorgmachtiging toegevoegd. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/446261 / FA RK 26-1459 Datum uitspraak: 31 maart 2026 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1970 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats] , advocaat mr. C.L.M. Gommers uit Breda. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 20 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 maart 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door haar advocaat; de heer [persoon 1] , verpleegkundig specialist; mevrouw [persoon 2] , verpleegkundige. 1.3. De ex-partner van betrokkene, de heer [persoon 3] , was ter ondersteuning bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar is niet gehoord. 1.4. De officier van justitie is zoals zij reeds aangaf in het verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord. 1.5. De rechtbank heeft niet meteen na de mondelinge behandeling uitspraak gedaan. De rechtbank heeft diezelfde dag nog de uitspraak telefonisch doorgegeven aan de GGZ en de advocaat op de hoogte gebracht. De kennisgeving mondelinge uitspraak heeft de GGZ ontvangen per mail en de advocaat heeft deze in persoon ontvangen, vanwege een latere zitting op die dag met dezelfde advocaat. 2 Het verzoek 2.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden. 3 De standpunten 3.1. Betrokkene zegt dat ze haar medicatie inneemt. Betrokkene wil absoluut niet opgenomen worden en begrijpt niet waarom iedereen zich zorgen maakt. 3.2. De verpleegkundig specialist zegt dat betrokkene op dit moment manisch is waardoor het nodig is dat de medicatie-inname wordt gecontroleerd en betrokkene opgenomen wordt. Op dit moment is het niet mogelijk om ambulant contact met betrokkene te krijgen. De verpleegkundig specialist zegt dat er veel zorgen zijn. Er komen verschillende meldingen binnen vanuit de woningbouwstichting. Ook is betrokkene vermagerd, put ze zichzelf uit en veroorzaakt ze overlast. Het hoofddoel is de stemming van betrokkene normaal te krijgen. 3.3. De advocaat zegt niet van te voren met betrokkene te hebben kunnen spreken. Het standpunt van betrokkene is duidelijk en dus vraagt de advocaat primair om afwijzing van het verzoek. Wanneer de rechtbank besluit tot een toewijzing te komen pleit de advocaat subsidiair voor medicatie, medische controles en het aanbrengen van beperkingen. Daarnaast ook opname en beperken van de bewegingsvrijheid voor een zo kort mogelijke duur. 4 De beoordeling 4.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 4.2. Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een bipolaire-stemmingsstoornis. 4.3. Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - ernstige psychische schade; - maatschappelijke teloorgang; - het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag; - gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. 4.4. De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat er bij betrokkene sprake van een manisch toestandsbeeld, wat zich uit in een verhoogde stemming en achterdocht jegens het behandelteam en haar omgeving. Tijdens een manische ontregeling heeft betrokkene eerder haar woning ernstig vervuild en voor overlast gezorgd. Daarnaast zijn er diverse meldingen over verward gedrag binnen gekomen. Betrokkene was erg onrustig en snel geagiteerd, wat agressie bij anderen kan oproepen. Verder is betrokkene de oude opnameafdeling aan de [ggz-kliniek] binnen gelopen en bij de rechtbank rondjes gaan rijden. 4.5. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig. 4.6. Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft onvoldoende zicht op haar huidige situatie. Betrokkene houdt afspraken met het behandelteam af en weigert huisbezoeken. Hierdoor komt er geen effectieve samenwerking tot stand. Het is niet duidelijk of betrokkene adequaat haar medicatie inneemt, zij staat niet open voor controle hiervan. Betrokkene wil absoluut niet opgenomen worden. Zorg op vrijwillige basis is niet mogelijk. Daarom is verplichte zorg nodig. 4.7. De verzochte vormen van verplichte zorg zijn tijdens de mondelinge behandeling besproken. 4.8. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn: - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; het beperken van de bewegingsvrijheid; insluiten; aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; - opnemen in een accommodatie. 4.8.1. Gelet op de verklaring van de verpleegkundig specialist is de rechtbank van oordeel dat, in afwijking van het verzoek van de officier van justitie, ook de zorgvorm ‘insluiten’ noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden. Daarbij overweegt de rechtbank dat de inzet van deze zorgvorm noodzakelijk is om betrokkene een prikkelarme en rustigere omgeving binnen de afdeling te bieden. Dit zorgt ervoor dat betrokkene rustig kan worden en er minder chaos in haar hoofd is, waardoor ze kan stabiliseren. Tijdens eerdere opnames is gebleken dat dit de eerste een of twee weken van een opname noodzakelijk is. De rechtbank zal deze aanvullende vorm van verplichte zorg met toepassing van artikel 6:4 lid 2 Wvggz toewijzen. De rechtbank oordeelt hierbij dat ‘insluiten’ enkel voor een zo kort mogelijke duur mag worden toegepast. 4.9. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving. 4.10. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. 5 De beslissing De rechtbank: 5.1. verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1970 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast; - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; het beperken van de bewegingsvrijheid; insluiten; aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; - opnemen in een accommodatie. 5.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 september 2026; 5.3. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026 door mr. Donders, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 8 april 2026.