Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-31
ECLI:NL:RBZWB:2026:3587
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
3,387 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3587 text/xml public 2026-05-18T12:06:18 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-31 C/02/446277 / FA RK 26-1465 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3587 text/html public 2026-05-18T12:05:57 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3587 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 31-03-2026 / C/02/446277 / FA RK 26-1465 Rechterlijke machtiging voor de duur van zes maanden. Aan de wettelijke vereisten is voldaan. De maximale hulp in de thuissituatie is ingezet, maar de situatie is niet houdbaar. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/446277 / FA RK 26-1465 Datum uitspraak: 31 maart 2026 Beschikking rechterlijke machtiging op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1937 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats] , advocaat mr. C.L.M. Gommers uit Breda. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 20 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 maart 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door haar advocaat; mevrouw [persoon 1] , contactverzorgende; [persoon 2] , medewerkster van [accommodatie] ; mevrouw [persoon 3] , medewerkster servicebureau [servicebureau] . 1.3. De neef en tevens mentor van betrokkene, de heer [persoon 4] , heeft de rechtbank laten weten niet bij de mondelinge behandeling aanwezig te zijn. 2 Het verzoek 2.1. Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden. 3 De standpunten 3.1. Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat ze hier goed zit en niet wil verhuizen. Betrokkene herkent zich niet in het beeld wat de zorg schetst; ze vindt dat ze voor zichzelf kan zorgen. 3.2. De medewerkster van [accommodatie] zegt dat zij eigenlijk langs komen om wat te ondersteunen, maar vooral om iets gezelligs te ondernemen. Op dit moment komen ze daar nauwelijks aan toe, omdat het vaak neer komt op het verschonen van het bed omdat het nat is, het poetsen van het toilet of het in- of uitruimen van de vaatwasser. De medewerkster van [accommodatie] merkt dat het lastig is om de verhaallijn van betrokkene te volgen. Betrokkene wil vaak dingen vertellen, maar door de woordvindproblemen moeten ze dan even puzzelen hoe het ook alweer zat. 3.3. De contactverzorgende zegt dat er nu minimaal zes keer per dag geplande zorg wordt geleverd, maar daarnaast komt er ook ongeplande zorg langs. Deze zorg is niet toereikend voor wat betrokkene vraagt en meer zorg is niet mogelijk. Betrokkene is incontinent, maar geeft het niet aan als het nat is. Daarnaast is betrokkene veel afgevallen en krijgt ze nu bijvoeding om op gewicht te komen. Ook heeft betrokkene last van geheugenproblemen. De contactverzorgende zegt dat betrokkene veel vraagt van haar omgeving; mantelzorgers, familie en buren en dat ze graag gezelschap om zich heen heeft. De mantelzorgers hebben volgens de contactverpleegkundige aangegeven dat het voor hen niet langer houdbaar is zo. 3.4. De medewerker van servicebureau [servicebureau] zegt met alle betrokken mantelzorgers en zorgverleners allerlei constructies te hebben bedacht om ervoor te zorgen dat er zo veel mogelijk kan worden geholpen op verschillende vlakken. Voor hen kan het zo niet langer en zij willen afbouwen met de zorg die zij nu bieden. 3.5. De advocaat zegt dat ze geen twijfels heeft over de dementie van betrokkene. Ook het ernstig nadeel ziet de advocaat. Echter is een rechterlijke machtiging het uiterste middel en is het de vraag of er een minder ingrijpende situatie mogelijk is. De advocaat zegt dat met de hulp die nu wordt ingezet, ook al is deze eigenlijk van ongebruikelijke frequentie, thuis wonen mogelijk is voor betrokkene. De advocaat vindt dat er een minder ingrijpende mogelijkheid is. De advocaat vindt het ook belangrijk dat er wordt gekeken naar het juiste moment voor een opname in een verpleeghuis, zeker gelet op het recente overlijden van de echtgenoot van betrokkene. Namens betrokkene pleit de advocaat voor afwijzing van het verzoek. 4 De beoordeling 4.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 4.2. Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gekomen is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk een dementieel syndroom (uitgebreide neurocognitieve stoornis). 4.3. Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang. 4.4. De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene niet meer in staat is om voor zichzelf te zorgen. Betrokkene heeft hulp nodig bij het wassen en aankleden en eet en drinkt niet als dit haar niet wordt aangereikt, waardoor zij de laatste maanden is afgevallen. Betrokkene is niet in staat om adequaat te handelen bij haar incontinentie. Ook kan betrokkene haar dag niet meer invullen en claimt zij familie en omwonenden overmatig voor hulp en gezelschap. Daarnaast heeft betrokkene toenemende apraxie en woordvindproblemen. 4.5. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene geeft meermaals aan niet opgenomen te willen worden of te willen verhuizen naar een andere woonomgeving. Ze vindt het niet nodig en kan nog voor zichzelf zorgen. 4.6. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De maximale zorg is ingezet en eigenlijk voor de omgeving niet langer op deze manier houdbaar. De zorg die nu wordt geboden gaat de grenzen al te boven en is niet voldoende gebleken. Betrokkene heeft 24-uurs zorg nodig welke niet in de thuissituatie kan worden geboden. 4.7. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wzd. 5 De beslissing De rechtbank: 5.1. verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1937 in [geboorteplaats] ; 5.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 september 2026. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026 door mr. Donders, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 8 april 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3587 text/xml public 2026-05-18T12:06:18 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-31 C/02/446277 / FA RK 26-1465 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3587 text/html public 2026-05-18T12:05:57 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3587 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 31-03-2026 / C/02/446277 / FA RK 26-1465 Rechterlijke machtiging voor de duur van zes maanden. Aan de wettelijke vereisten is voldaan. De maximale hulp in de thuissituatie is ingezet, maar de situatie is niet houdbaar. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/446277 / FA RK 26-1465 Datum uitspraak: 31 maart 2026 Beschikking rechterlijke machtiging op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1937 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats] , advocaat mr. C.L.M. Gommers uit Breda. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 20 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 maart 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door haar advocaat; mevrouw [persoon 1] , contactverzorgende; [persoon 2] , medewerkster van [accommodatie] ; mevrouw [persoon 3] , medewerkster servicebureau [servicebureau] . 1.3. De neef en tevens mentor van betrokkene, de heer [persoon 4] , heeft de rechtbank laten weten niet bij de mondelinge behandeling aanwezig te zijn. 2 Het verzoek 2.1. Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden. 3 De standpunten 3.1. Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat ze hier goed zit en niet wil verhuizen. Betrokkene herkent zich niet in het beeld wat de zorg schetst; ze vindt dat ze voor zichzelf kan zorgen. 3.2. De medewerkster van [accommodatie] zegt dat zij eigenlijk langs komen om wat te ondersteunen, maar vooral om iets gezelligs te ondernemen. Op dit moment komen ze daar nauwelijks aan toe, omdat het vaak neer komt op het verschonen van het bed omdat het nat is, het poetsen van het toilet of het in- of uitruimen van de vaatwasser. De medewerkster van [accommodatie] merkt dat het lastig is om de verhaallijn van betrokkene te volgen. Betrokkene wil vaak dingen vertellen, maar door de woordvindproblemen moeten ze dan even puzzelen hoe het ook alweer zat. 3.3. De contactverzorgende zegt dat er nu minimaal zes keer per dag geplande zorg wordt geleverd, maar daarnaast komt er ook ongeplande zorg langs. Deze zorg is niet toereikend voor wat betrokkene vraagt en meer zorg is niet mogelijk. Betrokkene is incontinent, maar geeft het niet aan als het nat is. Daarnaast is betrokkene veel afgevallen en krijgt ze nu bijvoeding om op gewicht te komen. Ook heeft betrokkene last van geheugenproblemen. De contactverzorgende zegt dat betrokkene veel vraagt van haar omgeving; mantelzorgers, familie en buren en dat ze graag gezelschap om zich heen heeft. De mantelzorgers hebben volgens de contactverpleegkundige aangegeven dat het voor hen niet langer houdbaar is zo. 3.4. De medewerker van servicebureau [servicebureau] zegt met alle betrokken mantelzorgers en zorgverleners allerlei constructies te hebben bedacht om ervoor te zorgen dat er zo veel mogelijk kan worden geholpen op verschillende vlakken. Voor hen kan het zo niet langer en zij willen afbouwen met de zorg die zij nu bieden. 3.5. De advocaat zegt dat ze geen twijfels heeft over de dementie van betrokkene. Ook het ernstig nadeel ziet de advocaat. Echter is een rechterlijke machtiging het uiterste middel en is het de vraag of er een minder ingrijpende situatie mogelijk is. De advocaat zegt dat met de hulp die nu wordt ingezet, ook al is deze eigenlijk van ongebruikelijke frequentie, thuis wonen mogelijk is voor betrokkene. De advocaat vindt dat er een minder ingrijpende mogelijkheid is. De advocaat vindt het ook belangrijk dat er wordt gekeken naar het juiste moment voor een opname in een verpleeghuis, zeker gelet op het recente overlijden van de echtgenoot van betrokkene. Namens betrokkene pleit de advocaat voor afwijzing van het verzoek. 4 De beoordeling 4.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 4.2. Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gekomen is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk een dementieel syndroom (uitgebreide neurocognitieve stoornis). 4.3. Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang. 4.4. De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene niet meer in staat is om voor zichzelf te zorgen. Betrokkene heeft hulp nodig bij het wassen en aankleden en eet en drinkt niet als dit haar niet wordt aangereikt, waardoor zij de laatste maanden is afgevallen. Betrokkene is niet in staat om adequaat te handelen bij haar incontinentie. Ook kan betrokkene haar dag niet meer invullen en claimt zij familie en omwonenden overmatig voor hulp en gezelschap. Daarnaast heeft betrokkene toenemende apraxie en woordvindproblemen. 4.5. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene geeft meermaals aan niet opgenomen te willen worden of te willen verhuizen naar een andere woonomgeving. Ze vindt het niet nodig en kan nog voor zichzelf zorgen. 4.6. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De maximale zorg is ingezet en eigenlijk voor de omgeving niet langer op deze manier houdbaar. De zorg die nu wordt geboden gaat de grenzen al te boven en is niet voldoende gebleken. Betrokkene heeft 24-uurs zorg nodig welke niet in de thuissituatie kan worden geboden. 4.7. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wzd. 5 De beslissing De rechtbank: 5.1. verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1937 in [geboorteplaats] ; 5.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 september 2026. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026 door mr. Donders, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 8 april 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.