Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-04-28
ECLI:NL:RBZWB:2026:3577
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,416 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3577 text/xml public 2026-05-08T09:18:22 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-28 25/4241 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Mondelinge uitspraak Proces-verbaal NL Breda Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3577 text/html public 2026-05-08T09:18:04 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3577 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 28-04-2026 / 25/4241 Mondelinge uitspraak: definitieve berekening utikering nav voorschotten, gronden zien op ander besluit RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/4241 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. J. de Jong), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen , het UWV. Inleiding 1. Deze uitspraak gaat over de definitieve berekening van de uitkering van eiseres op grond van de Wet WIA over de periode 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023. 1.1. Met het besluit van 15 oktober 2024 (het primaire besluit) heeft het UWV de WIA-uitkering van eiseres over de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 definitief berekend en vastgesteld dat zij terecht geen voorschot heeft ontvangen en dus verder geen nabetaling ontvangt over die periode. 1.2. Met het bestreden besluit van 10 juli 2025 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij dat besluit gebleven. 1.3. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 1.4. De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van het UWV van 10 juli 2025 op 28 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en haar gemachtigde en namens het UWV mr. H.J.J. Verhoeven. 1.5. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de rechtbank 2. In het bestreden besluit heeft het UWV een beslissing op bezwaar genomen over de definitieve berekening over 2023. Tegen dit besluit zijn geen beroepsgronden gericht, zodat het beroep daartegen ongegrond is. 3. Het beroep van eiseres richt zich feitelijk tegen de definitieve berekening en terugvordering van ruim € 3.000 over het jaar 2022, in het besluit van 2 juli 2024. Echter, op 4 december 2024 heeft het UWV al een beslissing genomen op het bezwaar van eiseres hiertegen. Eiseres stelt dat zij deze beslissing op bezwaar toentertijd niet heeft ontvangen. Eiseres heeft hiertegen geen beroep ingesteld, ook niet nadat zij deze beslissing in het kader van deze beroepsprocedure had ontvangen. De rechtbank ziet geen grond om dit besluit in deze beroepsprocedure te betrekken. Een mogelijke toezegging van een medewerker van het UWV dat 2022 zou worden meegenomen in de beslissing op het bezwaar tegen 2023 maakt dat niet anders. 4. Ten overvloede overweegt de rechtbank nog het volgende. De verrekening van inkomsten als zelfstandige gaat per kalenderjaar, omdat uitgegaan moet worden van de fiscale winst over een jaar. Die kan pas achteraf worden vastgesteld, gelet op onder andere de aftrekposten. Het inkomen voor een zelfstandige kan per jaar hoger of lager uitvallen. Dat is anders dan bij werknemers in loondienst, dan geschiedt de verrekening per maand. Dat is een wezenlijk andere situatie dan bij een zelfstandige zoals eiseres. Dat eiseres een soort schijnzelfstandige lijkt te zijn, maakt dit niet anders. Een definitieve berekening per jaar is dus correct. Dat eiseres alles tijdig bij het UWV heeft gemeld, doet hieraan ook niets af. Conclusie en gevolgen 5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat er voor eiseres niets verandert. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. 6. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 april 2026 door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M.H. Meulensteen, griffier. griffier rechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3577 text/xml public 2026-05-08T09:18:22 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-28 25/4241 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Mondelinge uitspraak Proces-verbaal NL Breda Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3577 text/html public 2026-05-08T09:18:04 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3577 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 28-04-2026 / 25/4241 Mondelinge uitspraak: definitieve berekening utikering nav voorschotten, gronden zien op ander besluit RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/4241 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. J. de Jong), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen , het UWV. Inleiding 1. Deze uitspraak gaat over de definitieve berekening van de uitkering van eiseres op grond van de Wet WIA over de periode 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023. 1.1. Met het besluit van 15 oktober 2024 (het primaire besluit) heeft het UWV de WIA-uitkering van eiseres over de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 definitief berekend en vastgesteld dat zij terecht geen voorschot heeft ontvangen en dus verder geen nabetaling ontvangt over die periode. 1.2. Met het bestreden besluit van 10 juli 2025 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij dat besluit gebleven. 1.3. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 1.4. De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van het UWV van 10 juli 2025 op 28 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en haar gemachtigde en namens het UWV mr. H.J.J. Verhoeven. 1.5. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de rechtbank 2. In het bestreden besluit heeft het UWV een beslissing op bezwaar genomen over de definitieve berekening over 2023. Tegen dit besluit zijn geen beroepsgronden gericht, zodat het beroep daartegen ongegrond is. 3. Het beroep van eiseres richt zich feitelijk tegen de definitieve berekening en terugvordering van ruim € 3.000 over het jaar 2022, in het besluit van 2 juli 2024. Echter, op 4 december 2024 heeft het UWV al een beslissing genomen op het bezwaar van eiseres hiertegen. Eiseres stelt dat zij deze beslissing op bezwaar toentertijd niet heeft ontvangen. Eiseres heeft hiertegen geen beroep ingesteld, ook niet nadat zij deze beslissing in het kader van deze beroepsprocedure had ontvangen. De rechtbank ziet geen grond om dit besluit in deze beroepsprocedure te betrekken. Een mogelijke toezegging van een medewerker van het UWV dat 2022 zou worden meegenomen in de beslissing op het bezwaar tegen 2023 maakt dat niet anders. 4. Ten overvloede overweegt de rechtbank nog het volgende. De verrekening van inkomsten als zelfstandige gaat per kalenderjaar, omdat uitgegaan moet worden van de fiscale winst over een jaar. Die kan pas achteraf worden vastgesteld, gelet op onder andere de aftrekposten. Het inkomen voor een zelfstandige kan per jaar hoger of lager uitvallen. Dat is anders dan bij werknemers in loondienst, dan geschiedt de verrekening per maand. Dat is een wezenlijk andere situatie dan bij een zelfstandige zoals eiseres. Dat eiseres een soort schijnzelfstandige lijkt te zijn, maakt dit niet anders. Een definitieve berekening per jaar is dus correct. Dat eiseres alles tijdig bij het UWV heeft gemeld, doet hieraan ook niets af. Conclusie en gevolgen 5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat er voor eiseres niets verandert. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. 6. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 april 2026 door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M.H. Meulensteen, griffier. griffier rechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.