Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-30
ECLI:NL:RBZWB:2026:3535
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
4,078 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3535 text/xml public 2026-05-13T14:39:59 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-30 C/02/445490 / JE RK 26-340 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3535 text/html public 2026-05-13T13:30:25 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3535 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 30-03-2026 / C/02/445490 / JE RK 26-340 Ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing. Tot op heden vrijwillige plaatsing van de minderjarige, maar na geven perspectiefbesluit is een gedwongen kader noodzakelijk. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/445490 / JE RK 26-340 Datum uitspraak: 30 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant, locatie Etten-Leur, hierna te noemen de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2025 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [plaats] , advocaat mr. Z. Yeral uit Roosendaal, [de vader] , hierna te noemen de vader, laatst bekende woonplaats in [plaats] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 27 februari 2026; het op 16 maart 2026 van de GI ontvangen perspectiefbesluit. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: - de advocaat van de moeder; - de betrokken jeugdbeschermer namens de GI. De vader en de moeder zijn niet in persoon verschenen. De jeugdbeschermer heeft daartoe tijdens de zitting verklaard dat de moeder bij haar heeft aangegeven dat zij niet bij de zitting aanwezig wil zijn. De vader wil geen contact met de GI. Hij is via zijn begeleider op de hoogte gesteld van de zitting. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de moeder wel juist zijn opgeroepen. 1.3. Aan de moeder is ambtshalve als advocaat toegevoegd mr. Yeral te Roosendaal. Deze toevoeging berust op de pilot kosteloze rechtsbijstand UHP, op grond waarvan in zaken over (spoed)uithuisplaatsing van minderjarigen de ouder(s) bij wie het kind op dat moment feitelijk verblijft recht heeft/hebben op kosteloze rechtsbijstand van een (voorkeurs)advocaat. 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. Bij beschikking van 4 april 2025 is (de toen nog ongeboren) [minderjarige] onder toezicht gesteld met ingang van 4 april 2025 tot 4 april 2026. Ook is een machtiging verleend om (de toen nog ongeboren) [minderjarige] uit huis te plaatsen in een ziekenhuis dan wel een voorziening voor pleegzorg vanaf de geboorte tot 4 oktober 2026. 2.3. Bij beschikking van 25 september 2025 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd met ingang van 4 oktober 2025 tot 4 april 2026. 2.4. Op basis van voornoemde machtigingen verblijft [minderjarige] sinds haar geboorte in het huidige perspectief biedende pleeggezin. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. In het verzoekschrift is het verzoek en het standpunt van de GI toegelicht. Tijdens de zitting is namens de GI (in aanvulling daarop), samengevat, verklaard dat gebleken is dat de moeder moeite heeft om de bezoekafspraken aan [minderjarige] eenmaal per twee weken na te komen. In overleg met de moeder zullen de bezoeken in frequentie gelijk worden getrokken met de bezoeken aan [persoon] , de andere dochter van de moeder die in een ander pleeggezin woont. De contacten zullen gecombineerd gaan worden. Begin dit jaar is gebleken dat [minderjarige] en [persoon] dezelfde vader hebben. Recent is een opvoedbesluit genomen. Dit is besproken met de moeder. Hoewel de moeder dit liever anders zou willen, ziet zij nu geen mogelijkheden om de zorg voor [minderjarige] op zich te nemen. Ook de vader ziet deze van zijn zijde niet. In de komende periode wil de GI onderzoeken welke gevolgen het opvoedbesluit zal hebben, onder andere voor de gezagspositie van de ouders. Daarnaast zal de hulpverlening voor de moeder worden voortgezet. Zij heeft in april 2026 een intake bij Novadic Kentron voor behandeling. Verder is er een interventieteam gestart en zal worden bekeken hoe de woning van de moeder behouden kan worden. De GI verwacht dat dit alles in ieder geval een jaar in beslag zal nemen. De problematiek van de ouders is complex en hardnekkig. Als de moeder in behandeling bij Novadic Kentron komt zal haar problematiek niet op korte termijn veranderen. De GI ziet voor de moeder geen mogelijkheden (ontstaan) ten aanzien van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . 4.2. Door de advocaat van de moeder is aangevoerd dat hij de moeder slechts eenmaal heeft kunnen spreken. De advocaat moet zich daarom op de stukken baseren. De moeder vindt het jammer dat zij zelf nu niet voor [minderjarige] kan zorgen. Zij hoopt dit in de toekomst wel te kunnen. De advocaat vraagt zich af of een verlenging voor de termijn van één jaar daadwerkelijk nodig is, ook omdat er een intake bij Novadic Kentron gepland is. Namens de moeder refereert de advocaat zich aan het oordeel van de kinderrechter in deze. 5 De beoordeling 5.1. Op het verzoek van de Raad tot ondertoezichtstelling is artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing. Hierin staat kort gezegd dat de kinderrechter een minderjarige onder toezicht kan stellen als hij/zij ernstig in zijn/haar ontwikkeling wordt bedreigd en die ontwikkelingsbedreiging niet (voldoende) kan worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. 5.2. Op het verzoek van de Raad tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing is artikel 1:265b BW van toepassing. Hierin staat kort gezegd dat de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige kan verlenen als dat in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige noodzakelijk is. Ondertoezichtstelling 5.3. De kinderrechter is gelet op de stukken en hetgeen tijdens de zitting besproken is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.4. De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. De ouders kunnen [minderjarige] niet bieden wat zij nodig heeft. In de thuissituatie was regelmatig sprake van fors huiselijk geweld, drugsgebruik en verkeerde keuzes. Sinds de geboorte van [minderjarige] zijn de ouders regelmatig langere tijd niet in beeld geweest. De ouders zijn inmiddels uit elkaar. Beide ouders geven aan voor nu geen mogelijkheden te zien om [minderjarige] te verzorgen en op te voeden. De vader ziet ook geen mogelijkheden voor contact met [minderjarige] . De contacten tussen de moeder en [minderjarige] zijn in frequentie aangepast nu het de moeder niet goed lukt om de bezoekafspraken na te komen. Bij beide ouders is sprake van persoonlijke problematiek, waarvoor zij behandeling nodig hebben. De vader leeft sinds enkele maanden op straat. De moeder moet mogelijk op korte termijn haar woning verlaten. 5.5. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Gelet op de persoonlijkheids- en verslavingsproblematiek van de moeder zijn verschillende vormen van hulpverlening aan haar aangeboden. Dit is echter niet (voldoende) van de grond gekomen. De moeder ziet hiervan de noodzaak niet in of zij vindt het niet passend. In april 2026 kan de moeder terecht bij Novadic-Kentron voor een intakegesprek. De vraag is of de moeder deze hulp/behandeling wel gaat accepteren.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3535 text/xml public 2026-05-13T14:39:59 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-30 C/02/445490 / JE RK 26-340 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3535 text/html public 2026-05-13T13:30:25 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3535 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 30-03-2026 / C/02/445490 / JE RK 26-340 Ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing. Tot op heden vrijwillige plaatsing van de minderjarige, maar na geven perspectiefbesluit is een gedwongen kader noodzakelijk. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/445490 / JE RK 26-340 Datum uitspraak: 30 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant, locatie Etten-Leur, hierna te noemen de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2025 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [plaats] , advocaat mr. Z. Yeral uit Roosendaal, [de vader] , hierna te noemen de vader, laatst bekende woonplaats in [plaats] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 27 februari 2026; het op 16 maart 2026 van de GI ontvangen perspectiefbesluit. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: - de advocaat van de moeder; - de betrokken jeugdbeschermer namens de GI. De vader en de moeder zijn niet in persoon verschenen. De jeugdbeschermer heeft daartoe tijdens de zitting verklaard dat de moeder bij haar heeft aangegeven dat zij niet bij de zitting aanwezig wil zijn. De vader wil geen contact met de GI. Hij is via zijn begeleider op de hoogte gesteld van de zitting. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de moeder wel juist zijn opgeroepen. 1.3. Aan de moeder is ambtshalve als advocaat toegevoegd mr. Yeral te Roosendaal. Deze toevoeging berust op de pilot kosteloze rechtsbijstand UHP, op grond waarvan in zaken over (spoed)uithuisplaatsing van minderjarigen de ouder(s) bij wie het kind op dat moment feitelijk verblijft recht heeft/hebben op kosteloze rechtsbijstand van een (voorkeurs)advocaat. 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. Bij beschikking van 4 april 2025 is (de toen nog ongeboren) [minderjarige] onder toezicht gesteld met ingang van 4 april 2025 tot 4 april 2026. Ook is een machtiging verleend om (de toen nog ongeboren) [minderjarige] uit huis te plaatsen in een ziekenhuis dan wel een voorziening voor pleegzorg vanaf de geboorte tot 4 oktober 2026. 2.3. Bij beschikking van 25 september 2025 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengd met ingang van 4 oktober 2025 tot 4 april 2026. 2.4. Op basis van voornoemde machtigingen verblijft [minderjarige] sinds haar geboorte in het huidige perspectief biedende pleeggezin. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. In het verzoekschrift is het verzoek en het standpunt van de GI toegelicht. Tijdens de zitting is namens de GI (in aanvulling daarop), samengevat, verklaard dat gebleken is dat de moeder moeite heeft om de bezoekafspraken aan [minderjarige] eenmaal per twee weken na te komen. In overleg met de moeder zullen de bezoeken in frequentie gelijk worden getrokken met de bezoeken aan [persoon] , de andere dochter van de moeder die in een ander pleeggezin woont. De contacten zullen gecombineerd gaan worden. Begin dit jaar is gebleken dat [minderjarige] en [persoon] dezelfde vader hebben. Recent is een opvoedbesluit genomen. Dit is besproken met de moeder. Hoewel de moeder dit liever anders zou willen, ziet zij nu geen mogelijkheden om de zorg voor [minderjarige] op zich te nemen. Ook de vader ziet deze van zijn zijde niet. In de komende periode wil de GI onderzoeken welke gevolgen het opvoedbesluit zal hebben, onder andere voor de gezagspositie van de ouders. Daarnaast zal de hulpverlening voor de moeder worden voortgezet. Zij heeft in april 2026 een intake bij Novadic Kentron voor behandeling. Verder is er een interventieteam gestart en zal worden bekeken hoe de woning van de moeder behouden kan worden. De GI verwacht dat dit alles in ieder geval een jaar in beslag zal nemen. De problematiek van de ouders is complex en hardnekkig. Als de moeder in behandeling bij Novadic Kentron komt zal haar problematiek niet op korte termijn veranderen. De GI ziet voor de moeder geen mogelijkheden (ontstaan) ten aanzien van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . 4.2. Door de advocaat van de moeder is aangevoerd dat hij de moeder slechts eenmaal heeft kunnen spreken. De advocaat moet zich daarom op de stukken baseren. De moeder vindt het jammer dat zij zelf nu niet voor [minderjarige] kan zorgen. Zij hoopt dit in de toekomst wel te kunnen. De advocaat vraagt zich af of een verlenging voor de termijn van één jaar daadwerkelijk nodig is, ook omdat er een intake bij Novadic Kentron gepland is. Namens de moeder refereert de advocaat zich aan het oordeel van de kinderrechter in deze. 5 De beoordeling 5.1. Op het verzoek van de Raad tot ondertoezichtstelling is artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing. Hierin staat kort gezegd dat de kinderrechter een minderjarige onder toezicht kan stellen als hij/zij ernstig in zijn/haar ontwikkeling wordt bedreigd en die ontwikkelingsbedreiging niet (voldoende) kan worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. 5.2. Op het verzoek van de Raad tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing is artikel 1:265b BW van toepassing. Hierin staat kort gezegd dat de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige kan verlenen als dat in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige noodzakelijk is. Ondertoezichtstelling 5.3. De kinderrechter is gelet op de stukken en hetgeen tijdens de zitting besproken is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.4. De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. De ouders kunnen [minderjarige] niet bieden wat zij nodig heeft. In de thuissituatie was regelmatig sprake van fors huiselijk geweld, drugsgebruik en verkeerde keuzes. Sinds de geboorte van [minderjarige] zijn de ouders regelmatig langere tijd niet in beeld geweest. De ouders zijn inmiddels uit elkaar. Beide ouders geven aan voor nu geen mogelijkheden te zien om [minderjarige] te verzorgen en op te voeden. De vader ziet ook geen mogelijkheden voor contact met [minderjarige] . De contacten tussen de moeder en [minderjarige] zijn in frequentie aangepast nu het de moeder niet goed lukt om de bezoekafspraken na te komen. Bij beide ouders is sprake van persoonlijke problematiek, waarvoor zij behandeling nodig hebben. De vader leeft sinds enkele maanden op straat. De moeder moet mogelijk op korte termijn haar woning verlaten. 5.5. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Gelet op de persoonlijkheids- en verslavingsproblematiek van de moeder zijn verschillende vormen van hulpverlening aan haar aangeboden. Dit is echter niet (voldoende) van de grond gekomen. De moeder ziet hiervan de noodzaak niet in of zij vindt het niet passend. In april 2026 kan de moeder terecht bij Novadic-Kentron voor een intakegesprek. De vraag is of de moeder deze hulp/behandeling wel gaat accepteren.