Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-27
ECLI:NL:RBZWB:2026:3444
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
3,641 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3444 text/xml public 2026-05-12T10:57:40 2026-04-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-27 C/02/446086 / FA RK 26-1353 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3444 text/html public 2026-05-12T10:57:23 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3444 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 27-03-2026 / C/02/446086 / FA RK 26-1353 Zorgmachtiging 6 maanden behalve opname 3 maanden RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/446086 / FA RK 26-1353 Datum uitspraak: 27 maart 2026 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1977 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [woonplaats] , advocaat mr. J.J. Bronsveld uit Bergen op Zoom. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: - betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Bronsveld; - de heer [persoon 1] , psychiater, behandelaar; mevrouw [persoon 2] , verpleegkundig specialist; mevrouw [persoon 3] , coassistent; [persoon 4] , medewerker van het regioteam. 2 Wat vaststaat 2.1. Door de rechtbank is aan betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 13 maart 2026. Betrokkene verblijft op grond van de nawerking van deze machtiging bij [zorginstelling] te [locatie] . 3 Het verzoek 3.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat het ‘op zich redelijk’ met haar gaat. Zij wil zo snel mogelijk naar huis om voor haar kinderen te zorgen. De dagen nadat betrokkene een behandeling voor katatonie heeft gehad, gaat het minder goed met haar. Op die dagen wordt er goed voor betrokkene gezorgd bij [zorginstelling] . Zij wil dan het liefst niet naar huis. 4.2. De verpleegkundig specialist licht tijdens de zitting toe dat bij betrokkene sprake is van een psychotisch en katatoon toestandsbeeld. Het gaat sinds enkele dagen beter met betrokkene, maar dit beeld is echter nog erg fragiel. Betrokkene krijgt twee keer per week een ECT-behandeling, waar zij op dit moment vrijwillig aan meewerkt. Betrokkene heeft echter gedurende een lange periode niet opengestaan voor deze behandeling. De verpleegkundig specialist stelt dan ook dat bij betrokkene sprake is van ambivalentie ten opzichte van deze behandeling. Naar verwachting heeft betrokkene twaalf ECT-behandelingen nodig, waarvan zij er op dit moment enkele heeft afgerond. Verder geeft de verpleegkundig specialist aan dat beoogd wordt de medicatie van betrokkene geleidelijk af te bouwen. De zorgmachtiging is bedoeld als vangnet voor als het minder goed gaat met betrokkene. Volgens de verpleegkundig specialist is het toewijzen van de zorgvormen ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘opnemen in een accommodatie’ voor een duur van drie maanden voldoende. 4.3. De advocaat verzoekt namens betrokkene om bij toewijzing van het verzoek de verzochte vormen van verplichte zorg ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘opnemen in een accommodatie’ slechts toe te wijzen voor de duur van drie maanden. Wat betreft de overige verzochte vormen van verplichte zorg verzoekt de advocaat het verzoek toe te wijzen zoals verzocht, namelijk voor de duur van zes maanden. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie tot zes maanden, afhankelijk van de vorm van verplichte zorg zoals volgt uit 5.7. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. 5.3. Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - levensgevaar; - ernstige psychische schade; - het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag. 5.4. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat bij betrokkene sprake is van paranoïde- en betrekkingswanen met betrekking tot seksueel misbruik en ernstige achterdocht. Vanuit haar achterdocht doet betrokkene zeer verwijtende uitspraken over haar omgeving. Ook is bij betrokkene sprake van steeds terugkerende symptomen van katatonie. 5.5. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig. 5.6. Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Bij betrokkene is geen sprake van ziektebesef en ziekte-inzicht. Betrokkene is het niet eens met het medicamenteuze beleid en zij neemt de medicatie enkel onder drang van de verplichte zorg. Daarom is verplichte zorg nodig. 5.7. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn: - het toedienen van medicatie – voor de duur van zes maanden ; - het verrichten van medische controles – voor de duur van zes maanden ; - het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening – voor de duur van zes maanden ; - het beperken van de bewegingsvrijheid – voor de duur van drie maanden ; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen – voor de duur van zes maanden ; - opnemen in een accommodatie – voor de duur van drie maanden . 5.8. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving. 6 De beslissing De rechtbank: 6.1. verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1977 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast; 6.2. bepaalt dat deze machtiging voor de vormen van verplichte zorg ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘opnemen in een accommodatie’ geldt tot en met 27 juni 2026; 6.3. bepaalt dat deze machtiging voor de overige vormen van verplichte zorg zoals vermeld in 5.7. geldt tot en met 27 september 2026 ; 6.4. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. De Keijzer, griffier en op schrift gesteld op 10 april 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3444 text/xml public 2026-05-12T10:57:40 2026-04-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-27 C/02/446086 / FA RK 26-1353 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3444 text/html public 2026-05-12T10:57:23 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3444 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 27-03-2026 / C/02/446086 / FA RK 26-1353 Zorgmachtiging 6 maanden behalve opname 3 maanden RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/446086 / FA RK 26-1353 Datum uitspraak: 27 maart 2026 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1977 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [woonplaats] , advocaat mr. J.J. Bronsveld uit Bergen op Zoom. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: - betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Bronsveld; - de heer [persoon 1] , psychiater, behandelaar; mevrouw [persoon 2] , verpleegkundig specialist; mevrouw [persoon 3] , coassistent; [persoon 4] , medewerker van het regioteam. 2 Wat vaststaat 2.1. Door de rechtbank is aan betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 13 maart 2026. Betrokkene verblijft op grond van de nawerking van deze machtiging bij [zorginstelling] te [locatie] . 3 Het verzoek 3.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat het ‘op zich redelijk’ met haar gaat. Zij wil zo snel mogelijk naar huis om voor haar kinderen te zorgen. De dagen nadat betrokkene een behandeling voor katatonie heeft gehad, gaat het minder goed met haar. Op die dagen wordt er goed voor betrokkene gezorgd bij [zorginstelling] . Zij wil dan het liefst niet naar huis. 4.2. De verpleegkundig specialist licht tijdens de zitting toe dat bij betrokkene sprake is van een psychotisch en katatoon toestandsbeeld. Het gaat sinds enkele dagen beter met betrokkene, maar dit beeld is echter nog erg fragiel. Betrokkene krijgt twee keer per week een ECT-behandeling, waar zij op dit moment vrijwillig aan meewerkt. Betrokkene heeft echter gedurende een lange periode niet opengestaan voor deze behandeling. De verpleegkundig specialist stelt dan ook dat bij betrokkene sprake is van ambivalentie ten opzichte van deze behandeling. Naar verwachting heeft betrokkene twaalf ECT-behandelingen nodig, waarvan zij er op dit moment enkele heeft afgerond. Verder geeft de verpleegkundig specialist aan dat beoogd wordt de medicatie van betrokkene geleidelijk af te bouwen. De zorgmachtiging is bedoeld als vangnet voor als het minder goed gaat met betrokkene. Volgens de verpleegkundig specialist is het toewijzen van de zorgvormen ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘opnemen in een accommodatie’ voor een duur van drie maanden voldoende. 4.3. De advocaat verzoekt namens betrokkene om bij toewijzing van het verzoek de verzochte vormen van verplichte zorg ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘opnemen in een accommodatie’ slechts toe te wijzen voor de duur van drie maanden. Wat betreft de overige verzochte vormen van verplichte zorg verzoekt de advocaat het verzoek toe te wijzen zoals verzocht, namelijk voor de duur van zes maanden. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie tot zes maanden, afhankelijk van de vorm van verplichte zorg zoals volgt uit 5.7. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. 5.3. Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - levensgevaar; - ernstige psychische schade; - het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag. 5.4. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat bij betrokkene sprake is van paranoïde- en betrekkingswanen met betrekking tot seksueel misbruik en ernstige achterdocht. Vanuit haar achterdocht doet betrokkene zeer verwijtende uitspraken over haar omgeving. Ook is bij betrokkene sprake van steeds terugkerende symptomen van katatonie. 5.5. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig. 5.6. Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Bij betrokkene is geen sprake van ziektebesef en ziekte-inzicht. Betrokkene is het niet eens met het medicamenteuze beleid en zij neemt de medicatie enkel onder drang van de verplichte zorg. Daarom is verplichte zorg nodig. 5.7. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn: - het toedienen van medicatie – voor de duur van zes maanden ; - het verrichten van medische controles – voor de duur van zes maanden ; - het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening – voor de duur van zes maanden ; - het beperken van de bewegingsvrijheid – voor de duur van drie maanden ; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen – voor de duur van zes maanden ; - opnemen in een accommodatie – voor de duur van drie maanden . 5.8. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving. 6 De beslissing De rechtbank: 6.1. verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1977 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast; 6.2. bepaalt dat deze machtiging voor de vormen van verplichte zorg ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘opnemen in een accommodatie’ geldt tot en met 27 juni 2026; 6.3. bepaalt dat deze machtiging voor de overige vormen van verplichte zorg zoals vermeld in 5.7. geldt tot en met 27 september 2026 ; 6.4. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. De Keijzer, griffier en op schrift gesteld op 10 april 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.