Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-26
ECLI:NL:RBZWB:2026:3406
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
4,095 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3406 text/xml public 2026-05-08T11:52:21 2026-04-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-26 C/02/446113 / FA RK 26-1371 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3406 text/html public 2026-05-08T11:06:50 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3406 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 26-03-2026 / C/02/446113 / FA RK 26-1371 zorgmachtiging Wvggz RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/446113 / FA RK 26-1371 Datum uitspraak: 26 maart 2026 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonende in [plaats 1] , advocaat mr. F.E.R.M. Verhagen te Breda. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 17 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 maart 2026 te [plaats 2] , [accommodatie] . Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; de heer [persoon] , waarnemend casemanager FACT. 1.3 De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord. 2 Wat vaststaat De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 21 april 2026. 3 Het verzoek De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden voor de navolgende zorgvormen: - het toedienen van vocht en voeding; - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; - opnemen in een accommodatie. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene merkt op dat hij in zijn leven veel heeft meegemaakt. De hem voorgeschreven depotmedicatie, die hij één maal per 3 maanden ambulant krijgt toegediend, ervaart hij als helpend. Hij wil deze medicatie daarom blijven gebruiken. 4.2. De waarnemend casemanager licht toe dat betrokkene met de hem geboden depotmedicatie momenteel relatief stabiel functioneert. Echter is een verplicht kader in zijn opvatting nog steeds nodig om te voorkomen dat betrokkene opnieuw decompenseert en hij de hem voorgeschreven medicatie blijft gebruiken. De ervaring heeft geleerd dat, zodra betrokkene decompenseert er in toenemende mate sprake is van achterdocht en van angsten. Er ontstaat dan een reëel gevaar voor zelfverwaarlozing en maatschappelijke teloorgang en daarnaast risico op hinderlijk en/of dreigend gedrag van betrokkene, waarmee hij agressie van anderen kan oproepen ofwel een gevaar kan vormen voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen. Een zorgmachtiging heeft in die zin ook de functie van extra vangnet, bedoeld om tijdig te kunnen ingrijpen in het geval dat betrokkene dreigt te decompenseren. Met deze toelichting kan hij achter het verzoek staan. Als de op dit moment noodzakelijke zorgvormen benoemt hij het toedienen van medicatie en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, bestaande uit het (blijven) onderhouden van contact met het ambulante zorgteam. Voor het (kunnen) toepassen van de overige verzochte zorgvormen ontbreekt volgens hem op dit moment strikt genomen de noodzaak. 4.3. De advocaat van betrokkene voert aan dat zij op grond van de stukken en de mondelinge behandeling concludeert dat het momenteel goed gaat met haar cliënt. Op de aan cliënt tijdens het voorgesprek door haar gestelde vraag of hij achter de verzochte zorgmachtiging - bij wijze van extra steuntje in de rug - zou kunnen staan werd door hem letterlijk geantwoord “liever niet”. Verder is haar gebleken dat de laatst gegeven depotmedicatie dateert van 9 februari 2026, wat betekent dat het verplicht (kunnen) toedienen van zorg in de vorm van medicatie voorlopig niet aan de orde is. Daarbij komt nog dat de rechtbank in de laatst gegeven beschikking heeft geoordeeld dat de zorgmachtiging kon worden beperkt, in die zin, dat er geen noodzaak was voor ‘het verrichten van medische controles’ en ‘insluiten’ als verplichte zorgvormen. Ten slotte maakt zij uit de toelichting van de casemanager op dat hij op dit moment geen noodzaak ziet voor het verplicht gebruik (kunnen) maken van een opnamemogelijkheid. Met deze toelichting stelt zij zich namens haar cliënt primair op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen. Indien de rechtbank anders mocht oordelen verzoekt zij namens haar cliënt, bij wijze van subsidiair standpunt, de zorgmachtiging alleen te verlenen voor de zorgvormen die op dit moment strikt noodzakelijk zijn, als door haar hiervóór toegelicht en deze in duur te beperken. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. Uit de overgelegde stukken, waaronder de medische verklaring en de mondelinge behandeling ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn. 5.3. Ook is uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op: ernstige verwaarlozing; maatschappelijke teloorgang; - het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag; - gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene momenteel stabiel functioneert op zijn depotmedicatie, die hij echter, naar genoegzaam is toegelicht, wel zal moeten blijven gebruiken om te voorkomen dat hij opnieuw decompenseert. Voorts neemt de rechtbank in aanmerking dat in eerdere situaties waarin betrokkene decompenseerde, er risico ontstond op zelfverwaarlozing en maatschappelijke teloorgang, op hinderlijk en/of dreigend gedrag naar anderen, waaronder zijn ex-partner en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen. 5.4. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig. 5.5. Uit de opstelling van betrokkene blijkt naar het oordeel van de rechtbank niet van voldoende (overtuigende) intrinsieke motivatie om aan de zorg, die zijn behandelaar ter afwending van het hiervóór beschreven ernstig nadeel noodzakelijk acht, consequent mee te (blijven) werken indien er van een vrijwillig kader sprake is. Daarom is verplichte zorg nodig. 5.6. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn: - het toedienen van medicatie; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder in dit geval te verstaan dat betrokkene periodiek contact moet blijven onderhouden met zijn ambulant behandelteam; de frequentie van dat contact zal op geleide van het toestandsbeeld door het ambulant behandelteam worden bepaald. De hiervoor genoemde twee zorgvormen zullen derhalve worden toegewezen. Omdat naar het oordeel van de rechtbank niet, althans onvoldoende is gesteld en ook niet, althans onvoldoende is gebleken dat ook de andere door de officier gevraagde zorgvormen noodzakelijk zijn, zullen die worden afgewezen. 5.7. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3406 text/xml public 2026-05-08T11:52:21 2026-04-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-26 C/02/446113 / FA RK 26-1371 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3406 text/html public 2026-05-08T11:06:50 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3406 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 26-03-2026 / C/02/446113 / FA RK 26-1371 zorgmachtiging Wvggz RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/446113 / FA RK 26-1371 Datum uitspraak: 26 maart 2026 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonende in [plaats 1] , advocaat mr. F.E.R.M. Verhagen te Breda. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 17 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 maart 2026 te [plaats 2] , [accommodatie] . Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; de heer [persoon] , waarnemend casemanager FACT. 1.3 De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord. 2 Wat vaststaat De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 21 april 2026. 3 Het verzoek De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden voor de navolgende zorgvormen: - het toedienen van vocht en voeding; - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; - opnemen in een accommodatie. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene merkt op dat hij in zijn leven veel heeft meegemaakt. De hem voorgeschreven depotmedicatie, die hij één maal per 3 maanden ambulant krijgt toegediend, ervaart hij als helpend. Hij wil deze medicatie daarom blijven gebruiken. 4.2. De waarnemend casemanager licht toe dat betrokkene met de hem geboden depotmedicatie momenteel relatief stabiel functioneert. Echter is een verplicht kader in zijn opvatting nog steeds nodig om te voorkomen dat betrokkene opnieuw decompenseert en hij de hem voorgeschreven medicatie blijft gebruiken. De ervaring heeft geleerd dat, zodra betrokkene decompenseert er in toenemende mate sprake is van achterdocht en van angsten. Er ontstaat dan een reëel gevaar voor zelfverwaarlozing en maatschappelijke teloorgang en daarnaast risico op hinderlijk en/of dreigend gedrag van betrokkene, waarmee hij agressie van anderen kan oproepen ofwel een gevaar kan vormen voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen. Een zorgmachtiging heeft in die zin ook de functie van extra vangnet, bedoeld om tijdig te kunnen ingrijpen in het geval dat betrokkene dreigt te decompenseren. Met deze toelichting kan hij achter het verzoek staan. Als de op dit moment noodzakelijke zorgvormen benoemt hij het toedienen van medicatie en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, bestaande uit het (blijven) onderhouden van contact met het ambulante zorgteam. Voor het (kunnen) toepassen van de overige verzochte zorgvormen ontbreekt volgens hem op dit moment strikt genomen de noodzaak. 4.3. De advocaat van betrokkene voert aan dat zij op grond van de stukken en de mondelinge behandeling concludeert dat het momenteel goed gaat met haar cliënt. Op de aan cliënt tijdens het voorgesprek door haar gestelde vraag of hij achter de verzochte zorgmachtiging - bij wijze van extra steuntje in de rug - zou kunnen staan werd door hem letterlijk geantwoord “liever niet”. Verder is haar gebleken dat de laatst gegeven depotmedicatie dateert van 9 februari 2026, wat betekent dat het verplicht (kunnen) toedienen van zorg in de vorm van medicatie voorlopig niet aan de orde is. Daarbij komt nog dat de rechtbank in de laatst gegeven beschikking heeft geoordeeld dat de zorgmachtiging kon worden beperkt, in die zin, dat er geen noodzaak was voor ‘het verrichten van medische controles’ en ‘insluiten’ als verplichte zorgvormen. Ten slotte maakt zij uit de toelichting van de casemanager op dat hij op dit moment geen noodzaak ziet voor het verplicht gebruik (kunnen) maken van een opnamemogelijkheid. Met deze toelichting stelt zij zich namens haar cliënt primair op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen. Indien de rechtbank anders mocht oordelen verzoekt zij namens haar cliënt, bij wijze van subsidiair standpunt, de zorgmachtiging alleen te verlenen voor de zorgvormen die op dit moment strikt noodzakelijk zijn, als door haar hiervóór toegelicht en deze in duur te beperken. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. Uit de overgelegde stukken, waaronder de medische verklaring en de mondelinge behandeling ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn. 5.3. Ook is uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op: ernstige verwaarlozing; maatschappelijke teloorgang; - het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag; - gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene momenteel stabiel functioneert op zijn depotmedicatie, die hij echter, naar genoegzaam is toegelicht, wel zal moeten blijven gebruiken om te voorkomen dat hij opnieuw decompenseert. Voorts neemt de rechtbank in aanmerking dat in eerdere situaties waarin betrokkene decompenseerde, er risico ontstond op zelfverwaarlozing en maatschappelijke teloorgang, op hinderlijk en/of dreigend gedrag naar anderen, waaronder zijn ex-partner en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen. 5.4. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig. 5.5. Uit de opstelling van betrokkene blijkt naar het oordeel van de rechtbank niet van voldoende (overtuigende) intrinsieke motivatie om aan de zorg, die zijn behandelaar ter afwending van het hiervóór beschreven ernstig nadeel noodzakelijk acht, consequent mee te (blijven) werken indien er van een vrijwillig kader sprake is. Daarom is verplichte zorg nodig. 5.6. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn: - het toedienen van medicatie; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder in dit geval te verstaan dat betrokkene periodiek contact moet blijven onderhouden met zijn ambulant behandelteam; de frequentie van dat contact zal op geleide van het toestandsbeeld door het ambulant behandelteam worden bepaald. De hiervoor genoemde twee zorgvormen zullen derhalve worden toegewezen. Omdat naar het oordeel van de rechtbank niet, althans onvoldoende is gesteld en ook niet, althans onvoldoende is gebleken dat ook de andere door de officier gevraagde zorgvormen noodzakelijk zijn, zullen die worden afgewezen. 5.7. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.