Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-04-01
ECLI:NL:RBZWB:2026:3367
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
8,064 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3367 text/xml public 2026-05-20T14:14:07 2026-04-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-01 11867919 \ CV EXPL 25-2937 Uitspraak Bodemzaak NL Bergen op Zoom Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3367 text/html public 2026-05-20T14:13:57 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3367 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-04-2026 / 11867919 \ CV EXPL 25-2937 Ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wegens handelshoeveelheid drugs in de woning. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Bergen op Zoom Zaaknummer: 11867919 \ CV EXPL 25-2937 Vonnis van 1 april 2026 in de zaak van STICHTING ALWEL , gevestigd te Roosendaal, eisende partij, hierna te noemen: Alwel, gemachtigde: [gemachtigde] , werkzaam bij Alwel, tegen [huurder] , wonende te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [huurder] , gemachtigde: mr. S.G.H. Langeweg. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 25 augustus 2026 met producties 1 tot en met 7; - de conclusie van antwoord met producties 1 en 2; - de brieven van 3 december 2025 waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald; - de mondelinge behandeling van 24 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [huurder] huurt vanaf 2 februari 2024 de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde) van Alwel. De huur bedraagt € 738,14 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. 2.2. Op deze huurovereenkomst zijn de ‘Algemene Huurvoorwaarden Huurovereenkomst zelfstandige woonruimte Alwel juni 2018’ van toepassing. In de algemene voorwaarden is onder meer het volgende opgenomen: “Artikel 6.7 Huurder dient ervoor zorg te dragen dat aan omwonenden geen overlast of hinder wordt veroorzaakt door huurder, huisgenoten, huisdieren of door derden die zich vanwege huurder in, rondom of in de directe nabijheid van het gehuurde of in de gemeenschappelijke ruimten bevinden. Tevens dient huurder zich als goed huurder te gedragen richting medewerkers van verhuurder en/of door verhuurder ingehuurde derden. Fysiek of verbaal geweld, agressiviteit, dan wel ander wangedrag leidt tot passende (juridische) maatregelen jegens huurder, die kunnen leiden tot beëindiging van de huurovereenkomst. Artikel 6.8 Het is huurder niet toegestaan in het gehuurde hennep te (doen) kweken, drogen of knippen, dan wel andere activiteiten te (doen) verrichten die op grond van de Opiumwet strafbaar zijn gesteld. Huurder is bij overtreding van dit verbod een zonder rechterlijke tussenkomst direct en onmiddellijk opeisbare boete verschuldigd van € 2.500.” 2.3. Naar aanleiding van een verstrekt TCI-verbaal waarin werd verklaard dat de heer [naam] zich bezighield met de handel in verdovende middelen, is er een onderzoek gestart door de politie. Uit dat onderzoek is gebleken dat [huurder] de vriendin is van de heer [naam] en dat zij woonachtig is op het [adres] . Haar vriend zou ook regelmatig verblijven op dit adres. 2.4. Op dinsdag 11 februari 2025 is het gehuurde doorzocht. Uit de bestuurlijke rapportage van de politie van 4 maart 2025 blijkt dat er het volgende in de woning is aangetroffen: ‘Woonkamer Telefoon (zwarte Apple Iphone Pro) Keuken - 2 gripzakjes met hennep, totaal 19 gram; - 2 gripzakjes met hasj, totaal 3,38 gram. Bijkeuken - 1 gripzakje met wit poeder, 2mmc, totaal 0,11 gram; - busje pepperspray. Kledingkamer In een tas van het merk ‘Action’ die in de vakkenkast, zonder afsluiting stond, zijn de volgende middelen aangetroffen: - 6 zakken met beige kristallen, 2mmc. Het gaat om een totale hoeveelheid van 600 gram. - Totaal 922 pillen, die positief getest zijn op Opiaten. Uit het NFI onderzoek blijkt, dat het om MDMA gaat; - In dezelfde kast lag ook een gripzakje met roze pillen (totaal 100 pillen) in de vorm van een raket. De pillen bevatten de stof 2C-B; - 2 gripzakjes met groene pillen, ufo vorm. De pillen bevatten de stof 2C-B; - 2 gripzakjes met wit poeder (ketamine), totaal 117 gram; - 316 oranje pillen. Uit het NFI onderzoek blijkt, dat het om MDMA gaat; - 1 gripzakje met wit poeder (ketamine), totaal 6 gram; - 2 zakjes beige kristallen, 2mmc, totaal 61 gram. Slaapkamer In totaal € 865,- euro aan contant geld. Uit het NFI onderzoek blijkt, dat 1238 pillen de stof MDMA bevatten. Deze stof komt voor op lijst I van de Opiumwet (harddrugs) en is dus verboden. Daarnaast is er ook meer dan een gebruikershoeveelheid (22,38 gram) softdrugs aangetroffen.’ 3 Het geschil 3.1. Alwel vordert – samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: I. De huurovereenkomst tussen Alwel en [huurder] te ontbinden; II. [huurder] te veroordelen om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen; III. [huurder] te veroordelen om een gebruiksvergoeding te betalen van € 738,14 per maand vanaf de datum van ontbinding tot de ontruiming, te vermeerderen met de wettelijke rente; IV. [huurder] te veroordelen tot betaling van de contractuele boete van € 2.500,00; V. [huurder] te veroordelen in de kosten van deze procedure. 3.2. Alwel legt – samengevat – aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. [huurder] heeft het gehuurde gebruikt, dan wel laten gebruiken, voor de opslag van een handelshoeveelheid soft- en harddrugs. [huurder] is daardoor ernstig tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen als huurder. Daarbij voert Alwel ten aanzien van drugs-gerelateerde activiteiten in haar woningen een ‘zerotolerancebeleid’, dat erop is gericht om de ernstige negatieve invloed van drugs op de samenleving en de woonomgeving te voorkomen en te verminderen. De tekortkomingen van [huurder] rechtvaardigen de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. 3.3. [huurder] voert verweer. Primair meent [huurder] dat van een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst geen sprake is, omdat zij geen wetenschap had van wat is aangetroffen. De kleine onderdelen waar zij wel wetenschap van had, heeft zij afdoende toegelicht, maar dit zijn kwesties die onvoldoende zijn om een daadwerkelijke tekortkoming aan te kunnen nemen. De tas waarin de harddrugs zijn aangetroffen, lag verstopt. Er waren geen aanwijzingen, geuren of andere signalen die haar op de aanwezigheid daarvan hadden kunnen wijzen. Onder die omstandigheden kan redelijkerwijs niet worden aangenomen dat zij wist van de inhoud van de tas, zodat dit haar niet kan worden toegerekend. [huurder] was in de veronderstelling dat in de tas allemaal plastic tassen zaten. Subsidiair meent [huurder] dat een eventuele tekortkoming van onvoldoende gewicht is om tot een ontbinding en ontruiming te komen en dat een belangenafweging in het voordeel van [huurder] dient uit te vallen. De vorderingen van Alwel dienen dan ook te worden afgewezen. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling De gevorderde ontbinding en ontruiming 4.1. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter moet dus beoordelen of sprake is van een tekortkoming van [huurder] en, zo ja, of die tekortkoming van voldoende gewicht is om de ontbinding van de huurovereenkomst met haar gevolgen te rechtvaardigen. Daarbij moeten, naar vaste rechtspraak, alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen en kan niet op voorhand aan één gezichtspunt, ongeacht de overige omstandigheden van het geval, een beslissende rol worden toegekend . Er is sprake van een tekortkoming 4.2. Het staat vast dat in het gehuurde (onder andere) een handelshoeveelheid harddrugs is aangetroffen. Deze zaak spitst zich toe op de in de kledingkamer op de eerste verdieping gevonden tas met daarin die handelshoeveelheid harddrugs. 4.3.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3367 text/xml public 2026-05-20T14:14:07 2026-04-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-01 11867919 \ CV EXPL 25-2937 Uitspraak Bodemzaak NL Bergen op Zoom Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3367 text/html public 2026-05-20T14:13:57 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3367 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-04-2026 / 11867919 \ CV EXPL 25-2937 Ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wegens handelshoeveelheid drugs in de woning. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Bergen op Zoom Zaaknummer: 11867919 \ CV EXPL 25-2937 Vonnis van 1 april 2026 in de zaak van STICHTING ALWEL , gevestigd te Roosendaal, eisende partij, hierna te noemen: Alwel, gemachtigde: [gemachtigde] , werkzaam bij Alwel, tegen [huurder] , wonende te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [huurder] , gemachtigde: mr. S.G.H. Langeweg. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 25 augustus 2026 met producties 1 tot en met 7; - de conclusie van antwoord met producties 1 en 2; - de brieven van 3 december 2025 waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald; - de mondelinge behandeling van 24 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [huurder] huurt vanaf 2 februari 2024 de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde) van Alwel. De huur bedraagt € 738,14 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. 2.2. Op deze huurovereenkomst zijn de ‘Algemene Huurvoorwaarden Huurovereenkomst zelfstandige woonruimte Alwel juni 2018’ van toepassing. In de algemene voorwaarden is onder meer het volgende opgenomen: “Artikel 6.7 Huurder dient ervoor zorg te dragen dat aan omwonenden geen overlast of hinder wordt veroorzaakt door huurder, huisgenoten, huisdieren of door derden die zich vanwege huurder in, rondom of in de directe nabijheid van het gehuurde of in de gemeenschappelijke ruimten bevinden. Tevens dient huurder zich als goed huurder te gedragen richting medewerkers van verhuurder en/of door verhuurder ingehuurde derden. Fysiek of verbaal geweld, agressiviteit, dan wel ander wangedrag leidt tot passende (juridische) maatregelen jegens huurder, die kunnen leiden tot beëindiging van de huurovereenkomst. Artikel 6.8 Het is huurder niet toegestaan in het gehuurde hennep te (doen) kweken, drogen of knippen, dan wel andere activiteiten te (doen) verrichten die op grond van de Opiumwet strafbaar zijn gesteld. Huurder is bij overtreding van dit verbod een zonder rechterlijke tussenkomst direct en onmiddellijk opeisbare boete verschuldigd van € 2.500.” 2.3. Naar aanleiding van een verstrekt TCI-verbaal waarin werd verklaard dat de heer [naam] zich bezighield met de handel in verdovende middelen, is er een onderzoek gestart door de politie. Uit dat onderzoek is gebleken dat [huurder] de vriendin is van de heer [naam] en dat zij woonachtig is op het [adres] . Haar vriend zou ook regelmatig verblijven op dit adres. 2.4. Op dinsdag 11 februari 2025 is het gehuurde doorzocht. Uit de bestuurlijke rapportage van de politie van 4 maart 2025 blijkt dat er het volgende in de woning is aangetroffen: ‘Woonkamer Telefoon (zwarte Apple Iphone Pro) Keuken - 2 gripzakjes met hennep, totaal 19 gram; - 2 gripzakjes met hasj, totaal 3,38 gram. Bijkeuken - 1 gripzakje met wit poeder, 2mmc, totaal 0,11 gram; - busje pepperspray. Kledingkamer In een tas van het merk ‘Action’ die in de vakkenkast, zonder afsluiting stond, zijn de volgende middelen aangetroffen: - 6 zakken met beige kristallen, 2mmc. Het gaat om een totale hoeveelheid van 600 gram. - Totaal 922 pillen, die positief getest zijn op Opiaten. Uit het NFI onderzoek blijkt, dat het om MDMA gaat; - In dezelfde kast lag ook een gripzakje met roze pillen (totaal 100 pillen) in de vorm van een raket. De pillen bevatten de stof 2C-B; - 2 gripzakjes met groene pillen, ufo vorm. De pillen bevatten de stof 2C-B; - 2 gripzakjes met wit poeder (ketamine), totaal 117 gram; - 316 oranje pillen. Uit het NFI onderzoek blijkt, dat het om MDMA gaat; - 1 gripzakje met wit poeder (ketamine), totaal 6 gram; - 2 zakjes beige kristallen, 2mmc, totaal 61 gram. Slaapkamer In totaal € 865,- euro aan contant geld. Uit het NFI onderzoek blijkt, dat 1238 pillen de stof MDMA bevatten. Deze stof komt voor op lijst I van de Opiumwet (harddrugs) en is dus verboden. Daarnaast is er ook meer dan een gebruikershoeveelheid (22,38 gram) softdrugs aangetroffen.’ 3 Het geschil 3.1. Alwel vordert – samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: I. De huurovereenkomst tussen Alwel en [huurder] te ontbinden; II. [huurder] te veroordelen om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen; III. [huurder] te veroordelen om een gebruiksvergoeding te betalen van € 738,14 per maand vanaf de datum van ontbinding tot de ontruiming, te vermeerderen met de wettelijke rente; IV. [huurder] te veroordelen tot betaling van de contractuele boete van € 2.500,00; V. [huurder] te veroordelen in de kosten van deze procedure. 3.2. Alwel legt – samengevat – aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. [huurder] heeft het gehuurde gebruikt, dan wel laten gebruiken, voor de opslag van een handelshoeveelheid soft- en harddrugs. [huurder] is daardoor ernstig tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen als huurder. Daarbij voert Alwel ten aanzien van drugs-gerelateerde activiteiten in haar woningen een ‘zerotolerancebeleid’, dat erop is gericht om de ernstige negatieve invloed van drugs op de samenleving en de woonomgeving te voorkomen en te verminderen. De tekortkomingen van [huurder] rechtvaardigen de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. 3.3. [huurder] voert verweer. Primair meent [huurder] dat van een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst geen sprake is, omdat zij geen wetenschap had van wat is aangetroffen. De kleine onderdelen waar zij wel wetenschap van had, heeft zij afdoende toegelicht, maar dit zijn kwesties die onvoldoende zijn om een daadwerkelijke tekortkoming aan te kunnen nemen. De tas waarin de harddrugs zijn aangetroffen, lag verstopt. Er waren geen aanwijzingen, geuren of andere signalen die haar op de aanwezigheid daarvan hadden kunnen wijzen. Onder die omstandigheden kan redelijkerwijs niet worden aangenomen dat zij wist van de inhoud van de tas, zodat dit haar niet kan worden toegerekend. [huurder] was in de veronderstelling dat in de tas allemaal plastic tassen zaten. Subsidiair meent [huurder] dat een eventuele tekortkoming van onvoldoende gewicht is om tot een ontbinding en ontruiming te komen en dat een belangenafweging in het voordeel van [huurder] dient uit te vallen. De vorderingen van Alwel dienen dan ook te worden afgewezen. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling De gevorderde ontbinding en ontruiming 4.1. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter moet dus beoordelen of sprake is van een tekortkoming van [huurder] en, zo ja, of die tekortkoming van voldoende gewicht is om de ontbinding van de huurovereenkomst met haar gevolgen te rechtvaardigen. Daarbij moeten, naar vaste rechtspraak, alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen en kan niet op voorhand aan één gezichtspunt, ongeacht de overige omstandigheden van het geval, een beslissende rol worden toegekend . Er is sprake van een tekortkoming 4.2. Het staat vast dat in het gehuurde (onder andere) een handelshoeveelheid harddrugs is aangetroffen. Deze zaak spitst zich toe op de in de kledingkamer op de eerste verdieping gevonden tas met daarin die handelshoeveelheid harddrugs. 4.3.
Volledig
[huurder] betwist dat zij tekort is geschoten en stelt dat zij niet wist dat er harddrugs in het gehuurde aanwezig waren. Op basis van de stukken uit het dossier en wat is besproken tijdens de mondelinge behandeling, kan de kantonrechter die wetenschap ook niet vaststellen. Dat neemt niet weg dat ook gedragingen van personen die met goedvinden van de huurder het gehuurde gebruiken of zich daarin bevinden, onder omstandigheden toch een beëindiging van de huurovereenkomst rechtvaardigen, ook al hebben de gedragingen van die personen niet direct en rechtstreeks tot schade aan het gehuurde geleid. Daarbij is beslissend of geoordeeld moet worden dat de huurder zich, in het licht van de gedragingen van die personen, zelf niet als een goed huurder heeft gedragen. Bij de beantwoording van de vraag of hiervan sprake is, dient de rechter rekening te houden met alle omstandigheden van het geval, waaronder de vraag of er een voldoende verband bestaat tussen die gedragingen en het gebruik van het gehuurde. Daarvan is in elk geval sprake indien de huurder van (het voornemen tot) die gedragingen op de hoogte was, of daarmee ernstig rekening had te houden, maar heeft nagelaten de in verband daarmee redelijkerwijs van hem te verlangen maatregelen te treffen. 4.4. De kantonrechter oordeelt dat [huurder] zich niet als een goed huurder heeft gedragen en dus is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de huurovereenkomst. Daarbij is van belang dat de harddrugs weliswaar niet open en bloot zijn aangetroffen, maar wel in een ruimte waar [huurder] verblijft en haar bezoek, zo lichtte zij tijdens de zitting toe, niet komt c.q. zou moeten komen. In haar woning kwamen verschillende personen die zij niet kende, ook op momenten dat zij zelf niet thuis was. [huurder] vermoedt dat één van die personen de drugs stiekem in haar woning heeft verstopt. [huurder] verklaarde verder dat er nooit iemand langs is geweest om de drugs op te halen. [huurder] heeft haar verklaring verder niet concreet gemaakt. De kantonrechter is van oordeel dat met het oog op de locatie van de harddrugs, zij personen die zij niet kende in het gehuurde liet verblijven ook als zij niet thuis was, de onduidelijkheid hoe die harddrugs daar zouden zijn gekomen en de maatregelen die [huurder] heeft getroffen om de aanwezigheid van harddrugs te voorkomen (namelijk: geen), [huurder] onvoldoende toezicht heeft gehouden op wat er zich in het gehuurde afspeelde. Het verweer van [huurder] dat haar deze tekortkoming niet kan worden toegerekend, is niet relevant. Voor ontbinding van een overeenkomst is toerekenbaarheid namelijk niet vereist. De belangenafweging 4.5. Vraag is of de tekortkoming van [huurder] , gezien de bijzondere aard of geringe betekenis daarvan, de ontbinding van de huurovereenkomst en de gevolgen daarvan rechtvaardigt. 4.6. Alwel heeft aangevoerd dat het aanwezig hebben van een handelshoeveelheid drugs in een woning, zoals in dit geval, vaak ongewenste nevengevolgen met zich brengt, zoals overlast voor omwonenden, criminaliteit en aantasting van de woonomgeving. Alwel is van mening dat zij op grond van deze risico’s voldoende reden heeft om met haar zerotolerancebeleid op te treden tegen het aanwezig hebben van dergelijke hoeveelheden drugs. Dit beleid geldt volgens Alwel ongeacht of er daadwerkelijk ongewenste nevengevolgen zijn ontstaan, omdat het ook gericht is op het voorkomen daarvan. 4.7. [huurder] heeft aangevoerd dat zij belang heeft bij behoud van het gehuurde. Zij kan nergens anders terecht, ook niet bij vrienden of familie. [huurder] is een goed huurder geweest. Het einde van de huurovereenkomst heeft enorme gevolgen voor haar. Alwel zal geen verklaring goed huurderschap afgeven en de wachtlijsten voor een woning zijn lang. [huurder] zou haar woning en daarmee ook haar twee katten verliezen, voor wie zij evenmin opvang heeft. 4.8. De kantonrechter overweegt als volgt. Het staat buiten kijf dat de aanwezigheid van een handelshoeveelheid harddrugs een ernstig feit is en dat dit niet thuishoort in een woning in een woonwijk. Drugs(handel) raakt de buurt, de buurtbewoners en de omgeving, en zorgt voor maatschappelijke onrust. Dat de overheid en instellingen als Alwel daartegen hard en effectief willen optreden, is dan ook volkomen begrijpelijk. Van Alwel als verhuurder kan dan ook niet worden gevergd dat zij de huurovereenkomst voortzet. Haar belang om haar huurwoningen vrij te houden van harddrugs weegt zwaarder dan de door [huurder] aangevoerde belangen. De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wordt dus toegewezen. Ontruiming 4.9. Nu de huurovereenkomst zal worden ontbonden, zal [huurder] worden veroordeeld om het gehuurde te ontruimen. Hiervoor krijgt [huurder] een termijn van veertien dagen, zoals gevorderd. Met deze veroordeling krijgt Alwel de mogelijkheid, maar niet de verplichting om, bij gebreke van een (tijdige) vrijwillige ontruiming, het gehuurde door de deurwaarder te laten ontruimen. Huur en/of schadevergoeding 4.10. De vordering tot betaling van de huur en/of schadevergoeding ter hoogte van de geldende huur totdat Alwel weer over het gehuurde kan beschikken, is gelet op hetgeen hiervoor is overwogen eveneens toewijsbaar, tot en met ontbinding van de huurovereenkomst ten titel van huur en daarna tot aan ontruiming van het gehuurde als schadevergoeding. Boetebeding 4.11. Alwel vordert verder om [huurder] te veroordelen tot betaling van de op basis van artikel 6.8 van de huurvoorwaarden verschuldigde contractuele boete van € 2.500,00. [huurder] stelt dat dit boetebeding ambtshalve moet worden getoetst en deze vordering moet worden afgewezen. 4.12. De kantonrechter stelt vast dat er sprake is van een huurovereenkomst tussen een professionele verhuurder en een particuliere huurder. Het boetebeding maakt onderdeel uit van algemene huurvoorwaarden waarover niet afzonderlijk door partijen is onderhandeld en het betreft geen kernbeding. Het voorgaande brengt mee dat dit artikel binnen de reikwijdte van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de Richtlijn) valt, die onder meer is omgezet in artikel 6:231 e.v. BW. 4.13. Allereerst neemt de kantonrechter in aanmerking dat het boetebeding niet geldt voor alle tekortkomingen, maar – kort gezegd – is toegespitst op activiteiten die op grond van de Opiumwet strafbaar zijn. Alwel heeft ook een gerechtvaardigd belang om hierop een boete te stellen. Dit belang is erin gelegen huurders ervan te weerhouden dergelijke activiteiten in de woning te verrichten en te voorkomen dat de daarmee samenhangende nadelige gevolgen en schade intreden. Een dergelijke contractuele prikkel dient een voldoende afschrikwekkend effect te bewerkstelligen. De kantonrechter ziet dan ook geen aanleiding om te oordelen dat artikel 6.8 van de huurvoorwaarden als een onredelijk bezwarend beding moet worden aangemerkt. 4.14. Daarnaast doet [huurder] een beroep op matiging van de boete. [huurder] heeft echter geen omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven tot matiging van de boete. De conclusie is dan ook dat [huurder] de contractuele boete van € 2.500,00 aan Alwel is verschuldigd zoals in het dictum is bepaald. Proceskosten 4.15. [huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Alwel worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 145,45 - griffierecht € 385,00 - salaris gemachtigde € 434,00 (2 punten × € 217,00) - nakosten € 108,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.072,95 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres] , 5.2. veroordeelt [huurder] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] te ontruimen en te verlaten en de woning met alle daarin aanwezige personen en goederen en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Alwel te stellen, 5.3.
Volledig
[huurder] betwist dat zij tekort is geschoten en stelt dat zij niet wist dat er harddrugs in het gehuurde aanwezig waren. Op basis van de stukken uit het dossier en wat is besproken tijdens de mondelinge behandeling, kan de kantonrechter die wetenschap ook niet vaststellen. Dat neemt niet weg dat ook gedragingen van personen die met goedvinden van de huurder het gehuurde gebruiken of zich daarin bevinden, onder omstandigheden toch een beëindiging van de huurovereenkomst rechtvaardigen, ook al hebben de gedragingen van die personen niet direct en rechtstreeks tot schade aan het gehuurde geleid. Daarbij is beslissend of geoordeeld moet worden dat de huurder zich, in het licht van de gedragingen van die personen, zelf niet als een goed huurder heeft gedragen. Bij de beantwoording van de vraag of hiervan sprake is, dient de rechter rekening te houden met alle omstandigheden van het geval, waaronder de vraag of er een voldoende verband bestaat tussen die gedragingen en het gebruik van het gehuurde. Daarvan is in elk geval sprake indien de huurder van (het voornemen tot) die gedragingen op de hoogte was, of daarmee ernstig rekening had te houden, maar heeft nagelaten de in verband daarmee redelijkerwijs van hem te verlangen maatregelen te treffen. 4.4. De kantonrechter oordeelt dat [huurder] zich niet als een goed huurder heeft gedragen en dus is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de huurovereenkomst. Daarbij is van belang dat de harddrugs weliswaar niet open en bloot zijn aangetroffen, maar wel in een ruimte waar [huurder] verblijft en haar bezoek, zo lichtte zij tijdens de zitting toe, niet komt c.q. zou moeten komen. In haar woning kwamen verschillende personen die zij niet kende, ook op momenten dat zij zelf niet thuis was. [huurder] vermoedt dat één van die personen de drugs stiekem in haar woning heeft verstopt. [huurder] verklaarde verder dat er nooit iemand langs is geweest om de drugs op te halen. [huurder] heeft haar verklaring verder niet concreet gemaakt. De kantonrechter is van oordeel dat met het oog op de locatie van de harddrugs, zij personen die zij niet kende in het gehuurde liet verblijven ook als zij niet thuis was, de onduidelijkheid hoe die harddrugs daar zouden zijn gekomen en de maatregelen die [huurder] heeft getroffen om de aanwezigheid van harddrugs te voorkomen (namelijk: geen), [huurder] onvoldoende toezicht heeft gehouden op wat er zich in het gehuurde afspeelde. Het verweer van [huurder] dat haar deze tekortkoming niet kan worden toegerekend, is niet relevant. Voor ontbinding van een overeenkomst is toerekenbaarheid namelijk niet vereist. De belangenafweging 4.5. Vraag is of de tekortkoming van [huurder] , gezien de bijzondere aard of geringe betekenis daarvan, de ontbinding van de huurovereenkomst en de gevolgen daarvan rechtvaardigt. 4.6. Alwel heeft aangevoerd dat het aanwezig hebben van een handelshoeveelheid drugs in een woning, zoals in dit geval, vaak ongewenste nevengevolgen met zich brengt, zoals overlast voor omwonenden, criminaliteit en aantasting van de woonomgeving. Alwel is van mening dat zij op grond van deze risico’s voldoende reden heeft om met haar zerotolerancebeleid op te treden tegen het aanwezig hebben van dergelijke hoeveelheden drugs. Dit beleid geldt volgens Alwel ongeacht of er daadwerkelijk ongewenste nevengevolgen zijn ontstaan, omdat het ook gericht is op het voorkomen daarvan. 4.7. [huurder] heeft aangevoerd dat zij belang heeft bij behoud van het gehuurde. Zij kan nergens anders terecht, ook niet bij vrienden of familie. [huurder] is een goed huurder geweest. Het einde van de huurovereenkomst heeft enorme gevolgen voor haar. Alwel zal geen verklaring goed huurderschap afgeven en de wachtlijsten voor een woning zijn lang. [huurder] zou haar woning en daarmee ook haar twee katten verliezen, voor wie zij evenmin opvang heeft. 4.8. De kantonrechter overweegt als volgt. Het staat buiten kijf dat de aanwezigheid van een handelshoeveelheid harddrugs een ernstig feit is en dat dit niet thuishoort in een woning in een woonwijk. Drugs(handel) raakt de buurt, de buurtbewoners en de omgeving, en zorgt voor maatschappelijke onrust. Dat de overheid en instellingen als Alwel daartegen hard en effectief willen optreden, is dan ook volkomen begrijpelijk. Van Alwel als verhuurder kan dan ook niet worden gevergd dat zij de huurovereenkomst voortzet. Haar belang om haar huurwoningen vrij te houden van harddrugs weegt zwaarder dan de door [huurder] aangevoerde belangen. De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wordt dus toegewezen. Ontruiming 4.9. Nu de huurovereenkomst zal worden ontbonden, zal [huurder] worden veroordeeld om het gehuurde te ontruimen. Hiervoor krijgt [huurder] een termijn van veertien dagen, zoals gevorderd. Met deze veroordeling krijgt Alwel de mogelijkheid, maar niet de verplichting om, bij gebreke van een (tijdige) vrijwillige ontruiming, het gehuurde door de deurwaarder te laten ontruimen. Huur en/of schadevergoeding 4.10. De vordering tot betaling van de huur en/of schadevergoeding ter hoogte van de geldende huur totdat Alwel weer over het gehuurde kan beschikken, is gelet op hetgeen hiervoor is overwogen eveneens toewijsbaar, tot en met ontbinding van de huurovereenkomst ten titel van huur en daarna tot aan ontruiming van het gehuurde als schadevergoeding. Boetebeding 4.11. Alwel vordert verder om [huurder] te veroordelen tot betaling van de op basis van artikel 6.8 van de huurvoorwaarden verschuldigde contractuele boete van € 2.500,00. [huurder] stelt dat dit boetebeding ambtshalve moet worden getoetst en deze vordering moet worden afgewezen. 4.12. De kantonrechter stelt vast dat er sprake is van een huurovereenkomst tussen een professionele verhuurder en een particuliere huurder. Het boetebeding maakt onderdeel uit van algemene huurvoorwaarden waarover niet afzonderlijk door partijen is onderhandeld en het betreft geen kernbeding. Het voorgaande brengt mee dat dit artikel binnen de reikwijdte van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de Richtlijn) valt, die onder meer is omgezet in artikel 6:231 e.v. BW. 4.13. Allereerst neemt de kantonrechter in aanmerking dat het boetebeding niet geldt voor alle tekortkomingen, maar – kort gezegd – is toegespitst op activiteiten die op grond van de Opiumwet strafbaar zijn. Alwel heeft ook een gerechtvaardigd belang om hierop een boete te stellen. Dit belang is erin gelegen huurders ervan te weerhouden dergelijke activiteiten in de woning te verrichten en te voorkomen dat de daarmee samenhangende nadelige gevolgen en schade intreden. Een dergelijke contractuele prikkel dient een voldoende afschrikwekkend effect te bewerkstelligen. De kantonrechter ziet dan ook geen aanleiding om te oordelen dat artikel 6.8 van de huurvoorwaarden als een onredelijk bezwarend beding moet worden aangemerkt. 4.14. Daarnaast doet [huurder] een beroep op matiging van de boete. [huurder] heeft echter geen omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven tot matiging van de boete. De conclusie is dan ook dat [huurder] de contractuele boete van € 2.500,00 aan Alwel is verschuldigd zoals in het dictum is bepaald. Proceskosten 4.15. [huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Alwel worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 145,45 - griffierecht € 385,00 - salaris gemachtigde € 434,00 (2 punten × € 217,00) - nakosten € 108,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.072,95 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres] , 5.2. veroordeelt [huurder] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] te ontruimen en te verlaten en de woning met alle daarin aanwezige personen en goederen en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Alwel te stellen, 5.3.