Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-24
ECLI:NL:RBZWB:2026:3334
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
4,011 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3334 text/xml public 2026-05-04T11:58:53 2026-04-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-24 C/02/445749 / FA RK 26-1193 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3334 text/html public 2026-05-04T11:58:31 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3334 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 24-03-2026 / C/02/445749 / FA RK 26-1193 ZM 12 maanden RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/445749 / FA RK 26-1193 Datum uitspraak: 24 maart 2026 Beschikking zorgmachtiging aansluitend op een zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats] , advocaat mr. A.Ch. Osté uit Dongen. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 6 maart 2026. 1.2. De zitting heeft, met gesloten deuren, plaatsgevonden op 24 maart 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; GZ-psycholoog, de heer [persoon 1] ; casemanager, mevrouw [persoon 2] . 2 Wat vaststaat De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 7 april 2026. 3 Het verzoek De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden, voor de volgende vormen van verplichte zorg: - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; - opnemen in een accommodatie. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat hij wil stoppen met het contact met het FACT-team. Daarnaast gebruikt hij zijn depotmedicatie niet meer, omdat hij deze medicatie niet in zijn lichaam wil hebben. Hoewel hij geen gesprekken meer wil voeren met het FACT-team, is hij bereid mee te werken om te laten zien dat het goed gaat. Over een jaar kan dan worden gekeken of de zorgmachtiging kan worden opgeheven, want betrokkene wil zijn leven zelf kunnen regelen. 4.2. De GZ-psycholoog geeft, samengevat, aan dat het momenteel relatief goed gaat met betrokkene. Betrokkene weigert nu wel zijn depotmedicatie. Er wordt voor gekozen om de medicatie niet gedwongen toe te dienen als dat niet echt noodzakelijk is, omdat het nu goed genoeg gaat met betrokkene. Wel bestaat de zorg dat bij middelengebruik zijn toestandsbeeld kan verslechteren. De GZ-psycholoog acht een zorgmachtiging noodzakelijk, om het contact met betrokkene te kunnen onderhouden om zo te kunnen volgen hoe het met hem gaat en daarnaast als extra vangnet om snel te kunnen handelen als de situatie van betrokkene achteruit gaat. 4.3. De advocaat geeft, samengevat, aan dat het voor betrokkene goed is om de zorgmachtiging te verlengen voor de duur van een jaar. Betrokkene stemt in met één keer per maand contact met het FACT-team, om een opname te vermijden. Over een jaar kan nogmaals worden bekeken hoe het gaat met betrokkene. De zorgmachtiging geldt dan nu als een steun in de rug om ervoor te zorgen dat het goed blijft gaan. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken op de zitting blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van bipolaire-stemmingsstoornissen en middelgerelateerde en verslavingsstoornissen. 5.3. Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - levensgevaar; - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - ernstige materiële schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang; - bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt; - het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag; - gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. 5.4. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene in het verleden meermaals is opgenomen in verband met een psychotische decompensatie. Tijdens deze decompensaties laat betrokkene agressief gedrag zien. Zo is hij agressief richting de verpleging en heeft betrokkene eerder geprobeerd de politie aan te vallen als gevolg waarvan hij getaserd is. Betrokkene heeft daarnaast spullen vernield, ruiten ingegooid en mensen op straat uitgescholden. Er is gevaar dat betrokkene anderen fysiek letsel toebrengt. 5.5. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig. 5.6. Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft weinig tot geen ziektebesef en ziekte-inzicht. Hij is het niet eens met de gestelde diagnose en geeft, ook tijdens de zitting, duidelijk aan geen medicatie en behandeling nodig te hebben. Daarom is verplichte zorg nodig. 5.7. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn: - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het beperken van de bewegingsvrijheid – bij opname ; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten; - opnemen in een accommodatie – in geval er sprake is van een decompensatie en ambulante zorg onvoldoende is . 5.7.1. Gelet op de overgelegde stukken en de zitting wordt onder de verplichte zorg ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’, verstaan dat betrokkene contact heeft met zijn ambulante behandelteam en hij de door hen gegeven aanwijzingen opvolgt. De rechtbank wijst deze vorm van verplichte zorg op deze wijze toe. Het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen is niet nodig. 5.8. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving. 5.9. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden. 6 De beslissing De rechtbank: 6.1. verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast: - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het beperken van de bewegingsvrijheid – bij opname ; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten; - opnemen in een accommodatie – in geval er sprake is van een decompensatie en ambulante zorg onvoldoende is . 6.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 maart 2027; 6.3. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026 door mr. Benjaddi, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Krieken, griffier en op schrift gesteld op 9 april 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3334 text/xml public 2026-05-04T11:58:53 2026-04-24 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-24 C/02/445749 / FA RK 26-1193 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3334 text/html public 2026-05-04T11:58:31 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3334 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 24-03-2026 / C/02/445749 / FA RK 26-1193 ZM 12 maanden RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/445749 / FA RK 26-1193 Datum uitspraak: 24 maart 2026 Beschikking zorgmachtiging aansluitend op een zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats] , advocaat mr. A.Ch. Osté uit Dongen. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 6 maart 2026. 1.2. De zitting heeft, met gesloten deuren, plaatsgevonden op 24 maart 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; GZ-psycholoog, de heer [persoon 1] ; casemanager, mevrouw [persoon 2] . 2 Wat vaststaat De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 7 april 2026. 3 Het verzoek De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden, voor de volgende vormen van verplichte zorg: - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; - opnemen in een accommodatie. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat hij wil stoppen met het contact met het FACT-team. Daarnaast gebruikt hij zijn depotmedicatie niet meer, omdat hij deze medicatie niet in zijn lichaam wil hebben. Hoewel hij geen gesprekken meer wil voeren met het FACT-team, is hij bereid mee te werken om te laten zien dat het goed gaat. Over een jaar kan dan worden gekeken of de zorgmachtiging kan worden opgeheven, want betrokkene wil zijn leven zelf kunnen regelen. 4.2. De GZ-psycholoog geeft, samengevat, aan dat het momenteel relatief goed gaat met betrokkene. Betrokkene weigert nu wel zijn depotmedicatie. Er wordt voor gekozen om de medicatie niet gedwongen toe te dienen als dat niet echt noodzakelijk is, omdat het nu goed genoeg gaat met betrokkene. Wel bestaat de zorg dat bij middelengebruik zijn toestandsbeeld kan verslechteren. De GZ-psycholoog acht een zorgmachtiging noodzakelijk, om het contact met betrokkene te kunnen onderhouden om zo te kunnen volgen hoe het met hem gaat en daarnaast als extra vangnet om snel te kunnen handelen als de situatie van betrokkene achteruit gaat. 4.3. De advocaat geeft, samengevat, aan dat het voor betrokkene goed is om de zorgmachtiging te verlengen voor de duur van een jaar. Betrokkene stemt in met één keer per maand contact met het FACT-team, om een opname te vermijden. Over een jaar kan nogmaals worden bekeken hoe het gaat met betrokkene. De zorgmachtiging geldt dan nu als een steun in de rug om ervoor te zorgen dat het goed blijft gaan. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken op de zitting blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van bipolaire-stemmingsstoornissen en middelgerelateerde en verslavingsstoornissen. 5.3. Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - levensgevaar; - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - ernstige materiële schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang; - bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt; - het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag; - gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. 5.4. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene in het verleden meermaals is opgenomen in verband met een psychotische decompensatie. Tijdens deze decompensaties laat betrokkene agressief gedrag zien. Zo is hij agressief richting de verpleging en heeft betrokkene eerder geprobeerd de politie aan te vallen als gevolg waarvan hij getaserd is. Betrokkene heeft daarnaast spullen vernield, ruiten ingegooid en mensen op straat uitgescholden. Er is gevaar dat betrokkene anderen fysiek letsel toebrengt. 5.5. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig. 5.6. Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft weinig tot geen ziektebesef en ziekte-inzicht. Hij is het niet eens met de gestelde diagnose en geeft, ook tijdens de zitting, duidelijk aan geen medicatie en behandeling nodig te hebben. Daarom is verplichte zorg nodig. 5.7. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn: - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het beperken van de bewegingsvrijheid – bij opname ; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten; - opnemen in een accommodatie – in geval er sprake is van een decompensatie en ambulante zorg onvoldoende is . 5.7.1. Gelet op de overgelegde stukken en de zitting wordt onder de verplichte zorg ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’, verstaan dat betrokkene contact heeft met zijn ambulante behandelteam en hij de door hen gegeven aanwijzingen opvolgt. De rechtbank wijst deze vorm van verplichte zorg op deze wijze toe. Het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen is niet nodig. 5.8. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving. 5.9. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden. 6 De beslissing De rechtbank: 6.1. verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast: - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het beperken van de bewegingsvrijheid – bij opname ; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten; - opnemen in een accommodatie – in geval er sprake is van een decompensatie en ambulante zorg onvoldoende is . 6.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 maart 2027; 6.3. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026 door mr. Benjaddi, rechter, in aanwezigheid van mr. Van Krieken, griffier en op schrift gesteld op 9 april 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.