Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-04-22
ECLI:NL:RBZWB:2026:3309
Civiel recht
Bodemzaak
3,943 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3309 text/xml public 2026-05-12T10:35:37 2026-04-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-22 11859439 \ CV EXPL 25-4256 (E) Uitspraak Bodemzaak NL Tilburg Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3309 text/html public 2026-05-11T16:08:33 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3309 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 22-04-2026 / 11859439 \ CV EXPL 25-4256 (E) Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming woonruimte gevorderd. Huurachterstand rechtvaardigt ontbinding. Gedaagde krijgt laatste kans. Kantonrechter ontbindt huurovereenkomst voorwaardelijk. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Tilburg Zaaknummer: 11859439 \ CV EXPL 25-4256 Vonnis van 22 april 2026 in de zaak van STICHTING CASADE , te Kaatsheuvel (gemeente Loon op Zand), eisende partij, hierna te noemen: Casade, gemachtigde: M.J.A. Klaassen (Zuyd Groep), tegen [huurder] , te [plaats], gedaagde partij, hierna te noemen: [huurder], procederend in persoon. De zaak in het kort [huurder] huurt van Casade een woning. [huurder] heeft de huur over drie maanden niet betaald. De huurachterstand rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. De kantonrechter weegt de persoonlijke omstandigheden van [huurder] mee in de afweging van de belangen van partijen. Deze omstandigheden maken dat de kantonrechter de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning voorwaardelijk toewijst. Dit betekent dat [huurder] een laatste kans krijgt om ontruiming van de woning te voorkomen. Belangrijk is dat hij de huur op tijd betaalt en dat hij contact onderhoudt met de gemeentelijke schuldhulpverlening en de huurachterstand gaat aflossen. Als hij dat niet doet, zal hij de woning alsnog moeten verlaten. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 26 augustus 2025 met producties, - het extract audiëntieblad van de rolzitting van 3 september 2025, - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald, - het bericht van 27 februari 2026 van Casade, - de mondelinge behandeling van 5 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Daarna is een datum bepaald waarop dit vonnis wordt uitgesproken. 2 De feiten 2.1. Op grond van niet of onvoldoende weersproken stellingen van partijen en de overgelegde stukken gaat de kantonrechter uit van de volgende feiten: Sinds 18 juli 1965 huurt de familie [huurder] de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde); Bij aanvang was de vader van [huurder] huurder. In 2019 is [huurder] medehuurder geworden. Na het overlijden van zijn moeder is [huurder] in 2021 hoofdhuurder geworden van het gehuurde; De huur bedroeg tot en met juni 2025 € 610,37 per maand en vanaf juli 2025 € 637,30 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd; Op deze huurovereenkomst zijn ten tijde van het sluiten van de overeenkomst algemene voorwaarden van toepassing verklaard; [huurder] heeft de huur over de maanden maart, april en mei 2025 niet betaald. Casade heeft [huurder] aangemaand op 7 mei 2025 om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen; Casade heeft [huurder] bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering. 3 Het geschil 3.1. Casade vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 1.831,11 aan huurachterstand met nevenvorderingen. 3.2. Casade legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [huurder] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Casade de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. 3.3. [huurder] voert verweer. [huurder] erkent de huurachterstand, maar voert aan dat er bepaalde omstandigheden waren voor het ontstaan van de huurachterstand, dat hij wakker geschud is door deze zaak en vraagt om een laatste kans om in de woning te blijven wonen. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Huurachterstand 4.1. [huurder] heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat er een huurachterstand is die tot en met mei 2025 berekend is op een bedrag van € 1.831,11. De kantonrechter wijst de gevorderde betaling hiervan dan ook toe. Buitengerechtelijke incassokosten 4.2. De huurovereenkomst is gesloten met een consument. De kantonrechter moet daarom ambtshalve toetsen aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). Dat wil zeggen dat de kantonrechter uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt, moet beoordelen of de consumentenbeschermende bepalingen die van toepassing zijn ook zijn nageleefd. Als die bepalingen niet zijn nageleefd of als de kantonrechter over onvoldoende informatie beschikt om dat te kunnen beoordelen, moet de kantonrechter daar ambtshalve consequenties aan verbinden. 4.3. Uit de dagvaarding blijkt dat op de huurovereenkomst bij aanvang in 1965 algemene voorwaarden van toepassing zijn verklaard. Sindsdien zijn daarvoor geen andere algemene voorwaarden in de plaats gekomen. Casade heeft aangevoerd dat de algemene voorwaarden zoek zijn geraakt. De kantonrechter stelt in ieder geval vast dat de betreffende algemene voorwaarden niet aan hem zijn overgelegd. Dit betekent echter niet dat, zoals Casade in de dagvaarding heeft gesteld en tijdens de mondelinge behandeling heeft toegelicht, de algemene voorwaarden niet (meer) van toepassing zijn. Bij deze toets is niet relevant of Casade feitelijk (nog) toepassing geeft aan de uitvoering van de afgesproken voorwaarden, maar alleen of de consumentenbeschermende bepalingen worden nageleefd in de voorwaarden. Omdat de kantonrechter zijn ambtshalve taak niet kan uitvoeren en niet kan beoordelen wat partijen destijds onderling hebben afgesproken, wijst de kantonrechter de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en rente af. Ontbinding en ontruiming 4.4. Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. 4.5. Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand precies drie maanden. De huurachterstand is daarom in beginsel ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden. Daar staat tegenover dat de huurachterstand niet verder opgelopen is, dat [huurder] de huur na mei 2025 weer is gaan betalen en dat hij zich tijdens de mondelinge behandeling bereid heeft verklaard de komende tijd extra werk aan te nemen zodat de ontstane huurachterstand kan worden ingelopen. Een laatste kans 4.6. Gelet op alle omstandigheden, waaronder de persoonlijke omstandigheden van [huurder], ziet de kantonrechter aanleiding om de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst met nevenvorderingen voorwaardelijk toe te wijzen. Dat wil zeggen dat de huurovereenkomst pas wordt ontbonden en [huurder] de woning pas moet verlaten als hij zich niet aan minimaal één van de volgende voorwaarden houdt.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3309 text/xml public 2026-05-12T10:35:37 2026-04-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-22 11859439 \ CV EXPL 25-4256 (E) Uitspraak Bodemzaak NL Tilburg Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3309 text/html public 2026-05-11T16:08:33 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3309 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 22-04-2026 / 11859439 \ CV EXPL 25-4256 (E) Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming woonruimte gevorderd. Huurachterstand rechtvaardigt ontbinding. Gedaagde krijgt laatste kans. Kantonrechter ontbindt huurovereenkomst voorwaardelijk. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Tilburg Zaaknummer: 11859439 \ CV EXPL 25-4256 Vonnis van 22 april 2026 in de zaak van STICHTING CASADE , te Kaatsheuvel (gemeente Loon op Zand), eisende partij, hierna te noemen: Casade, gemachtigde: M.J.A. Klaassen (Zuyd Groep), tegen [huurder] , te [plaats], gedaagde partij, hierna te noemen: [huurder], procederend in persoon. De zaak in het kort [huurder] huurt van Casade een woning. [huurder] heeft de huur over drie maanden niet betaald. De huurachterstand rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. De kantonrechter weegt de persoonlijke omstandigheden van [huurder] mee in de afweging van de belangen van partijen. Deze omstandigheden maken dat de kantonrechter de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning voorwaardelijk toewijst. Dit betekent dat [huurder] een laatste kans krijgt om ontruiming van de woning te voorkomen. Belangrijk is dat hij de huur op tijd betaalt en dat hij contact onderhoudt met de gemeentelijke schuldhulpverlening en de huurachterstand gaat aflossen. Als hij dat niet doet, zal hij de woning alsnog moeten verlaten. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 26 augustus 2025 met producties, - het extract audiëntieblad van de rolzitting van 3 september 2025, - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald, - het bericht van 27 februari 2026 van Casade, - de mondelinge behandeling van 5 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Daarna is een datum bepaald waarop dit vonnis wordt uitgesproken. 2 De feiten 2.1. Op grond van niet of onvoldoende weersproken stellingen van partijen en de overgelegde stukken gaat de kantonrechter uit van de volgende feiten: Sinds 18 juli 1965 huurt de familie [huurder] de woning aan het [adres] (hierna: het gehuurde); Bij aanvang was de vader van [huurder] huurder. In 2019 is [huurder] medehuurder geworden. Na het overlijden van zijn moeder is [huurder] in 2021 hoofdhuurder geworden van het gehuurde; De huur bedroeg tot en met juni 2025 € 610,37 per maand en vanaf juli 2025 € 637,30 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd; Op deze huurovereenkomst zijn ten tijde van het sluiten van de overeenkomst algemene voorwaarden van toepassing verklaard; [huurder] heeft de huur over de maanden maart, april en mei 2025 niet betaald. Casade heeft [huurder] aangemaand op 7 mei 2025 om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen; Casade heeft [huurder] bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering. 3 Het geschil 3.1. Casade vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 1.831,11 aan huurachterstand met nevenvorderingen. 3.2. Casade legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [huurder] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Casade de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. 3.3. [huurder] voert verweer. [huurder] erkent de huurachterstand, maar voert aan dat er bepaalde omstandigheden waren voor het ontstaan van de huurachterstand, dat hij wakker geschud is door deze zaak en vraagt om een laatste kans om in de woning te blijven wonen. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Huurachterstand 4.1. [huurder] heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat er een huurachterstand is die tot en met mei 2025 berekend is op een bedrag van € 1.831,11. De kantonrechter wijst de gevorderde betaling hiervan dan ook toe. Buitengerechtelijke incassokosten 4.2. De huurovereenkomst is gesloten met een consument. De kantonrechter moet daarom ambtshalve toetsen aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). Dat wil zeggen dat de kantonrechter uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt, moet beoordelen of de consumentenbeschermende bepalingen die van toepassing zijn ook zijn nageleefd. Als die bepalingen niet zijn nageleefd of als de kantonrechter over onvoldoende informatie beschikt om dat te kunnen beoordelen, moet de kantonrechter daar ambtshalve consequenties aan verbinden. 4.3. Uit de dagvaarding blijkt dat op de huurovereenkomst bij aanvang in 1965 algemene voorwaarden van toepassing zijn verklaard. Sindsdien zijn daarvoor geen andere algemene voorwaarden in de plaats gekomen. Casade heeft aangevoerd dat de algemene voorwaarden zoek zijn geraakt. De kantonrechter stelt in ieder geval vast dat de betreffende algemene voorwaarden niet aan hem zijn overgelegd. Dit betekent echter niet dat, zoals Casade in de dagvaarding heeft gesteld en tijdens de mondelinge behandeling heeft toegelicht, de algemene voorwaarden niet (meer) van toepassing zijn. Bij deze toets is niet relevant of Casade feitelijk (nog) toepassing geeft aan de uitvoering van de afgesproken voorwaarden, maar alleen of de consumentenbeschermende bepalingen worden nageleefd in de voorwaarden. Omdat de kantonrechter zijn ambtshalve taak niet kan uitvoeren en niet kan beoordelen wat partijen destijds onderling hebben afgesproken, wijst de kantonrechter de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en rente af. Ontbinding en ontruiming 4.4. Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. 4.5. Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand precies drie maanden. De huurachterstand is daarom in beginsel ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden. Daar staat tegenover dat de huurachterstand niet verder opgelopen is, dat [huurder] de huur na mei 2025 weer is gaan betalen en dat hij zich tijdens de mondelinge behandeling bereid heeft verklaard de komende tijd extra werk aan te nemen zodat de ontstane huurachterstand kan worden ingelopen. Een laatste kans 4.6. Gelet op alle omstandigheden, waaronder de persoonlijke omstandigheden van [huurder], ziet de kantonrechter aanleiding om de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst met nevenvorderingen voorwaardelijk toe te wijzen. Dat wil zeggen dat de huurovereenkomst pas wordt ontbonden en [huurder] de woning pas moet verlaten als hij zich niet aan minimaal één van de volgende voorwaarden houdt.