Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-04-21
ECLI:NL:RBZWB:2026:3251
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,587 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3251 text/xml public 2026-04-29T11:40:16 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-21 24/2684 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Breda Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3251 text/html public 2026-04-29T11:39:46 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3251 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 21-04-2026 / 24/2684 PKV uitspraak vRECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 24/2684 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 21 april 2026 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende, en de heffingsambtenaar van SaBeWa, de heffingsambtenaar. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de heffingsambtenaar tot een vergoeding van proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 16 januari 2024. Hij heeft zijn beroep ingetrokken omdat de heffingsambtenaar de aanslagen rioolheffingen voor de belastingjaren 2021, 2022, 2023 en 2024 heeft ingetrokken. 1.1. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak. Beoordeling door de rechtbank 2. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. 2.1. De rechtbank stelt de te vergoeden kosten vast op € 33,36 voor de reiskosten van belanghebbende, gebaseerd op de kosten van openbaar vervoer. 2.2. Belanghebbende heeft € 51,- aan griffierecht betaald. De heffingsambtenaar heeft al toegezegd dit bedrag te zullen vergoeden. Beslissing De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende van € 33,36. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Panah, griffier. griffier rechter De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld. Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch. Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3251 text/xml public 2026-04-29T11:40:16 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-21 24/2684 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Breda Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3251 text/html public 2026-04-29T11:39:46 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3251 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 21-04-2026 / 24/2684 PKV uitspraak vRECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 24/2684 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 21 april 2026 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende, en de heffingsambtenaar van SaBeWa, de heffingsambtenaar. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de heffingsambtenaar tot een vergoeding van proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 16 januari 2024. Hij heeft zijn beroep ingetrokken omdat de heffingsambtenaar de aanslagen rioolheffingen voor de belastingjaren 2021, 2022, 2023 en 2024 heeft ingetrokken. 1.1. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak. Beoordeling door de rechtbank 2. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. 2.1. De rechtbank stelt de te vergoeden kosten vast op € 33,36 voor de reiskosten van belanghebbende, gebaseerd op de kosten van openbaar vervoer. 2.2. Belanghebbende heeft € 51,- aan griffierecht betaald. De heffingsambtenaar heeft al toegezegd dit bedrag te zullen vergoeden. Beslissing De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende van € 33,36. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Panah, griffier. griffier rechter De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld. Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch. Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.