Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-04-17
ECLI:NL:RBZWB:2026:3132
Civiel recht; Arbeidsrecht
Beschikking
2,689 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3132 text/xml public 2026-05-12T08:38:07 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-17 12034329 \ AZ VERZ 25-79 (E) Uitspraak Beschikking NL Bergen op Zoom Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3132 text/html public 2026-05-08T10:47:22 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3132 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 17-04-2026 / 12034329 \ AZ VERZ 25-79 (E) ex-werknemer maakt aanspraak op de transitievergoeding. Ex-werkgever is niet in de procedure verschenen. Verzoek wordt toegewezen. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Bergen op Zoom Zaaknummer / rekestnummer: 12034329 \ AZ VERZ 25-79 Beschikking van 17 april 2026 in de zaak van [werknemer] , te [plaats 1], verzoekende partij, hierna te noemen: [werknemer], gemachtigde: mr. P.J. van der Meulen, tegen [werkgever] B.V. , te [plaats 2], verwerende partij, hierna te noemen: [werkgever], niet verschenen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift - de mondelinge behandeling van 10 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. De beschikking is bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. [werknemer], geboren op [datum] 1960, is op 9 oktober 2023 in dienst getreden van [werkgever] in de functie van beveiliger. 2.2. Op 3 oktober 2024 hebben partijen de arbeidsovereenkomst verlengd tot en met 8 oktober 2025. 2.3. [werkgever] heeft de arbeidsovereenkomst tegen 1 november 2025 opgezegd. 2.4. Het laatst verdiende loon bedroeg € 3.025,44 bruto per vier weken, exclusief vakantietoeslag en 2,01% eindejaarsuitkering. Daarnaast ontving [werknemer] per vier weken € 130,26 wegens toeslaguren. Het bruto maandloon bedraagt in dat geval € 3.418,68. 3 Het verzoek en het verweer 3.1. [werknemer] verzoekt, na vermindering van het verzoek op de mondelinge behandeling, de kantonrechter [werkgever] te veroordelen om, binnen twee dagen na betekening van deze beschikking, € 2.570,36 bruto aan transitievergoeding te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente. Ook verzoekt [werknemer] [werkgever] te veroordelen om een schriftelijk en deugdelijke netto/bruto specificatie te verstrekken, waarin voornoemde transitievergoeding is verwerkt, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag met een maximum van € 10.000,00. Daarnaast verzoekt [werknemer] [werkgever] te veroordelen in de proceskosten. 3.2. Aan het verzoek heeft [werknemer] het volgende ten grondslag gelegd. De arbeidsovereenkomst is op initiatief van [werkgever] niet meer verlengd. Op grond van artikel 7:673 lid 1 BW is [werkgever] de transitievergoeding verschuldigd. [werkgever] weigert echter deze vergoeding te betalen. 3.3. [werkgever] is niet in de procedure verschenen. 4 De beoordeling 4.1. Het verzoek van [werknemer] is toewijsbaar aangezien de arbeidsovereenkomst op initiatief van [werkgever] niet is verlengd. Op grond van artikel 7:673 lid 1, onderdeel a onder 3, BW heeft [werknemer] aanspraak op de transitievergoeding. De kantonrechter zal de verzochte transitievergoeding van € 2.570,36 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente toewijzen. 4.2. Ook het verzoek tot het veroordelen van [werkgever] om een schriftelijk en deugdelijke netto/bruto specificatie te verstrekken is toewijsbaar. Aangezien [werkgever] geen verweer heeft gevoerd tegen de verzochte dwangsom, zal de kantonrechter die eveneens toewijzen. 4.3. [werkgever] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [werknemer] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [werkgever] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten . De proceskosten van [werknemer] worden begroot op: - griffierecht € 90,00 - salaris gemachtigde € 577,00 (1 punt × € 577,00) - nakosten € 108,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 775,50 4.4. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5. De beslissing De kantonrechter 5.1. veroordeelt [werkgever] om aan [werknemer] een transitievergoeding te betalen van € 2.570,36 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 2 december 2025 tot aan de dag van de gehele betaling, 5.2. veroordeelt [werkgever] om aan [werknemer] een deugdelijk netto/bruto specificatie te verstrekken waarin het bedrag van de transitievergoeding is verwerkt binnen veertien werkdagen na betekening van deze beschikking aan [werkgever], dit op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag dat [werkgever] daarmee in gebreke blijft tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt, 5.3. veroordeelt [werkgever] in de proceskosten van € 775,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, 5.4. veroordeelt [werkgever] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 5.5. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad , 5.6. wijst af hetgeen meer of anders is verzocht. Deze beschikking is gegeven door mr. Swaanen en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026. Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3132 text/xml public 2026-05-12T08:38:07 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-17 12034329 \ AZ VERZ 25-79 (E) Uitspraak Beschikking NL Bergen op Zoom Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3132 text/html public 2026-05-08T10:47:22 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3132 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 17-04-2026 / 12034329 \ AZ VERZ 25-79 (E) ex-werknemer maakt aanspraak op de transitievergoeding. Ex-werkgever is niet in de procedure verschenen. Verzoek wordt toegewezen. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Bergen op Zoom Zaaknummer / rekestnummer: 12034329 \ AZ VERZ 25-79 Beschikking van 17 april 2026 in de zaak van [werknemer] , te [plaats 1], verzoekende partij, hierna te noemen: [werknemer], gemachtigde: mr. P.J. van der Meulen, tegen [werkgever] B.V. , te [plaats 2], verwerende partij, hierna te noemen: [werkgever], niet verschenen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift - de mondelinge behandeling van 10 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. De beschikking is bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. [werknemer], geboren op [datum] 1960, is op 9 oktober 2023 in dienst getreden van [werkgever] in de functie van beveiliger. 2.2. Op 3 oktober 2024 hebben partijen de arbeidsovereenkomst verlengd tot en met 8 oktober 2025. 2.3. [werkgever] heeft de arbeidsovereenkomst tegen 1 november 2025 opgezegd. 2.4. Het laatst verdiende loon bedroeg € 3.025,44 bruto per vier weken, exclusief vakantietoeslag en 2,01% eindejaarsuitkering. Daarnaast ontving [werknemer] per vier weken € 130,26 wegens toeslaguren. Het bruto maandloon bedraagt in dat geval € 3.418,68. 3 Het verzoek en het verweer 3.1. [werknemer] verzoekt, na vermindering van het verzoek op de mondelinge behandeling, de kantonrechter [werkgever] te veroordelen om, binnen twee dagen na betekening van deze beschikking, € 2.570,36 bruto aan transitievergoeding te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente. Ook verzoekt [werknemer] [werkgever] te veroordelen om een schriftelijk en deugdelijke netto/bruto specificatie te verstrekken, waarin voornoemde transitievergoeding is verwerkt, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag met een maximum van € 10.000,00. Daarnaast verzoekt [werknemer] [werkgever] te veroordelen in de proceskosten. 3.2. Aan het verzoek heeft [werknemer] het volgende ten grondslag gelegd. De arbeidsovereenkomst is op initiatief van [werkgever] niet meer verlengd. Op grond van artikel 7:673 lid 1 BW is [werkgever] de transitievergoeding verschuldigd. [werkgever] weigert echter deze vergoeding te betalen. 3.3. [werkgever] is niet in de procedure verschenen. 4 De beoordeling 4.1. Het verzoek van [werknemer] is toewijsbaar aangezien de arbeidsovereenkomst op initiatief van [werkgever] niet is verlengd. Op grond van artikel 7:673 lid 1, onderdeel a onder 3, BW heeft [werknemer] aanspraak op de transitievergoeding. De kantonrechter zal de verzochte transitievergoeding van € 2.570,36 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente toewijzen. 4.2. Ook het verzoek tot het veroordelen van [werkgever] om een schriftelijk en deugdelijke netto/bruto specificatie te verstrekken is toewijsbaar. Aangezien [werkgever] geen verweer heeft gevoerd tegen de verzochte dwangsom, zal de kantonrechter die eveneens toewijzen. 4.3. [werkgever] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [werknemer] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [werkgever] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten . De proceskosten van [werknemer] worden begroot op: - griffierecht € 90,00 - salaris gemachtigde € 577,00 (1 punt × € 577,00) - nakosten € 108,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 775,50 4.4. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5. De beslissing De kantonrechter 5.1. veroordeelt [werkgever] om aan [werknemer] een transitievergoeding te betalen van € 2.570,36 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 2 december 2025 tot aan de dag van de gehele betaling, 5.2. veroordeelt [werkgever] om aan [werknemer] een deugdelijk netto/bruto specificatie te verstrekken waarin het bedrag van de transitievergoeding is verwerkt binnen veertien werkdagen na betekening van deze beschikking aan [werkgever], dit op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag dat [werkgever] daarmee in gebreke blijft tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt, 5.3. veroordeelt [werkgever] in de proceskosten van € 775,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, 5.4. veroordeelt [werkgever] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 5.5. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad , 5.6. wijst af hetgeen meer of anders is verzocht. Deze beschikking is gegeven door mr. Swaanen en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026. Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.