Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-04
ECLI:NL:RBZWB:2026:3022
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,661 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3022 text/xml public 2026-05-04T13:33:19 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-04 11533898 CV EXPL 25-512 (H) Uitspraak Bodemzaak NL Breda Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3022 text/html public 2026-05-04T08:59:52 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3022 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 04-03-2026 / 11533898 CV EXPL 25-512 (H) Aanvulling uitspraak. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Breda Zaaknummer: 11533898 \ CV EXPL 25-512 Aanvullend vonnis van 4 maart 2026 in de zaak van 1 [eiser 1] , wonende te [plaats 1] , 2. [eiser 2] , wonende te [plaats 2] , 3. [eiser 3] , wonende te [plaats 3] , 4. [eiser 4] , wonende te [plaats 4] , 5. [eiser 5] , wonende te [plaats 5] , 6. [eiser 6] , wonende te [plaats 6] , 7. [eiser 7] , wonende te [plaats 7] , 8. [eiser 8] , wonende te [plaats 8] , 9. [eiser 9] , wonende te [plaats 9] , eisende partijen, hierna samen te noemen: de consumenten, gemachtigde: [gemachtigde] , tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KPA E-COMMERCE B.V. , gevestigd te Dongen, gedaagde partij, hierna te noemen: KPA, gemachtigde: mr. F. Eghtedardoust. 1 Het verzoek tot aanvulling 1.1. Bij brief van 28 januari 2026 heeft de heer [gemachtigde] namens de consumenten de kantonrechter verzocht om aanvulling van het op 8 oktober 2025 in deze zaak gewezen vonnis. De heer [gemachtigde] geeft aan dat in het dictum van het vonnis is verzuimd te beslissen op de vordering tot terugbetaling aan eiseres sub 9, [eiser 9] omdat onder 5.15 van het vonnis is overwogen dat de consumenten recht hebben op terugbetaling van de betaalde bedragen. De heer [gemachtigde] verzoekt de kantonrechter daarop alsnog te beslissen in het dictum van het vonnis. 1.2. Op 9 februari 2026 heeft mr. F. Eghtedardoust namens KPA aan de kantonrechter laten weten geen bezwaar te hebben tegen toewijzing van het verzoek. 2 De beoordeling 2.1. Op grond van artikel 32 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vult de rechter te allen tijde op verzoek van een partij haar vonnis aan als zij heeft verzuimd te beslissen over een onderdeel van het gevorderde. 2.2. De kantonrechter oordeelt dat in het vonnis van 8 oktober 2025 is verzuimd te beslissen over het onderdeel van de vordering zoals de heer [gemachtigde] in zijn brief van 28 januari 2026 heeft omschreven. De kantonrechter zal het verzoek tot aanvulling van het vonnis dan ook toewijzen als volgt. 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. bepaalt dat aan het dictum van het op 8 oktober 2025 tussen partijen gewezen vonnis onder randnummer 6.2 waar staat: “ veroordeelt KPA om tegen bewijs van kwijting te betalen:” moet worden toegevoegd: “- € 46,95 aan [eiser 9] ,” 3.2. bepaalt dat deze aanvulling onder de vermelding van de datum 4 maart 2026 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 8 oktober 2025, 3.3. verzoekt de partij die de grosse heeft ontvangen, voor zover zij dit niet al heeft gedaan, de ontvangen grosse van het vonnis van 8 oktober 2025 na ontvangst van deze aanvullende beslissing aan de griffie van de rechtbank terug te sturen. Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:3022 text/xml public 2026-05-04T13:33:19 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-04 11533898 CV EXPL 25-512 (H) Uitspraak Bodemzaak NL Breda Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:3022 text/html public 2026-05-04T08:59:52 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:3022 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 04-03-2026 / 11533898 CV EXPL 25-512 (H) Aanvulling uitspraak. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Breda Zaaknummer: 11533898 \ CV EXPL 25-512 Aanvullend vonnis van 4 maart 2026 in de zaak van 1 [eiser 1] , wonende te [plaats 1] , 2. [eiser 2] , wonende te [plaats 2] , 3. [eiser 3] , wonende te [plaats 3] , 4. [eiser 4] , wonende te [plaats 4] , 5. [eiser 5] , wonende te [plaats 5] , 6. [eiser 6] , wonende te [plaats 6] , 7. [eiser 7] , wonende te [plaats 7] , 8. [eiser 8] , wonende te [plaats 8] , 9. [eiser 9] , wonende te [plaats 9] , eisende partijen, hierna samen te noemen: de consumenten, gemachtigde: [gemachtigde] , tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KPA E-COMMERCE B.V. , gevestigd te Dongen, gedaagde partij, hierna te noemen: KPA, gemachtigde: mr. F. Eghtedardoust. 1 Het verzoek tot aanvulling 1.1. Bij brief van 28 januari 2026 heeft de heer [gemachtigde] namens de consumenten de kantonrechter verzocht om aanvulling van het op 8 oktober 2025 in deze zaak gewezen vonnis. De heer [gemachtigde] geeft aan dat in het dictum van het vonnis is verzuimd te beslissen op de vordering tot terugbetaling aan eiseres sub 9, [eiser 9] omdat onder 5.15 van het vonnis is overwogen dat de consumenten recht hebben op terugbetaling van de betaalde bedragen. De heer [gemachtigde] verzoekt de kantonrechter daarop alsnog te beslissen in het dictum van het vonnis. 1.2. Op 9 februari 2026 heeft mr. F. Eghtedardoust namens KPA aan de kantonrechter laten weten geen bezwaar te hebben tegen toewijzing van het verzoek. 2 De beoordeling 2.1. Op grond van artikel 32 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vult de rechter te allen tijde op verzoek van een partij haar vonnis aan als zij heeft verzuimd te beslissen over een onderdeel van het gevorderde. 2.2. De kantonrechter oordeelt dat in het vonnis van 8 oktober 2025 is verzuimd te beslissen over het onderdeel van de vordering zoals de heer [gemachtigde] in zijn brief van 28 januari 2026 heeft omschreven. De kantonrechter zal het verzoek tot aanvulling van het vonnis dan ook toewijzen als volgt. 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. bepaalt dat aan het dictum van het op 8 oktober 2025 tussen partijen gewezen vonnis onder randnummer 6.2 waar staat: “ veroordeelt KPA om tegen bewijs van kwijting te betalen:” moet worden toegevoegd: “- € 46,95 aan [eiser 9] ,” 3.2. bepaalt dat deze aanvulling onder de vermelding van de datum 4 maart 2026 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 8 oktober 2025, 3.3. verzoekt de partij die de grosse heeft ontvangen, voor zover zij dit niet al heeft gedaan, de ontvangen grosse van het vonnis van 8 oktober 2025 na ontvangst van deze aanvullende beslissing aan de griffie van de rechtbank terug te sturen. Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.