Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-12
ECLI:NL:RBZWB:2026:2923
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
2,257 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2923 text/xml public 2026-05-06T06:26:34 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-12 C/02/437841 FA RK 25-3704 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl Notamail 2026/103 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2923 text/html public 2026-04-21T15:14:18 2026-04-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2923 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 12-03-2026 / C/02/437841 FA RK 25-3704 Vervroegd echtscheiding uitspreken in verband met oprichting BV RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Breda Zaaknummer: C/02/437841 FA RK 25-3704 Datum uitspraak: 12 maart 2026 Beschikking betreffende echtscheiding in de zaak van [de man] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de man, advocaat mr. M. Hofland, tegen [de vrouw] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de vrouw, advocaat mr. M.H.G. Habets. 1 Het procesverloop 1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken: - het op 8 juli 2025 ontvangen verzoekschrift met als bijlage productie 1; - het F2-formulier van 24 juli 2025 van mr. Habets; - de F9-formulieren van 4 december 2025, 6 januari, 3 februari en 3 maart 2026 van mr. Hofland, waarvan laatstgenoemde met als bijlage het door partijen ondertekende echtscheidingsconvenant; - de F9-formulieren van 4 december 2025, 6 januari en 3 februari 2026 van mr. Habets; - de brief van mr. Hofland van 3 maart 2026; - de brief van mr. Habets van 3 maart 2026. 2 De feiten 2.1. Tussen partijen staat het volgende vast: - zij zijn op [datum] 1993 in de gemeente Teteringen met elkaar gehuwd; - zij hebben de Nederlandse nationaliteit; - hun huwelijk is duurzaam ontwricht. 3 Het verzoek 3.1. De man verzoekt, samengevat, - echtscheiding; - primair, indien en voor zover partijen over de afwikkeling van de echtscheiding overeenstemming bereiken, te bepalen dat de bepalingen van het nog over te leggen convenant integraal deel zullen uitmaken van de te wijzen beschikking; - subsidiair, indien partijen er niet in slagen overeenstemming te bereiken, de man in staat te stellen nevenverzoeken te formuleren. 4 De beoordeling 4.1. Bij brief van 3 maart 2026 heeft de man verzocht om de echtscheiding uit te spreken. Omdat hij op 24 maart 2026 een afspraak heeft bij de notaris voor de oprichtingsakte van een B.V., in welke B.V. hij zijn eenmanszaak zal inbrengen, wenst de man dat nu al de echtscheiding wordt uitgesproken. Wanneer het niet lukt de echtscheidingsbeschikking vóór 24 maart 2026 in te schrijven in de registers van de burgerlijke stand heeft dit juridische complicaties en extra kosten tot gevolg. Dan zal een aanvullend convenant moeten worden gemaakt met betrekking tot de aandelen van deze B.V. De man verzoekt verder de zaak aan te houden tot de eerste week van april 2026. Partijen hebben overeenstemming bereikt en hun afspraken vastgelegd in een echtscheidingsconvenant. In het convenant zijn partijen overeengekomen dat de woning onder bepaalde opschortende voorwaarden aan de vrouw wordt toegedeeld. Het is onzeker of de termijn waarbinnen de vrouw voor het ontslag van de man uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschulden en de herfinanciering van de door haar verschuldigde overbedelingsuitkering aan de man een akkoord dient te hebben, haalbaar is. 4.2. De vrouw stemt in haar brief van 3 maart 2026 in met de inhoud van de brief van de man en met de verzochte aanhouding en verzoekt ook om de echtscheiding uit te spreken. 4.3. De rechtbank zal, conform de verzoeken van partijen, de echtscheiding tussen partijen uitspreken en de beslissing op de overige verzoeken aanhouden. 5 De beslissing De rechtbank spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op [datum] 1993 in de gemeente Teteringen met elkaar gehuwd; houdt verder iedere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mr. Meyboom, rechter, en in tegenwoordigheid van mr. Molema, griffier, in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026. Mededeling van de griffier : Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2923 text/xml public 2026-05-06T06:26:34 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-12 C/02/437841 FA RK 25-3704 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl Notamail 2026/103 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2923 text/html public 2026-04-21T15:14:18 2026-04-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2923 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 12-03-2026 / C/02/437841 FA RK 25-3704 Vervroegd echtscheiding uitspreken in verband met oprichting BV RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Breda Zaaknummer: C/02/437841 FA RK 25-3704 Datum uitspraak: 12 maart 2026 Beschikking betreffende echtscheiding in de zaak van [de man] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de man, advocaat mr. M. Hofland, tegen [de vrouw] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de vrouw, advocaat mr. M.H.G. Habets. 1 Het procesverloop 1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken: - het op 8 juli 2025 ontvangen verzoekschrift met als bijlage productie 1; - het F2-formulier van 24 juli 2025 van mr. Habets; - de F9-formulieren van 4 december 2025, 6 januari, 3 februari en 3 maart 2026 van mr. Hofland, waarvan laatstgenoemde met als bijlage het door partijen ondertekende echtscheidingsconvenant; - de F9-formulieren van 4 december 2025, 6 januari en 3 februari 2026 van mr. Habets; - de brief van mr. Hofland van 3 maart 2026; - de brief van mr. Habets van 3 maart 2026. 2 De feiten 2.1. Tussen partijen staat het volgende vast: - zij zijn op [datum] 1993 in de gemeente Teteringen met elkaar gehuwd; - zij hebben de Nederlandse nationaliteit; - hun huwelijk is duurzaam ontwricht. 3 Het verzoek 3.1. De man verzoekt, samengevat, - echtscheiding; - primair, indien en voor zover partijen over de afwikkeling van de echtscheiding overeenstemming bereiken, te bepalen dat de bepalingen van het nog over te leggen convenant integraal deel zullen uitmaken van de te wijzen beschikking; - subsidiair, indien partijen er niet in slagen overeenstemming te bereiken, de man in staat te stellen nevenverzoeken te formuleren. 4 De beoordeling 4.1. Bij brief van 3 maart 2026 heeft de man verzocht om de echtscheiding uit te spreken. Omdat hij op 24 maart 2026 een afspraak heeft bij de notaris voor de oprichtingsakte van een B.V., in welke B.V. hij zijn eenmanszaak zal inbrengen, wenst de man dat nu al de echtscheiding wordt uitgesproken. Wanneer het niet lukt de echtscheidingsbeschikking vóór 24 maart 2026 in te schrijven in de registers van de burgerlijke stand heeft dit juridische complicaties en extra kosten tot gevolg. Dan zal een aanvullend convenant moeten worden gemaakt met betrekking tot de aandelen van deze B.V. De man verzoekt verder de zaak aan te houden tot de eerste week van april 2026. Partijen hebben overeenstemming bereikt en hun afspraken vastgelegd in een echtscheidingsconvenant. In het convenant zijn partijen overeengekomen dat de woning onder bepaalde opschortende voorwaarden aan de vrouw wordt toegedeeld. Het is onzeker of de termijn waarbinnen de vrouw voor het ontslag van de man uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschulden en de herfinanciering van de door haar verschuldigde overbedelingsuitkering aan de man een akkoord dient te hebben, haalbaar is. 4.2. De vrouw stemt in haar brief van 3 maart 2026 in met de inhoud van de brief van de man en met de verzochte aanhouding en verzoekt ook om de echtscheiding uit te spreken. 4.3. De rechtbank zal, conform de verzoeken van partijen, de echtscheiding tussen partijen uitspreken en de beslissing op de overige verzoeken aanhouden. 5 De beslissing De rechtbank spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op [datum] 1993 in de gemeente Teteringen met elkaar gehuwd; houdt verder iedere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mr. Meyboom, rechter, en in tegenwoordigheid van mr. Molema, griffier, in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026. Mededeling van de griffier : Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.